Jurassic Coast Challenge 2014

Ruim 2 weken en 5OO km geleden bevonden mijn voeten zich op de Engelse kust met de bedoeling zich te mengen in een loopgevecht, genaamd Jurassic Coast Challenge. Ik heb al wat prentjes op Facebook afgevuurd, maar het zou te jammer zijn er verder geen woorden aan vuil te maken. Ook kan ik de foto’s hier opblazen, zodat ze alle pixels van je scherm beklimmen. En nog doe ik hen daarmee tekort.

Jurassic Coast Challenge was mijn eerste meerdaagse loopevent: 3 days, 3 marathons, 2 feet. Ik zag het als een interessante training om te zien hoe mijn lijf omgaat met de toenemende vermoeidheid en hoe het is om steeds minder fris aan de start te komen. Als je de zuidwestkust van Engeland een beetje kent, weet je ook dat het platste daar een bord bonen is. Er wordt wat afgeheuveld daar en dat vertaalt zich in een heerlijk verfrommeld landschap. Vermits het doel dit jaar toch is mijn innerlijke bergbok te trainen (ik overweeg zelfs bokkenpootjes te laten plaatsen), zijn alle hoogtemeters welgekomen.

Omdat het leuker is om zoiets met twee te doen, en omdat Timothy Galle ook zijn bok aan het dresseren is, en omdat Timothy Galle ook zot genoeg te krijgen is om dit te proberen en omdat Timothy Galle vlot hetzelfde tempo als ik aankan (en misschien vlotter), pols ik bij (je raadt het al) Timothy Galle of hij niet geïnteresseerd is om me te vergezellen. Na ongeveer 3 seconden bedenktijd stemt mr. T. toe.

Donderdagnamiddag snorren we naar Calais met de bedoeling de onderwatertrein te nemen richting Folkestone. We mogen een tjoek vroeger nemen dan gepland, wat een meevallertje is. De eerste keer dat ik die buis neem en het moet gezegd: dat gaat bijzonder vlot! De aankleding van die trein is wel wat magertjes, een bloemetje en leuke gordijntjes hadden nog gemogen. Maar ‘t is crisis voor iedereen wellicht, en voor de landschappen moet je niet door ‘t raam kijken. Wijl we onder water waren, blijken de baanvakken stiekem gewisseld te zijn, want er wordt bij het buitenbollen ineens verwacht dat we op het linkerbaanvak rijden. Die gekke Britten toch. Op Engelse bodem gaat alles ineens een pak minder vlot: files, stortregens, en ronde punten waar eens goed moet worden nagedacht en waar ik in het begin steevast naar de verkeerde kant staar of er geen gevaar afkomt.

We komen aan in de headquarters rond 22u en registreren ons. We kopen voedselbons en we krijgen het nummer toegewezen van de caravan waar we logeren. Daar is onze roommate Joshua al aanwezig: een vlotte Brit die 2 jaar in Australië zat, in India een vijfdaagse uitliep van een 200km en eruit ziet alsof hij in de vrije natuur zou overleven door het opvangen van dauwdruppels en het pletten van insecten. De survivalskills die ik hem toeschrijf verdwijnen als sneeuw voor de zon als hij wat hulpeloos zegt dat hij het gasvuurtje niet aankreeg, waardoor het daar ijskoud is. We proberen ook, maar het aansteekmechanisme werkt gewoon niet meer. Bij gebrek aan vuurstenen geven we het op voor die dag. Gelukkig hebben de kamertjes individuele radiatortjes, waardoor het net iets warmer wordt als buiten. Over de kamertjes gesproken: Joshua won door zijn vroegere aankomst de hoofdprijs en neemt het ouderlijk bed in. Timothy en ik moeten het bijgevolg elk stellen met een kinderkamer. Gestrekt liggen mijn voeten uit bed, en als ik op mijn zij lig, priemen mijn knieën naar buiten. Voor de heerlijke nachtrust zijn we hier dus niet :-).

Dag 1

De eerste dag neemt het meeste voorbereiding in: er is een verplichte materiaallijst (waar ik met een aantal zorgwekkende leemtes zit, als daar zijn: een waterdichte map voor de kaarten, een analoog kompas,…) en we moeten er ons van gewissen dat we dat die verplichte spullen op een of andere manier aan ons lichaam plakken, hangen of vasthaken. Elke dag is er namelijk een verplichte aanmelding met materiaalcontrole. De lijst wordt vrij grondig overlopen (vooral de eerste dag dan toch) en ik word geloofd als ik zeg dat mijn gps-horloge een kompas bevat. Wat niet helemaal gelogen is, maar ik zou nog liever rekenen op een bewolkte hemel voor mijn oriëntatie dan op het ietwat krakkemikkige systeem van mijn horloge. In elk geval, we raken elke dag probleemloos door de controle.

Ontbijt! Vergeet het klassieke carboloaden: er staan sausages, beans, eggs en bacon op het menu. De beans en het bacon laat ik voor wat het is (ik wil er niet aan denken wat ruim 42km schokken, gecombineerd met vet en gasvorming voor mezelf en mijn medelopers kan teweegbrengen), maar de eitjes en worst laat ik me welgevallen. Verder zijn er gelukkig ook cornflakes, yoghurt en honing, een heerlijk en krachtig tovermengsel als straks de hellingen in al hun ongenadige scheefheid toeslaan.

We missen de verplichte briefing voor de helft (schotels naar de caravan doen, bezoekje aan de pot) om al snel te merken dat we 1) beter vroeger aanwezig waren, want we worden overspoeld met terrein- en route informatie, en 2) het niet veel zin heeft aanwezig te zijn, want het gaat zo snel voor niet-Britten dat we gegarandeerd alles straks alweer vergeten zijn.

Vervolgens worden we de minibusjes ingejaagd en naar de start van de eerste etappe vervoerd. Onderweg kijken we al met grote ogen naar de prachtige landschappen: glooiende velden zover het oog rijkt. “Mocht ik een koe zijn, ik zou hier willen grazen!” floep ik er bewonderend uit.

Bij de start moet er gedibt worden: een soort van usbstick die in een paal moet worden geduwd om je vertrek te registeren.  Het dibben is ook verplicht bij elke post en bij de finish, wil je niet gediskwalificeerd worden. We dibben nogal achteraan in het startpeleton, al is dat op zich niet belangrijk. Al bij de eerste kilometers liggen een aantal heuvels voor ons uitgepeld. De expected finish time wordt al meteen stevig verhoogd, want de beklimmingen verslinden tijd en remmen de kilometers af. Geen probleem, dit is trail.

Memorabel op de eerste dag zijn het aantal ingenieuze draai- en klimsysteempjes waardoor je moest laveren om van de ene wei in de andere terecht te komen: moeilijk genoeg zodat een schaap de code niet kon kraken, maar niet te moeilijk, zodat ook een wandelaar ermee om kon gaan. Vermits we als lopers ergens tussen die twee intelligenties in dobberen (vooral bij ultralopen treedt een soort van degeneratie richting mensaap op, naarmate de kilometers vorderen), is het soms even puzzelen geblazen om op de volgende lap groen te raken. De route is overigens niet aangeduid zoals we dat in ons contreien gewoon zijn, maar er wordt verwacht dat je het Coastal Path volgt, ook soms aangegeven als een eikeltje.  Als volwaardige Scrats volgen we dus het eikeltje, enfin, het merendeel van de tijd volgen we indien mogelijk gemakshalve onze voorlopers ;-). Wat rariteiten zijn niet uitgesloten: of het op dag 1 of 2 is, weet ik niet meer, maar een bordje dat ons verwittigt voor vallende kliffen, en ons verplicht om te lopen, doet ons uiteindelijk belanden in beprikkeldrade weiden, waar iedereen iedereen helpt om de overkant te bereiken zonder een geperforeerde huid.

Een verraderlijk hardnekkig stuk is een zone steenstrand waar we bij elke stap ons voeten zien wegzinken. We vertikken het om te wandelen (wat de meesten doen), maar het zuigt de energie uit ons.

Een constante: de prachtige landschappen! De foto’s zouden voor zich moeten spreken, maar een plaatje kan nooit hetzelfde omringende gevoel van grootsheid en ruimte weergeven. Adembenemend.

De finish komt er na ruim 42 km en meer dan +1000 hoogtemeters en is aan de headquarters. Check, we zijn 1/3 ver in de uitdaging! Begeleidend gevoel bij aankomst: afwachtende opluchting. Enerzijds blij dat we het haalden, moe maar voldaan, maar in spannende afwachting van hoe het morgen wordt.

Het beste komt erna: een douche waarvan ik wenste dat hij nooit ophield :-). De kraan wordt toegedraaid door de gedachte dat Joshua ook nog moet douchen, en niet omdat ik wil stoppen: er is nooit voldoende water over je gespoeld na een zware loop. De avond verloopt vanaf dan héél rustig: er staat pasta op het menu, dan richting caravan om nog wat te lezen en tijdig de nacht in te zinken.

Dag 2

Eerlijk is eerlijk: het is niet met volle goesting dat ik de tweede dag aanvat. Waar het de eerste dag quasi droog is gebleven, ziet het er op dag 2 niet goed uit.  Regen en wind hadden de ganse nacht de caravan geranseld en de idee dat ik episode 2 in die omstandigheden zou moeten doorbrengen, doet me zin krijgen om diep onder mijn dekens weg te kruipen (weliswaar met ontblote voeten uit het bed stekend). Het zou uiteindelijk de ganse dag zonnig weer worden, alleen de altijd aanwezige wind zou voor wat ongemak zorgen. But hey, this is England, dus: dank de weergoden dat het niet regent!

Timothy en ik slagen er deze keer in de volledige briefing en de start te missen, omdat we zo nodig de vaat in de caravan moeten terugbrengen. De startdib is iets vroeger dan vooropgesteld, waardoor de anderen maar poppetjes meer zijn in de verte op het moment dat ook wij eraan beginnen. De benen gedragen zich vandaag anders dan gisteren: een beetje lui om te starten, en rond de 20 km voel ik een dipje, dat gelukkig na een paar kilometer weer verdwijnt.  Gedenkwaardig op de tweede dag: het gebied rond Portland: rotsen, ruïnes. Ook een van de posten: een schiereilandje met vuurtoren waar we naar afdalen. De tweede dag eindigt in een drafje bij een lange afdaling van een betrapte heuvel. Gevoel bij aankomst: afwachtende opluchting ;-).

Ruim 44 km en meer dan 1000m opwaarts.

De tocht naar de caravan leert ons dat 1) er verschillende spiergroepen meehelpen bij het beklimmen en afdalen van heuvels, en waar deze zijn gelegen, en 2) dat we dan misschien stijve benen hebben, maar dat sommige lopers er een pak erger aan toe zijn, getuige de mankende medemensen richting hun caravan.

De gaskachel werkt nu wél in de caravan, omdat ik de receptie ‘s morgens verwittigd had van het manco, waardoor de machtige douche wordt gevolgd door nog wat gezellig languit lezen in de zetel. Ik ga tijdig slapen, maar het wordt een onrustige nacht, nerveus voor wat de derde dag zal brengen.  Ook de wetenschap dat ik vroeg uit de veren moet, vergalt de slaapkwaliteit.

Dag 3

Na de briefing (waarvan we maar het eerste kwart missen) vol bizarre kronkels als “don’t lick anything in the military domain”, “follow the left side of the wood blocks” en “what’s on the map is wrong at that part”, worden we door de busjes naar de slachtbank gebracht. We lopen vandaag bij de kopgroep (omdat we als een van de eersten dibben) en worden alweer in ons enthousiasme getemperd door de eerste, stevige heuvels. Het parcours leidt ons door een militaire zone, waarvan we werden geadviseerd tussen de gele paaltjes te blijven, kwestie van niet als target, maar als citizens passing through gezien te worden. Geen fluitende kogels, alleen zoeken naar de juiste route, en gelukkig hebben we een aboriginal/spoorzoeker in ons buurt, waar we stiekem wat in de buurt van blijven lopen. Hij voelt zich (tot onze voldoening) geroepen om onze gids te spelen.

De benen op dag 3 voelen moe, maar het is verbazingwekkend en geruststellend hoeveel loopvermogen er nog latent aanwezig is in de belaste pootjes. Het moet gezegd worden: de grillige route met hier en daar zijn onduidelijkheden, houdt de geesten ook voldoende bezig, waardoor de ongemakjes minder worden opgemerkt. Tot km 33 gaat alles vlot. Dan lopen we langs een kort stukje strand, en terwijl ik nog denk “Amai die stenen zien er nogal glad uit”, ga ik boem patat tegen de vlakte. Ik val plat op mijn buik, polsen en dijen en het is enorm pijnlijk. Het eerste moment duizel ik wat, en ik zou kunnen bleiten. Ik denk ook meteen aan hoever ik zit en wat dit zou kunnen betekenen voor onze uitdaging.  Ik ga even zitten, wordt geholpen door Timothy en 2 lopers die in onze buurt liepen, en probeer heel langzaam weer te wandelen.  Timothy ging trouwens ook onderuit op dat moment, maar zonder blikschade.Na een paar minuutjes wil ik weer proberen lopen, als Timothy bezorgd zegt: “Als het niet gaat, moet je niet lopen!”. Meteen ook het eerste moment dat ik weer kan lachen sinds mijn val. Het eerste stukje loopt wat vierkant, maar al gauw voel ik mijn krachten terugkomen (en met de krachten, het optimisme).

Na nog wat kleine navigatiefoutjes komen we dan toch terecht op het laatste stuk aan het strand: daar wacht ons nog een strook zand van 5 km richting finish. Het valt beter mee dan verwacht (beter dan het keitjesstrand van dag 1), en waar we vermoeden dat het eindpunt zich bevindt, tekent zich een regenboog af :-). De symboliek interesseert Moeder Natuur uiteraard geen bal, maar het is toch een mooi toeval om het driedaags avontuur mee af te sluiten. De laatste dib en dan… it is done! We zijn er! We hebben het gehaald, en we zijn er vanaf!

Op de teller komt nog eens ruim 44 km en 12oom bergop! In de rangschikking worden we 26 en 27 van 141 finishers. We liepen niet voor een tijd, maar we vinden het niet onverdienstelijk.

Veel tijd om na te genieten is er niet, want de douche moet vandaag snel, dan valiezen maken, auto in en snorren naar de trein om voor middernacht mijn geliefde weer in de armen te sluiten :-).

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

9 + 1 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>