Goede voornemens – 10 tips om ze waar te maken

2014_exportBijna nieuwjaarsdag! Dan vieren we de start van een nieuw jaar. Als er rond die periode een buitenaards wezen zijn ufo parkeert op de Grote Markt in Brussel, zal hij met grote amandelogen (die volgens het cliché standaard zijn voor zijn soort) toekijken naar de uitzinnige massa wezens! Zijn aanwezigheid zal daarbij wel een bepaalde invloed hebben, want zoëven nog waren ze uitgelaten en en masse aan het aftellen, terwijl ze seconden later ongeordend door elkaar heen lopen, luid roepend, de aangezichten getekend door angst en afgrijzen. “Ik had misschien wat beter moeten opletten waar ik mijn ufo neerplantte…”, mijmert hij, terwijl hij toekijkt hoe een handvol wezens jammerend en in wilde paniek probeert de overblijfselen van platgedrukte lichamen vanonder zijn ruimtetuig te sleuren. Zelfs het weer doen opstijgen van het tuig via de handige universe-ele afstandsbediening, maakt de wezens niet rustig (al zijn de sleurders van daarnet wel ineens heel stil en zwartgeblakerd geworden, dankzij de hiermee gepaard gaande steekvlam). Bon, tijd om mijn zinnetjes op te zeggen: “We come in peace!” en “Bring me to your leader!”…

We wijken af: we gaan terug naar de landende ufo, de buitenwereldburger heeft ons al een beetje bestudeerd vanop afstand, hij weet al dat we niet vrolijk worden van het stilleggen van ons biologische functies en dat een ufo op ons hoofd dit kan veroorzaken. Bijgevolg parkeert hij netjes in een nabijgelegen park, neemt de menselijke vorm aan en wandelt onopvallend te voet tot op de Grote Markt. De massa telt af (10! 9! 8!…) en bij nul barst me daar toch een feestvreugde van jewelste uit. Navraag leert hem dat de start van een nieuw jaar wordt gevierd. Een jaar is een tijdsperiode. De teller wordt met 1 verhoogd. Die tijdsperiode is gekoppeld aan natuurlijke cycli. Tijd zelf moet zowat het summum zijn van een abstract en ongrijpbaar begrip dat door de mens werd gedomesticeerd tot iets nuttigs en tastbaars (na de begrippen geld, vrijemarkteconomie en aandelenkoersen). Dankzij tijd kunnen 2 wezens elkaar ontmoeten op hetzelfde moment, zonder dat ze een dag moeten staan wachten (het is heel moeilijk om over tijd te vertellen, zonder tijdsbegrippen te gebruiken!). Dankzij tijd kunnen de spoorwegen een beetje plannen wanneer welke trein mag vertrekken, waardoor er niet teveel botsingen zijn (wat trouwens een van de drijfveren was om tijd te standaardiseren). We zijn op tijd, te laat, hebben geen tijd, en als we zouden kunnen kiezen tussen meer tijd of meer geld, zou de naald niet per definitie naar het geld wijzen: tijd hebben is een luxe en tijd maken is aandacht geven.

We wijken weer af. Met de start van een nieuw jaar gebeurt ook iets merkwaardigs in ons collectieve brein: het is de periode van de Goede Voornemens! Het jaar wordt afgesloten, het blik tijd dat in gebruik is, wordt geleegd en een vers blik wordt opengetrokken! Vaak is dit het uitgesproken moment om erover na te denken wat we in dat nieuwe blik verwachten of met welke gebeurtenissen (meestal veranderingen) we dit willen vullen. Waarom doen we we dat? Ik wijt het aan een combinatie van een aantal factoren. Eerst en vooral: een nieuw jaar, een nieuwe lei, een vers blik dus. Maar ook: de gigantische hoeveelheden voedsel en drank die eigen zijn aan deze periode: ‘t is allemaal wat van het goede teveel. Ik voel me één met de volgepropte ganzen, klaar voor de slachting. Tenslotte: iedereen vraagt ernaar. Als je er nog niet over nadacht, doe je dat wel als er naar wordt gepolst.

Volgend jaar wordt dus naar goede traditie anders! In theorie, want als we terugkijken naar het vorige jaar, toen we ook al het roer wilden omgooien, is er meestal niet zoveel veranderd, en als er al zaken zijn veranderd, zijn het niet persé die die op onze “Goede Voornemenslijst Voor Een Succesvol Nieuw Jaar” stonden. Zou het niet fijn zijn die voornemens ook tot uitvoer te brengen?

De filosofie van de doelgerichtheid

Laten we eerst wat filosoferen over het onderwerp: wat zijn voornemens? Gewoon doelen die we verwachten te realiseren toch? Dat kan een vaardigheid zijn die we hopen onder de knie te krijgen, een lastige uitdaging die we in het vooruitzicht stellen, een hardnekkige gewoonte die we willen bestrijden,…

doel1

Denk eens aan volgende analogie: een ballonvlucht. Het doel is: hoog in de wolken komen. De kracht die ons naar boven drijft is de hete lucht die doet opstijgen, dus in oorsprong de brandstof voor het vuur dat de lucht opwarmt. De krachten die ons beneden willen houden zijn bij aanvang de touwen, en eens we zijn vertrokken, de zandzakken. Dit is de ballast die ons tegenwerkt.

doel2

Een andere analogie: een rivier. Het doel is nu: stroomafwaarts geraken. De stroming is nu de kracht die ons naar beneden leidt en hoe groter het verval van de rivier, hoe sterker de stroming. Hoe groter ook het debiet aan de bron (veel smeltende sneeuw, veel regenval), hoe sterker de stroming. Het water wordt tegengewerkt door de rotsen in de weg, de meanders en de rivierbodem. Deze zorgen samen voor wrijving.

Nog beelden nodig? We zijn auto’s op weg naar de bestemming, de motor levert vermogen dat ons vooruit helpt, de weg en luchtweerstand zorgen voor wrijving en tegenwerking, evenals een slechtwerkende gps of partner die verkeerde instructies geeft ;-). We zijn ook windmolens die elektriciteit produceren, maar als er geen wind is, lukt dat niet. Als de wieken te zwaar zijn, krijg je de wieken niet (snel) aan het draaien.

In alle gevallen is er een doel, er zijn krachten die ons daarheen drijven en er zijn krachten die ons van ons doel weghouden.  Kennis van die wetmatigheden kan ons helpen in het verwezenlijken van de goede voornemens.

Doelen

1. Doelen moeten concreet zijn

“Ik wil afvallen” is prima. “Ik wil 5 kg afvallen” is nog beter. “Ik wil 5 kg afvallen tegen 1 april” is het beste doel. Hoe reëler het doel kan worden voorgesteld, hoe krachtiger de mentale energie die daarvoor wordt vrijgemaakt. Denk aan een flets, vaag stroompje, versus een krachtige stroom. Het is niet moeilijk om in te zien dat eventuele keien in het tweede geval minder tegeneffect kunnen hebben.

Een voorbeeld: dit jaar ben ik gestart met het 100 pushups programma. Het eigenlijke doel hiervan was mijn bovenlichaam trainen, gedreven door een mix van core stability is een plus voor het lopen, en (laten we daar niet flauw over doen) een scheut ijdelheid. Wat het 100 pushup programma zo leuk maakt, is dat er de belofte is dat je na 6 weken 100 pushups kan uitvoeren aan één stuk! Ik had dit vorig jaar ook al eens geprobeerd, en ik weet ondertussen dat er wat tussen de regels moet worden gelezen. Ten eerste: je kan pas naar een volgende week eens je de oefeningen voor de huidige week aankan. In de praktijk blijf je een aantal weken steken in elke “week”; de vooruitgang is veel gradueler dan men doet vermoeden. Ten tweede: 100 pushups is best veel, en mijn ervaring tot dusver is dat ik op een bepaald niveau blijf steken. Met die gedachten in het achterhoofd is het wat mij betreft niet eens erg dat ik dat doel misschien niet haal: veel belangrijker is de richting die wordt gegeven, en de vooruitgang die je stelselmatig ziet in het aantal.

2. Stel niet teveel doelen

De ziekte van deze tijd: streven naar perfectie op alle vlakken! De omgeving verwacht soms veel van ons, maar meestal zijn het wijzelf die het meeste van ons verwachten. We willen de perfecte ouder, partner, werknemer, vriend zijn, de relatie moet voldoening geven, seks moet altijd goed zijn, we willen goed kunnen koken, we willen meer lezen,… en al die willens worden gevoed door wat we enerzijds werkelijk voor onszelf willen, en anderzijds wat we denken dat van ons wordt verwacht of aan welk beeld we denken te moeten voldoen. Teveel doelen stellen heeft als enige resultaat dat we uitgeput raken en in the end geen enkel afzonderlijk doel bereiken. Het is zoals de rivier: als deze uitmondt in een delta van doelen, zal er voor elk afzonderlijk doel niet veel stroming overblijven. Beter is te filteren naar een korte en concrete lijst waarvoor je de handen uit de mouwen zal steken. Die andere doelen hoef je daarom niet op te geven, daar heb je heus nog tijd voor later.

3. Grijp niet te hoog

De luchtballon raakt niet buiten de atmosfeer. De auto kan niet sneller rijden dan zijn maximumsnelheid. Te hooggespannen verwachtingen leiden tot teleurstelling, frustratie en ultimately opgeven. Uitdagingen aangaan is goed, maar ze moeten haalbaar blijven. Je kan maar beter je doel niet te scherp stellen (minder hoog opstijgen) of jezelf meer tijd geven om het te bereiken (wat trager rijden).

Wie kent niet de couch potato die van nul sport in zijn leven plots dagelijks de fitness frequenteert voor een portie keiharde zelfpijniging? Dat lukt in het begin aardig, de potato heeft het licht gezien en is ervan overtuigd dat zijn droomlichaam binnen handbereik ligt, zolang hij maar zijn dagelijkse portie zelfdiscipline opbrengt! Na een paar maand begint de motor van de motivatie wat te sputteren. Er wordt al eens een dagje overgeslagen, of een paar dagen… Dagen worden weken, weken worden maanden, met soms een lichte opflakkering van “herpakken”, maar het mag niet baten. Hij is steunend lid geworden van de fitness. Waar ging het fout? Het is te hoog gegrepen van zichzelf te verwachten dat hij élke dag van de week gemotiveerd is om te sporten.

4. Grijp niet te laag

Mikken naar een doel waar je 95% zeker van bent dat je dit kan bereiken, mits een béétje moeite? Seriously… Waar zit de voldoening in? In de moeizame weg die je moest afleggen om dit te bereiken? Doorzettingsvermogen dat je nodig had? Twijfel of je het kon, en van daaruit de vreugde toen het lukte? Dat zit dan allemaal ontbrekende elementen. Het klinkt vanzelfsprekend, maar toch is dit ook vaak het geval in consumptiegedrag. Ik vind niet dat er iets verkeerds is aan consumptie, aan spullen kopen die je leuk vindt, maar… het zijn tegelijk ook kortetermijndoelen, die ons kunnen afleiden van doelen die werkelijk de moeite zijn om te bereiken. De spulletjes zijn ook rotsen in de rivier, het soort rotsen waarvan we denken: “He, het is hier nog best gezellig vertoeven, misschien kan ik hier wel een tijdje blijven?” De rots is gemakkelijk, ze is niet onaardig om op te zitten en schijnt het nodige plezier te verschaffen (je kan er op picknicken, ik noem maar iets). We vergeten de riviermonding, daar waar we werkelijk heen wilden.

Voortstuwende krachten

5. Vertel het je omgeving

Het kan helpen om je plannen tijdig aan de buitenwereld voor te leggen, opdat je omgeving je zou kunnen steunen. Drink je een maand geen alcohol? Als je naasten niet door en door slecht zijn, dringen ze niet aan met die pint voor je neus. Volg je een dieet? Misschien word je er wel in gevolgd door een collega? En wil je je eerste marathon lopen? Als je dat tijdig verkondigt, zal je partner dit kunnen incalculeren in jullie gemeenschappelijke planning. Je creëert ruimte en je kneedt de verwachtingen van de omgeving. Voor het pushup programma stond ik in het begin 3 x per week wat vroeger op om als eerste activiteit van de dag die oefeningetjes te doen. Mijn partner wist dat, dus die schrok dan ook niet toen ik stilletjes het bed uit kroop :-).

6. Werk stapsgewijs naar je doel

Meestal bereik je een doel niet door eenmalig een fantastische prestatie te leveren. De luchtballon geraakt niet in de wolken door één keer met een steekvlam wat lucht op te warmen. Het is een proces van immens veel stappen en stapjes. Het is belangrijk de diverse stappen te identificeren om een doel (dat zo onbereikbaar lijkt dat het ons verlamt en demotiveert om eraan te beginnen) te gaan opdelen. Zo wordt de hoge berg herleid tot heuveltjes die we stuk voor stuk kunnen beklimmen. Dit is een gekend proces. Als je je living wilt herschilderen, is de eerste stap: naar de winkel gaan en een kleur kiezen. De tweede stap is opruimen. In de derde stap bedek je je meubels, enz enz. Ontbreekt het je aan daadkracht, dan hoef je eigenlijk alleen met de eerste stap te beginnen (verf gaan kopen) om de bal aan het rollen te brengen. De initiële energie is geleverd, de bal gaat aan het rollen, de touwen van de ballon worden losgemaakt.

7. Meet je vooruitgang

Soms is de vlam bij aanvang groot. We zien dat voornemen helemaal zitten, we hebben er zin in, de tank is vol! Na een paar maanden kan diezelfde vlam gereduceerd zijn tot een waakvlammetje. We hebben er nood aan die vlam onderweg aan te wakkeren. Dankzij meetbare tussendoelen kunnen we de energie hervinden die nodig is om verder te gaan op het ingeslagen pad. We zijn nog niet aan de top, maar door achterom te kijken wat we tot dusver hebben bereikt, krijgen we opnieuw zin om verder te stappen. De afstand die we ondertussen hebben afgelegd, kunnen ze ons al niet meer afnemen! In het pushupvoorbeeld was ik al een aantal maanden bezig met het programma, toen ik in de app die ik gebruik ter begeleiding, een functie vond die in een grafiekje toonde hoeveel pushups ik wekelijks deed, en ik was aangenaam verrast van de vooruitgang die ik had geboekt. Door de vinger aan de pols te houden, kunnen we ook tijdig bijsturen waar nodig. Wil je afvallen, dan zal je je toch af en toe moeten wegen om te zien of het de goede richting uitgaat.

Het moge je niet verbazen dat de smartphone hier ook nuttig kan zijn. Er zijn talloze apps die helpen bij het opmeten en bereiken van doelen, het veranderen van gewoonten, enz. Mijn favorietje op iPhone is Lift. Op zich bevat die app al een mooie lijst aan doelstellingen die de medemensen zich stellen (in de stijl van: elke dag voldoende water drinken, dagelijks een half uur lezen,…), het is ook een middel om af te turven of je de doeltjes voor die dag hebt behaalt, en bij te houden hoe vaak je deze in de week haalde. Dit kan een ferme motivatie zijn.

lift screenshot

 

Tegenwerkende krachten

8. Wrijving verminderen door een haalbare inplanning

Ik heb het over de factor “haalbaarheid in het dagelijks leven”. Je wilt vaker fitnessen, maar je sportclub bevindt zich op 2u afstand. Je hebt een fitnesstoestel thuis, maar je moet het telkens van de zolder halen. Je hoopt dat je ‘s avonds na een zware maaltijd nog energie zal hebben om in de fitness te geraken. We voelen aan dat die scenario’s op lange termijn niet werken. De slaagkansen zijn het grootst als je de stappen naar je doel zo goed mogelijk in je dagelijks leven kan integreren. Dat is voor iedereen verschillend en het vraagt de nodige zelfkennis en misschien wat experimenteren om te vinden wat voor jou het best functioneert.

Jaren geleden werkte ik in een bedrijf vlakbij de Watersportbaan. Er was een sportclub op 5 minuten en een flexibel tijdsregime, waardoor ik maximum 2u middagpauze kon nemen. Ik ging vaak onder de middag sporten: dat had het voordeel dat ik helemaal opgefrist aan het tweede werkdeel van de dag begon. Soms was ik van plan ‘s middags te sporten, maar ontbrak me de zin of kwam er iets tussen. Dan stopte ik ‘s avonds tijdig en sportte vooralsnog voor ik naar huis ga. Ik ging niét eerst naar huis om te eten, want ik ken mezelf: na het eten lonken zetel, tv,… et voilà, sport is een gepasseerd station. Op een gegeven moment werd onze afdeling verhuisd naar Drongen, waardoor sporten onder de middag (door de grotere afstand) sterk werd bemoeilijkt. Bovendien was het aangenaam in de refter :-). Vanaf dan werd middagsporten een zeldzaamheid.

In het pushupverhaal lukte het me aardig om ‘s morgens mezelf uit bed te krikken voor een serie oefeningetjes. Daarmee beginnen, en daarna douchen, dat werkt voor me. Na een aantal maand van trouwe toewijding kwam ik te weten dat die oefeningen ‘s morgens doen misschien niet zo’n goed idee is, omdat je nog geen energie hebt ingenomen, maar er toch al verbrandt. Ik nam die waarschuwing serieus, en besloot dat ik beter op een ander moment van de dag pompte. Dat werkte niét voor me en het werd de doodsteek voor mijn oefeningen. Het ging allemaal minder vlot en het verwaterde tot er uiteindelijk niets meer van overbleef. Het is pas recentelijk dat ik die draad weer heb opgenomen en er min of meer in slaag van dit in mijn avondregime op te nemen.

9. Hou rekening met falen

We hebben niet altijd de kracht, soms botsen we in de rivier knal op die grote kei en blijven we er groggy voor staan (of hangen).  Stoppen met roken was het plan, maar ineens heb je daar toch ondoordacht een sigaret aangenomen en opgerookt.  Afvallen is het plan, maar de ganse cake is plots verdwenen.  Het gevaar bestaat dat we ons door die “mislukking” zo sterk laten ontmoedigen, dat we maar meteen ook het uiteindelijke doel opgeven.  Dat is jammer.  Wees realistisch: soms lukt het niet zoals je had gehoopt, kijk ernaar, leer eruit, neem jezelf weer op en zet door.

Ik verwijs alweer naar de pushups: maanden ben ik gestopt, het leek mislukt, ik kreeg het plan niet weer op de sporen.  Op een goede dag heb ik me weer opgepakt en ben ik weer aan de slag gegaan, ook al was het even slikken: stilstaan is prompt een aantal weken achteruitgaan in het schema.  Ik ga er vanuit dat het niet de laatste keer is dat er een onderbreking komt en dat ik ‘t niet volhoud. It’s all part of the game.

10. Niet uitstellen

Vaak is het zelfsabotage die ervoor zorgt dat we de koe niet bij de horens vatten.  Het is gemakkelijker niets te doen, dan aan iets te beginnen en daarna te mislukken.  Faalangst is dus mogelijks een factor.  Afleiding en gemakzucht zijn dat ook.  Bedenkt dat je nu leeft en dat “later” een luxe is die we ons niet blijvend gaan kunnen veroorloven.  Begin er dus nu aan, in januari, als de goede voornemens nog vers uit de oven komen en zet de eerste stappen om de voornemens voor het nieuwe jaar (op zijn minst gedeeltelijk) tot een geslaagd einde te brengen!

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

99 − 92 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>