Ode aan de gevallenen van de loopmanie

Lopen is een virus. Lopen is een ziekte. Lopen is een verslaving. Niet voor iedereen, maar ik richt me nu tot de runjunks, en niet tot de toeschouwer die meewarig het hoofd schudt, terwijl die kudde spannend gebroekte medemensen met veel gevoel voor afpeigering zijn terras met pintje passeert. Ik kan aan hem niet uitleggen hoe je verslaafd wordt, ik kan alleen de schouders ophalen en vaststellen dat we dat zijn. De niet-junk denkt dat hij de beste keuze heeft gemaakt. De junk denkt dat ook.

Heeft een loper altijd zin om te lopen? Neen. Soms gaat er een enorme zuigkracht uit van de zetel, soms zijn andere activiteiten interessanter, soms hoeft het allemaal niet. Ook een alcoholicus laat al eens een pint staan, en al helemaal als er net een paar pinten niet op hun plaats bleven en ze ongewild werden herkauwd.

Symptomen van de loopmaniak

Wanneer kan je zeggen dat de loopteek zich op je heeft vastgezet? Een checklist voor wie in de gevarenzone zit:

Rattenkoning

Rattenkoning

  • Je ervaart een gevoel van onrust als je een paar dagen niet hebt gelopen.
  • Je loopschoenen nemen meer plaats in dan je gewone schoenen.
  • Je behaalde medailles zitten vernesteld als een rattenkoning.
  • Je vindt het moeilijk om niet over je verslaving te praten.
  • Je ogen glinsteren als je uitweidt over gedenkwaardige loopmomenten.
  • Als je autorijdt, heb je het altijd gezien als er een loper passeert. Ondertussen worden er allerlei inschattingen gemaakt over de loper/loopster: loopstijl, loopervaring,…
  • Je hebt een mening over de loper die jij passeert: je bent sneller.
  • Je hebt een mening over de loper die jou passeert: hij doet het waarschijnlijk verkeerd of hij loopt maar korte afstanden.
  • Je ervaart een licht gevoel van opwinding bij het betreden van een loopwinkel. Je streelt de daar aanwezige loopschoenen.
  • Je ervaart een licht gevoel van opwinding bij de lancering van een nieuw sporthorloge (al kan dit ook een afwijkende vorm van gadgetgekte zijn).
  • Om het even hoe opgefokt je dag was: van zodra je je loopschoenen vastvetert en de eerste stappen buitenshuis zet, voel je het bloed weer stromen en herverbind je je met je lichaam. Je herinnert je dat je meer bent dan je hoofd. Je landt daarna ontspannen in je nest.
  • Je daagt jezelf uit om je grenzen te verleggen, schrijft je in voor wedstrijden met ambitieuze doelstellingen.
  • Waar je loopt is niet belangrijk, de wereld is een looppiste.
  • Je probeert en gaat op je bakkes.
  • Je probeert en overtreft je stoutste verwachtingen.
  • Je geniet van dat geweldig geschenk dat het menselijk lichaam is.

Als je minstens de helft van bovenstaande symptomen herkent, is de ziekte chronisch. Maar er is nog een categorie lopers die in de kou blijft staan.

De vergeten loper

chesspieceElke strijd maakt slachtoffers. De helden worden bejubeld, de overwinning gevierd, maar de tol is zwaar. Onder het feestgewoel kermen de gewonden.

Pezen werden repetitief aangespannen en gelost als het schuifje dat sinds jaar en dag bij IKEA wordt geopend en gesloten. Spieren werden gebald, botten poogden zichzelf voortdurend te versterken om de dreunen te ondervangen. Het hart pompte koortsachtig, de longen zogen zich tot barstens toe vol, knieën en heupen volgden het moordende ritme van de tredmolen. De limietsnaren werden beroerd, de grenzen werden afgetast. En hoe manifesteert de grens zich? Helaas af en toe door er over te stappen, achterom te kijken en te zien dat je er voorbij bent.

Wie geregeld kilometers maalt, voelt even vaak een pijnscheutje of ongemakje, dat krijg je er gratis bij, bij die hobby. No big deal.  Iets verontrustender zijn de terugkerende pijntjes, de meer hardnekkige vormen, zeg maar.  En plots is er die training of wedstrijd waar Pijn (met hoofdletter) aanwezig is.  Aanwezig als een muur waar je niet naast kan kijken.  Dit keer on-negeerbaar.  Of toch, je kan die nog één volgende keer negeren, om jezelf ervan te overtuigen dat het nu écht teveel was.

R0001267-bewerktTijd om de dokter op je los te laten.  Tijd om prentjes te laten maken van je lichaam.  Tijd om je te laten betasten door een kinesist.  “Je flovius frivolius flexus fafalius is ontstoken, meneer.”  Iets Latijns heeft het begeven in je lichaam, dat heb je met die dode talen natuurlijk. Met wat geluk is de diagnose snel gemaakt en eenvoudig te bestrijden.  De verdoemden zijn zij die in het duister blijven tasten en tevergeefs klauwen naar de exacte oorzaak.  In alle gevallen is er het onvermijdelijke andere hoofletterwoord dat valt: Rust.  Bijna zonder pauze gevolgd door jouw prangende vraag “Hoelang?”

De beentjes moeten dus stilgelegd worden en dat zorgt voor een mixed bag of feelings.  Op momenten dat de moraal hoog is, bekijk je het als een gezonde rustpauze voor het lichaam, tijd om te herbronnen, ontgiften (bijzonder populair woordje rond nieuwjaar), de carrosserie op kracht te laten komen.  Groot onderhoud, de sportkar binnensteken in de garage.  De natuur die je zachtjes dwingt tot onthaasting.  Op andere momenten is er heel wat minder mantel der liefde ter beschikking om het baalgevoel te maskeren.  Dan kan je die verwaande aanstellers met hun hypergezonde lichaampjes wel in de kuiten bijten, terwijl ze paraderen rond de Watersportbaan.

Het geloof in eigen kunnen, no limits, het behoren tot iets wat groter is dan jezelf en dat we kunnen omschrijven als de loperscommunity, die gemeenschappelijke passie die ons verbindt met anderen, is even zoek.  De partybus is vertrokken en je hebt ‘m gemist.  Ineens is het jij tegen de rest van de fitte wereld. Ze spreken een andere taal.  Ze delen vol overgave hun ambitieuze doelen, fabuleuze wedstrijden, schaamteloos het lopersgenot etalerend.  Het is niet dat je hen dat niet gunt, maar het is niet jouw woordenschat nu.  Die gaat van blessure, dokter, kinesist, rust, ontsteking,… Blessure begint met bl, zoals in blablabla en je weet gewoon dat dat is wat uiteindelijk wordt gehoord.  Er valt niet veel interessants over te vertellen. Je speelt Scrabble, maar er zijn maar een beperkt aantal woordjes mogelijk, you can’t win.  Je praat er niet graag over, omdat je jezelf dan hoort herhalen als een slechte cassette (sorry, ‘t is 2014, een slechte playlist op Spotify).  In overtreffende trap: niets is mooier dan samen met je partner het renvirus te hebben, maar op momenten dat je in het andere kamp zit, is het des te lastiger.  “Ik ga lopen he?” “Hmf, ok…”.  Ik herinner me hoe ik in de voorbereiding van mijn eerste marathon ineens het verdict shin splints op mijn bord kreeg.  De groep waarmee ik trainde, begon aan zijn zwaarste trainingslopen en ik zat mijn tijd te verdoen bij de kinesist.  Ik bracht hen eens voor een training een bezoekje, zij in spandex, ik in jeans en ik kon wel bleiten bij zoveel contrast.

Er is nog iets wat er je van weerhoudt je verhaal in geuren en kleuren te vertellen: schuldgevoel.  Doorgaans kan je achteraf wel pinpointen welke inspanning niet in het rijtje thuishoorde, welke brug te ver was en waar het kalf ineens was verdronken. Als je ‘t zelf niet ziet, wordt de conclusie mogelijks voor jou gemaakt: “Natuurlijk is hij geblesseerd!  Die deed dit en dat en daar, en zus en zo en dat is veel te veel he! Die heeft helemaal niet naar zijn lichaam geluisterd!”.  Blikkend in de achteruitkijkspiegel zie je uiteraard de rondslingerende brokstukken.  De waarheid is complexer: dat je moet luisteren naar je lichaam is een waarheid als een koe en hangt als een tegeltje vastgespijkerd in de schedel van elke loper.  Maar soms mag dat lichaam dan wel wat luider praten.  Soms praat het onverstaanbaar en voelt de pijn als binnensmonds gemompel, niet meer.  Soms gedraagt het lichaam zich als de doodbrave echtgenoot in een perfect gezinnetje. Hij is al jaren de goedheid zelve en ineens, op een fatale dag, moordt hij zijn familie uit, omdat het hem teveel werd.  Luisteren naar je lichaam is ook moeilijk, als dat impliceert dat je je loopschoenen zal moeten ophangen.  Onbewust schuiven we dit voor ons uit, en om dezelfde reden staan we niet te springen om de huiswitjas een bezoekje te brengen.  Wat niet weet, niet deert toch?

Voor alle verloren zielen die zich hierin herkennen: er is begrip van je fellow lopers, you never walk alone!  Op dit eigenste moment zijn er medelopers hun wonden aan het likken.  Op andere tijdstippen werkt jouw lichaam mee, en zijn er anderen die pech hebben.  Sometimes you’re ahead, sometimes you’re behind.  Akkoord, in stilte zijn de haves blij dat ze niet in je schoenen lopen, maar dat is omdat ze maar al te goed weten wat het is om niet te kunnen dartelen in de weide en om hun inwendig paard de sporen te kunnen geven.  Het is alleen zo verdomd moeilijk om zalvende woorden te vinden voor de kreupele: je weet duivels goed wat het is, maar je ligt er nu niet mee in de knoop.  Je wenst het die ander zo hard toe dat het volgende loopje zonder alarmerende ongemakken wordt overbrugd, maar je staat machteloos.  Raad en daad zitten klaar, maar meer dan wat porren aan de oppervlakte kan je niet.

Ons hart is altijd een beetje bij de gewonden: net als het loopgeloof op een dieptepunt zit en lopen geen deel uitmaakt van ons agenda, zijn we in ons diepste wezen een Loper.

Elke strijd maakt slachtoffers. De helden worden bejubeld, de overwinning gevierd, maar de tol is zwaar. Onder het feestgewoel kermen de gewonden.

 

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

90 − = 84

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>