X-Alpine – Trail Verbier Saint-Bernard 2014

Modder! Sneeuw! Regen! Wind! Mist! Glijden! Vallen! Opstaan! Slakken! Paarden! Koeien! Hond! Supporters! Liefde! Spaghetti! Klungelen! Breken! Klimmen! Dalen! Kramp-achtig! Haardvuur! Enzovoorts! Enzoverder!

En dat allemaal op één dag… Het was me wel het avontuurtje. Dat het loodzwaar ging worden, kon ik wel verwachten. Wat het exact zo zwaar ging maken, dat kon ik toen nog niet beseffen.

Avant

We zijn donderdagochtend 10 juli, ik laad mijn loop- en reisspullen in de wagen en neem afscheid van Lieselot: ik vertrek naar Verbier in Zwitserland voor deelname aan de Trail Verbier Saint-Bernard, de X-Alpine. Je kan ook voor een kortere afstand kiezen, maar mijn bedoeling is om te kijken wat er gebeurt eens je voorbij de magische grens van 100 km bent, met daar bovenop een hoop meer klimmen en dalen dan ik tot dusver in een loop had gecombineerd. Aangekondigd: 111 km en 8600 hoogtemeters (en evenveel dalen, want de deelnemers komen aan het einde van de rit weer aan bij de start – het klinkt een beetje zinloos, ik weet het). Op mijn langste wedstrijd tot dusver was ik ruim 14 uur onderweg, en de pijp was tegen dan uit: alle tabak opgerookt en de pijp zelf die al smeulde. Wat als daar nog extra uren inspanning bijkomen? Herschikt er zich iets in je hoofd, waardoor je je mentaal instelt op die nieuwe realiteit, of ligt mijn fysieke grens op 14u? De X-Alpine zou alleszins een buitenkansje zijn om daarachter te komen: er moet vooraf beslist worden op welk uur je wil starten: de haasjes mogen om 4u vertrekken (=zij die er minder dan 28 uur zouden over doen), de schildpadjes om 1u (=zij die schatten meer dan 26,5 uur onderweg te zijn). De tussensoortjes – de hazenpadjes(?) tussen 26,5 en 28 uur – mogen zelf kiezen.

Behoudens het feit dat ik daardoor al een voorgevoel krijg dat ze niet op mij gaan moeten wachten om te beginnen eten die dag, word ik direct voor een vervelend dilemma gesteld: om 1u starten en riskeren dat ik voor nog gesloten deuren sta bij de eerste post, of om 4u starten en dus om 3u opstaan na een kort woelnachtje. Ondertussen heb ik geen flauw benul hoelang ik over zo’n wedstrijd doe. Ik kies voor de start om 1u: het lijkt me leuker om wat vroeger te beginnen met een fris hoofd, en daardoor ook niet té lang in de volgende nacht te moeten doorgaan. Zo hoop ik althans.

Waar Lieselot en ik anders samen vertrekken voor een wedstrijd, gaat dit deze keer niet door: de afstand die zij anders zou lopen, is volzet, en die donderdag en vrijdag verlof krijgen, lukt niet. Plan B dan maar: ik vertrek met de wagen, Lieselot reist af op zaterdag via trein-vliegtuig-trein-bus. Ik zal ondertussen gestart zijn, hopelijk nog volop bezig en ze heeft de intentie van zeker aan de finish te staan, en waar mogelijk ook aan sommige posten op te duiken. Aanmoediging aan het start is niet voorzien, maar dat is sowieso het moment waarop je het meest fris bent van de ganse race: de motor is maar net gestart. Na het al dan niet finishen, zal het een zondag vol chilling worden; maandag terugkeer naar België.

Ik heb de ganse week angstvallig het weerbericht geraadpleegd, maar de resultaten waren unaniem dezelfde: vrijdagnacht, zaterdag: 100% kans op regen. Alle weergoden op alle sites vertelden hetzelfde, geen refresh kon daar verandering in brengen. Na de natte Marathon du Mont Blanc niet direct iets om naar uit te kijken.

Donderdagavond na aankomst en vrijdag breng ik in relatieve ledigheid door in en rond het hotel. Ik haal mijn startnummer op, laat het verplichte materiaal controleren (“Dju, mijn wantjes vergeten meebrengen”) en zie een aankondiging aan de infostand: door het slechte weer, is het blijkbaar allemaal wat gevaarlijker hossen in de bergen, en wordt de eerste piek (die nachtelijk zou worden aangevallen) geschrapt. De tweede en hoogste bergtjoep moet daardoor in één beweging worden overwonnen. Het startuur is verlaat naar 5u ‘s morgens en voor iedereen hetzelfde, en bijgevolg wordt er voor het eerst gepiekt bij klaarlichte dag.

Gewijzigde route en hoogteprofiel

Gewijzigde route en hoogteprofiel

Ik baal: minder kilometers en hoogtemeters dan aangekondigd… Tegelijk besef ik, dat dit voor onze eigen veiligheid is én dat dat meestal niet betekent dat het gemakkelijker gaat worden. Marathon du Mont Blanc was iets minder hoogtemeters, maar de modder heeft dat ruimschoots gecompeoverkannseerd. Waar ik nog meer voor baal: 5u ‘s ochtends! Dus deze woelrat gaat weer zo’n kort nachtje tegemoet, start met een slaapkop, en eindigt 4 u later in de volgende nacht dan vooraf gedacht. Het luchtballonnetje met daarin de gedachte dat ik misschien voor middernacht kan eindigen, blaas ik dan alvast weg.

Vrijdagavond leg ik al mijn spulletjes klaar, eet nog wat sandwichkes met honing en probeer de slaap te vatten. Ik droom niét van de wedstrijd, maar bij elk ontwaken gaat die toch door mijn hoofd en zie ik het uur van opstaan met een bang hartje naderen. Tot het alarm ongenadig zijn getuut inzet en ik in een fractie van een seconde besef dat De Langste Dag van start gaat.

Le jour

De wekker stond op 4u, in mijn tijdsrekening ruim voldoende, volgens Lieselot veel te nipt. Het aantrekken van het harnas en het schikken van de wapenuitrusting gaat effectief niet zo vlot als alweer verkeerdelijk ingeschat. Ik geef wat voorbeeldjes: foute hartslagmetersensor mee (eentje die niet samenwerkt met mijn horloge, waardoor ik dan maar mijn toevlucht neem tot het Mio polsbandje: heel handig, beter dan rond de borst, maar met een batterijduur van maximum 10u, dus ik moet ook het laadkabeltje en een externe batterij voorzien om tussendoor een uurtje te herladen). Ik had ook een soort kleefband mee om een deel van mijn rug te beschermen tegen schuring van de rugzak, maar geen schaar om die te knippen, en omwille van de elastische aard van de band was het onmogelijk daar een stuk van te krijgen zonder dat alles begon samen te trekken in een soort van kleverig trosje. Geen kleefband dan maar. Ik slaag er toch maar weer in om met al dat gefrunnik maar te arriveren om 4u51 voor de finish. Zoals gewoonlijk mis ik de uitleg daardoor grotendeels en de opzwepende startmuziek hoor ik vanop het laatste preventief sanitaire persbericht. Terwijl er wordt afgeteld, ben ik nog volop mijn poles aan het openplooien. En weg zijn wij! Start de horloges! (Er verschijnt ook nog een boodschap op mijn horloge, die ik met een half oog lees, en waar ik later nog spijt zou van krijgen).

De eerste klim naar Le Chatêau was traditoneel aanschuiven: 362 lopers die na het verlaten van de dorpsstraatjes samentroepen op een single track, dat vraagt om files. Je tempo is het tempo van de groep. Toch zijn er ook die langs graskantjes en via de pechstrook plaatsjes naar voor glippen en niet kunnen wachten zoals ieder ander doet. Dat ergert me een beetje. Next: de afdaling, en die is al niet meer zo traditioneel: het parcours ziet er nog redelijk droog uit, maar in werkelijkheid zijn de uitstekende boomwortels bijzonder glibberig, waardoor ik menigmaal een bijna-val maak. Ik begin me af te vragen of het aan mij of mijn schoenen ligt, tot ik een paar plaatsen voor mij een vrouw onderuit zie gaan. Wat op een eigenaardige manier geruststellend werkt.

Ergens in dit deel van het parcours, loop ik een tijdje samen met een Portugese Engelsman en we filosoferen een tijdlang gezellig samen over zin en onzin van het lange afstandlopen, traillopen, loopschoenen, wedstrijden,… Na de eerste stop aan Sembrancher verliezen we elkaar uit het oog, en zo is het ook goed: elk loopt zijn tempo en doet zijn wedstrijd, en dat ritme is belangrijk om het een lange tijd vol te houden.

We zijn afgedaald tot zo’n 700 meter boven zeeniveau en we moeten nu onze lichamen verplaatsen naar ruim 2800 meter. Dat is een hoop potentiële energie dat we moeten opbouwen, leert de natuurkundeles me. 22 kilometer stijgen ook; dat klinkt niet gemakkelijk. De klim duurt uren en gaat stapvoets. Sporadisch word ik voorbijgestoken, af en toe wandel ik een ander voorbij, en ondertussen word mijn hartslag ook constant de hoogte in gejaagd. Anders let ik er niet echt op, maar nu houd ik mijn hartslag in het oog. Opletten dat ik niet te diep ga, want anders houd ik het niet vol. Hijgend kom ik aan in Orny, boven de sneeuwgrens en verwelkomd door het standbeeld van een steenbok. Was ik maar Steenbok in plaats van Ram, denk ik. Er is een checkpoint en een berghut, waar het binnen lekker warm is en iedereen zichzelf wat kan bijeenrapen. Haastig wat knabbels en drinken naar binnen werken, daar doet men niet aan mee. Iedereen neemt wat de tijd om te bekomen, gaat even zitten, warmt zich wat of trekt extra laagjes aan. Zei ik al dat het tot nu toe vrij droog is gebleven? Het is te zeggen: er hangt een continue, natmakende mist, maar regenen doet het niet echt.

Ik neem de poles weer ter hand en begin af te dalen. Voor wie in de veronderstelling is dat afdalen een soort freewheelen naar beneden is, wil ik meteen al dat ballonnetje doorprikken: het gebeurt niet zo vaak dat je in de bergen naar beneden kan stormen: vaak is het een combinatie van voorzichtig stenen vermijden en afremmen met de quadriceps. Of op je gezicht gaan. Dat is helaas nu niet anders: de afdaling is zo stijl dat het veel vergt van mijn benen, en ik voel sluimerende krampen opkomen in de quadriceps van mijn linkerdij. Ai… nog zo vroeg in de wedstrijd en mijn spieren beginnen al tegen te werken? Dat is een onrustwekkend teken… Een Duitser (het mannelijk deel van een trail-koppel aan wie ik aanbood hen te fotograferen, toen ze kiekjes aan het nemen waren op een brugje) biedt me spontaan een zout-met-magnesium-pil aan om de aanstormende kramp te bezweren. Of dat baadt, weet ik niet, maar schaden zal het ook niet. Waaraan ik ook nog denk: ik ben linkshandig en -benig en bij een klim heb ik dan ook de neiging om in eerste instantie mijn linkerbeen te gebruiken om op een hogere steen te stappen. Daardoor wordt mijn linkerbeen systematisch wat zwaarder belast. Mijn aandachtspunt wordt dus: eerder mijn rechterbeen gaan gebruiken voor de opstapjes. De kramp blijft nog een hele poos sluimeren, maar verdwijnt toch voorlopig wat naar de achtergrond.

Ik leer ook vanallles: gras kan aan de randen van een bergpad opzij groeien, wat betekent dat daaronder geen grond zit, maar alleen maar ander horizontaal gras. Dat biedt niet veel stabiliteit, maar gelukkig trek ik snel genoeg mijn voet terug en ga ik niet richting afgrond.

In elk geval: als ik La Fouly binnenwandel, is de moed me in de schoenen gezakt: een marathon ver, al een eeuwigheid onderweg, en het gevoel dat de energietank door die eerst klimmen en afdalingen al volledig in het rood staat. Ik verstuur wat deprimerende berichtjes, heb er al helemaal geen zin meer in, en hoor dan iemand zeggen dat nu een totaal andere wedstrijd begint: de komende klim zou iets gemakkelijker zijn. Dat is wat me weer wat oppept. De korte pauze heeft me ook nieuwe energie gegeven en het eerstvolgende deel is inderdaad een mildere klim. Zo slecht zijn die bergen nog niet. Onderweg maak ik kennis met een trailhond: ik ben niet zo goed in hondenmerken, maar ik denk dat het een uit de kluiten gewassen bulldog is die zijn baasjes vergezeld op hun tocht. Het plan is niet dat hij de ganse tocht doet, maar het beest is toch al meer dan 50 kilometer onderweg, en schijnt nog wel even te kunnen doorgaan, zo getuige de manier waarop hij zichzelf voor zijn baasjes uittrekt aan zijn halsband.

Aan alle mooie liedjes komt een eind, dus de klim wordt alweer zuurder: wist je dat bergen vooral hopen steen zijn, en dat die lelijk in de weg kunnen liggen? Van lopen is er geen sprake, er wordt vooral geklauterd, en we naderen de volgende sneeuwgrens. De batterij van mijn horloge heeft het ondertussen laten afweten, en dat komt voornamelijk omdat ik de vraag bij de start verkeerd hebt beantwoord: er stond toen blijkbaar iets in de stijl: “Het horloge staat in low power gps mode. Wilt u verschakelen naar normale modus? Ja/Neen”.  Ik las toen oppervlakkig: “… low powermodus… Ja/Neen” en vulde zelf de puntjes aan met “Bent u zeker dat u dat wilt?” Resultaat: een platte batterij na iets meer dan 10 uur, in plaats van de beloofde 50 uur in low power. Binnensmonds vloeken, je ergeren, en binnen de paar minuten de nieuwe realiteit aanvaarden, zo gaat dat, want je ergeren is nutteloos energieverlies, en de situatie kan toch niet veranderd worden. Dus: vanaf dan weet ik niet meer hoever ik zit, hoe hoog ik ondertussen geklommen ben, m.a.w. een beetje een stuurloos schip-gevoel. Maar wat ik wél weet, is dat ik nog menig uurtje voor de boeg heb, en dat ik bij elke post kan vragen hoe ver ik gevorderd ben. Dat zijn dingen om je dan aan vast te klampen.

Er wordt geklauterd op rotsblokken, van steen naar steen gesprongen, langs heel smalle padjes gewandeld, kettingen langs de zijkant, allemaal toch een beetje akelig, en ik hoop toch geen moment van duizeling of zo mee te maken nu. Dat kom je net iets beter tegen al liggend in je zetel. De klim gaat weer helemaal verder tot boven de sneeuwgrens en deze keer mogen we er ook met de pootjes door waden! Gefascineerd maak ik foto’s van de strookjes sneeuw, alsof het een zeldzaamheid betreft, maar ik zou nog pakken meer sneeuw tegenkomen. Een van de eigenschappen van sneeuw, en dan zeker als ze een beetje smelt van de reeds gepasseerde voetjes, is dat ze glad is! Mooi om naar te kijken, maar verraderlijk als drijfzand. De bestemming is Col du Grand Saint Bernard, en ik bedenk waarom ze een van de grootste honden een Saint-Bernard noemen. Een van de lopers neemt zijn beker en drinkt van het kristalheldere bergwater. Goed idee! Zuiverder dan hier vind je het niet!

Er is een rustpunt voorzien in alweer een berghut. Daar neem ik ook een sanitaire stop, en blijkbaar wordt wc-papier daar afzonderlijk in een vuilbakje verzameld, een beetje zoals in Turkije. Daar moet ik even over nadenken…. Waarom wordt wc-papier niet gewoon doorgesast? Misschien omdat het… dan meegaat met het smeltwater? Het beeld van Zuiverheid wordt in stukjes geschoten. Tegelijk: stel dat er heel af en toe zo’n drol het bergwater in wordt getorpedeerd: hoeveel fecale ppm (parts per million) bevat die rivier daardoor? Buiten de grenzen van de waarneming, ongetwijfeld.  Deze en honderdduizend andere gedachten gaan door mijn hoofd op zo’n lange tocht. Er is altijd wel iets te doen. Nu we toch bij dit onderwerp zitten: scheten! Tijdens zo’n tocht maalt men er niet echt meer om dat die af en toe de berglucht worden ingezonden. Toch stel ik een verhoogde activiteit vast in de windstreken, zowel bij mezelf als bij anderen. Ik wijt het aan de lagere luchtdruk en/of het veelvuldig serveren van koolzuurhoudende dranken aan de posten. Spuitwater wordt vaak geserveerd, en cola mag natuurlijk niet ontbreken.

Nog hoger moet het! Richting Col des Chevaux, alwaar zelfs daar een checkpoint is met 2 controleurs. (enfin, of het daar exact was, weet ik niet meer, op den duur vloeien namen en herinneringen door elkaar, en worden ze wazig).  Het scannertje crasht net op mijn label, en ik moet even wachten tot er is gereset en de satelliet weer bereikbaar is. Het scannen lukt, ik krijg een schouderklopje van de wachter, met een “Bonne decente!” erbovenop, en op dit moment is dit een heel hartverwarmende uitspraak. Een klein gebaar, maar voor mij bijzonder deugddoend. Er volgen dus nog veel sneeuwstroken, er is zelfs een stuk waar ik op mijn achterste val en naar beneden begin te glijden, en het vraagt de grootste moeite om mezelf te stoppen. De loper achter mij schiet in een lach en ik vraag: “No Youtube, please!” Dat is trouwens een constante: door het internationale deelnemersveld, schipper je constant tussen Frans en Engels, maar meestal is het Frans de voertaal. Na een tijdje gaan mijn gedachten dan ook in het Frans gaan beuzelen.

Het gebeurt al eens dat je tijdens een loop een riviertje moet oversteken. Meestal zijn er brugjes. Het gebeurt af en toe ook dat je van de een naar de andere steen moet springen om over te steken. In deze race gebeurt dit heel vaak. De stenen in het water liggen er niet speciaal bij om een pad te vormen voor de wandelaar, maar een beetje willekeurig, waardoor ik dikwijls verplicht ben een soort puzzel op te lossen om naar de overkant te raken. Soms is de oplossing fout, en krijg ik koude bergwatervoetjes.

Door het uitdoven van mijn sporthorloge, ben ik mijn gevoel voor afstand wat kwijt (op 10 km na weet ik het natuurlijk wel, maar wat nu écht de volgende post is, dat is nog even raden). Ik vermoed dat Bourg St. Pierre de volgende stop is, en dat is een stop waar ik helemaal naar uitkijk: ten eerste hoop ik dat Lieselot ondertussen haar reis heeft gemaakt en me op daar tegemoet komt, ten tweede is er de belofte van een warme maaltijd (spaghetti!), wat een welkome afwisseling zal zijn met de rozijnen, noten, koeken, cake en cola, en ten derde zal ik daar mijn zak met reservekleren, -gels, droge kousen,… terugvinden die de organisatie tot daar heeft vervoerd.

De weg klimt lichtjes als ik daar een vrouwelijke gestalte met een smartfonisch fototoestel zie staan. Het beeld is wazig, ik herken ze niet direct… en zij herkent me ook niet direct, maar het is… ja? Lieselot! Mijn ertjen springt naar alle kanten, we omhelzen elkaar uitbundig en het doet enorm deugd om haar na 16 oneindig lange uren op het parcours te ontmoeten! Samen lopen we het dorpje binnen en ik neem daar uitvoerig de tijd om droge kleren aan te trekken (ondertussen had het al een aantal keer met tussenpozen geregend), mijn buikje te vullen, bij te praten, mijn watervoorraad aan te vullen,… en ongemerkt gaat daar zelfs een uur voorbij. Dit is een heel moeilijk punt in de wedstrijd. We zitten 2/3 ver in de wedstrijd, de nacht valt, het is er gezellig en niemand heeft het gevoel nog energie op overschot te hebben. Geen wonder dus dat er aarzelend wordt vertrokken, ook door mij, maar de uitdaging moet worden voortgezet, en de mening van mijn gedachten hierrond is bijzaak. Dus: op naar de volgende top! Lieselot zal ik pas uren later terugzien in het volgende dal.

La nuit

De wedstrijd verandert nu van gedaante: de lampjes worden opgezet, er is mist die wordt afgewisseld met regen, en de tocht wordt zwijgend voortgezet. Iedereen is gefocust op dat lichtbundeltje en op de weg. Ravijnen en hindernissen zijn even aanwezig als overdag, maar nog verraderlijker door hun relatieve onzichtbaarheid. Drie uur duurt de klim. Veel stukken van het pad zijn bedekt met modder, waardoor het pad glibberig is geworden. Ik molenwiek wat af die dag.

Het pad staat ook ‘s nachts redelijk goed aangegeven d.m.v. linten, die nu ook hun reflecterende deeltjes blootgeven, waardoor ze ook vanop grotere afstand al zichtbaar zijn. Toch ontbreekt er hier en daar een lintje, of moet ik het stellen met een groene stip of een geverfd vlagje op het parcours. Twijfel over de juiste weg sluipt dan soms naar binnen. Trouwens, er moet niet alleen op de route worden gelet, ik zorg er ook best voor dat ik op het “pad” blijf; soms staart je lampje plots de dieperik in en is het zinvol wat van richting te veranderen. De mist en de koude lucht die ik uitadem stellen zich als een witte muur op tussen mij en wat ik wil zien.

De berghut waar ik zo naar verlang, is reeds een uur op voorhand zichtbaar, zo lijkt het, en wordt me veel te lang als een verleidelijke wortel voorgehouden. Als ik uiteindelijk aankom in de hut, heerst er een gelaten sfeer: de aanwezigen warmen zich aan het houtkacheltje en komen wat op krachten. Hoe verleidelijk ook, ik denk dat het geen goed idee is van aan die kachel te gaan plaatsnemen: de koude op die hoogte en dit uur van de nacht wordt er daarna alleen maar snijdender door. Ik stuur nog dat ik bang ben van de afdaling die me te wachten staat.

Waar het geglibber bij de klim al geen pretje is, wordt dit een ware nachtmerrie bij het afdalen: ik wil tempo maken, maar dat wordt voortdurend afgestraft door glijpartijen. Ik slaag er nauwelijks in om op de been te blijven. Ik begin er spontaan van te vloeken; er is toch niet direct volk in de buurt dat me hoort! Hoe moet ik nu in hemelsnaam naar beneden raken op die manier? Ik ben al zolang onderweg, en er wordt nog zoveel gevraagd aan concentratie; de zenuwen gieren door mijn lijf.

De stabiliteit is quasi nihil en mijn poles zijn dan ook een pure noodzaak! Tot ik achteroversla, mijn linkerpole vastgeklemd raakt, en ik met mijn volle gewicht daaraan ga hangen. *Krak* zegt de pole. Carbon is sterk, maar voorbij een bepaalde grens, plooit dat niet meer zo goed. Godver! Ik probeer in eerste instantie de pole wat te fixen, maar het onderste segment geeft er al snel weer de brui aan. Volgende oplossing dan maar: het onderste stuk eraf breken en een korte versie aan de linkerkant gebruiken, maar heel gemakkelijk gaat dat niet: af en toe gebruik ik die nog alsof hij nog zijn volle lengte heeft (een soort fantoompole), en dan duwt het ingekorte stukje een gat in de lucht en ga ik spontaan bijna kapseizen naar links. Op het moment dat ik het haast helemaal niet meer zie zitten, wordt de ondergrond gelukkig net iets milder, en kan ik mezelf toch ongeschonden naar beneden sukkelen. Tijdens het afdalen gaan gedachten als “Wij, de Modderprocessie” door mijn hoofd.

Lourtier wordt toch ongeschonden bereikt! Staat daar toch niet weer een gedaante met een lampje in zijn/haar hand, ik zeg vriendelijk “Bonjour” en passant, en ze antwoordt met “Schat?” – Jeej! Bekend volk! Omhelzen maar en samen het laatste stukje naar de voorlaatste tussenpost! De guardians zijn alweer alleraardigst, en het moet gezegd worden: de vrijwilligers zijn altijd vriendelijk, staan klaar voor ons, hoe laat het ondertussen ook is geworden. Vergeet niet dat de deelnemers heel gespreid passeren, en dus dat je als vrijwilliger uren aan een stuk paraat moet staan!

Je zou kunnen denken: nu nog 13 kilometertjes te gaan en het is in de sjakosj! Wat nu komt, is de zwaarste klim van de ganse wedstrijd! Op een afstand van een paar kilometer moeten we 1200 m de hoogte in… Ik weet gewoon dat het bereiken van de top nog 2 uur extra energie zal vragen, en het is dan nog de vraag hoe de afdaling er daarna uitziet. Een gewaarschuwd man is er twee waard, en dus zet ik schoorvoetend de beklimming in. Dat schoorvoeten is ook wel omdat het klimmen zo langzaam gaat. Pasje voor pasje, af en toe even uithijgen op de nog goede pole, en weer verder. Als ik uiteindelijk ook deze top bereik (de dageraad vervoegt zich bij me, het lampje mag gedoofd worden) en aankom bij de volgende berghut, zijg ik even neer op een stoel, doe wat energie op en vraag nog om wat geruststelling over de afdaling? “La descente? ça glisse!” Grrr… En het is niet gelogen, de afdaling glisset, de volgende episode in het neerwaarts geploeter! Tot overmaat van ramp heeft mijn linkerpole (of wat er van overschoot) er ondertussen volledig de brui aan gegeven, waardoor ik alle steun moet gaan zoeken bij die ene stok.

Tot dusver had ik het nog niet over muziek: muziek kan op moeilijke momenten echt steun geven onderweg: de pas bergop wordt iets steviger, de pijn wordt wat verzacht, er is wat verstrooiing bij de moeilijke afdaling,… Had ik al verteld dat ook dat niet van een leien dakje liep? Door allerlei omstandigheden (haperende playlists, platlopende batterijen, energie van de gsm willen sparen voor noodgevallen,…) bleef de troostende muziek beperkt tot, naar schatting, een tiental uur maximum.

Nog een gedachte: slakken! De bergen zitten vol naaktslakken, en die komen vooral ‘s nachts naar buiten! Ik zie er eentje richting afdaling schuiven, en ik vraag me af of dat een gevoel van snelheid genereert naar het gevoel van dat beestje. Ik zie ook een platgetrapte slak. Had die geweten dat er die dag een trail was, en dat er zoveel voetjes gingen passeren, die was wellicht gewoon in haar huisje, excuseer, naakt langs de kant blijven liggen.

Na het eerste deel naar beneden glibberen, wordt het pad een stukje vlak, en ik wist dat er een nog een stijl klimmetje kwam, tot blijkt dat die klim op een normale weg is…? Ik kan het bijna niet geloven, maar ik stap op een weg? Dan wordt het laatste stuk van de daling ingezet, nog steeds langs die weg? Om dan langs een pad verder te gaan, maar niet zo’n glibberding, maar eentje waar je je nog steeds lopend kan op voortbewegen? Dit is te mooi om waar te zijn? En ik zie Verbier! Steeds verder daal ik af, als een vliegtuig dat langzaam daalt, terwijl je onder jou de huisjes steeds groter ziet worden. En daar op de hoek… Lieselot! Als die hier is, is de finish nu héél dichtbij!

Ze juicht, ik juich terug, ik glunder, we lopen verder, straatje in en uit, pijlen volgend, langs nog 2 overgebleven supporters die ik gedurende het ganse traject steeds opnieuw tegenkwam en wiens supportale doorzettingsvermogen bewonderenswaardig is (idem voor Lieselot, die enkel een klein tukje ging doen tussendoor, maar voor de rest quasi de ganse nacht mijn doen en laten heeft gevolgd). Het is half acht, het ganse dorp slaapt nog voor de rest, de finishboog staat er; iemand van de organisatie wenst me proficiat. Ik loop over de finish, ik ben er! Het is gedaan! Ik mag stoppen met lopen! Ein-de-lijk! Na een calvarietocht van 26u35!  Ik omhels Lieselot, maar traantjes en heel grote emoties komen er niet meer uit: het is alsof die ondertussen allemaal de mond zijn gesnoerd. Er is ook een fotografe, die een finishfoto maakt voor een achtergrond, eens zonder en eens met Lieselot erbij. En er is de drankjesman, die me een watertje aanbiedt. Tot daar de aankomst van de meest memorabele loop van mijn leven :-). Maar of er nu een massa staat te juichen, of het zijn alleen wij tweeën die hier staan: ik heb het gehaald en ik voel me opgelucht, blij en trots, en dat kunnen ze me niet meer afnemen!

Achteraf blijkt dat ik 93ste ben geëindigd op 362 deelnemers. Frappanter: 190 deelnemers hebben opgegeven bij een van de posten! Een studierichting met een slagingspercentage onder de 50!

Eigenlijk zijn er die dag nog zoveel meer dingetjes gebeurt en gedachten gepasseerd, zelden zit is een dag zo vol en intens, en ik probeer die belevenis te delen, maar woorden zijn te beperkt om dit over te brengen. Hoe leg je uit hoe lastig het is om steeds te blijven doorgaan? Hoe je moet omgaan met de pijn en het ongemak? Waarom je dat doet? Hoe lang een dag kan duren? Was het iets moois? Zo durf ik het niet noemen, dat is niet het juiste woord. Leuk ook niet. Speciaal? Ja! Heb ik spijt dat ik deelnam? Neen! Het is een ervaring met een intensiteit die diep gaat en die je zo hard verbindt met het hier en nu, en het aardse, dat het je ten volle vult met het besef wat het is te leven en mens te zijn.

Foto’s volgen nog, en ik heb mijn tekst niet nagelezen (de fut is er even niet voor), maar dit ei moest eerst even worden gelegd, alvorens er teveel van verloren gaat, want de herinneringen vervagen snel.

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

1 Comment

Trackbacks/Pingbacks

  1. X-Alpine 2014 – prentjes | BizzyBee's BeeLife - […] verslagje van de X-Alpine trail had ik al gemaakt. Onderweg heb ik wat kiekjes proberen schieten, in de mate …

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

21 − = 17

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>