Het schijnt dat marathons zwaarder zijn dan trails (en andere misverstanden)

In Flanders Fields Marathon 2014. Ik loop naast Dominique, schepen van Ieper en BI (Bekende Ieperaar). Dat hij schepen is van Ieper, wist ik doordat ik in zijn buurt liep en ik continu hoorde roepen “Komaan, Dominique!”, “Goed bezig, Dominique!”, tot ik op een gegeven moment vroeg aan het groepje achter mij: “Wie is hier eigenlijk Dominique?” en “Waarom roept iedereen naar je?”.

Dominique loopt naast mij, nadat ik eerst veel te snel ben gestart, hem op een gegeven moment achter mij liet, en daarna mijn snelheid vanaf kilometer 25 ineens drastisch zie zakken. Nu komt hij naast mij lopen en in die momenten dat ons tempo enigszins gelijk is, alvorens hij me zijn kuiten toont, vraag ik of hij deze marathon al meer heeft gelopen. Twee maal dus. En het is zijn zesde marathon. “En loop jij vaak marathons?”, ketst hij mijn vraag terug. Ik antwoord dat ik niet zo vaak marathons loop, maar dat ik eerder into trails ben. “Het schijnt dat marathons zwaarder zijn dan trails.”, werpt hij op.

Ik geloof mijn oren niet. Ik barst in lachen uit. Ik denk na over een antwoord. “Je kan niet zeggen dat het ene zwaarder is dan het andere, je kan de twee gewoon niet vergelijken.” Die uitspraak van Dominique is een uitspraak van onwetendheid, en het is vaak voorkomend bij elkeen die nog nooit de weg inruilde voor de wilde natuur. Toch blijft de vraag hangen… Wat is nu eigenlijk het verschil tussen asfalttrappelen en aardefretten?

Marathons en (ultra)trails zijn niet met elkaar te vergelijken. UTMB was zwaar, maar een marathon kan even goed zwaar zijn. Dat geldt ook voor kortere afstanden. Van zodra je je toptijd probeert te verbeteren of evenaren, komen Pijn en Afzien met je meelopen. Of het nu gaat om 5km, 10km of een (halve) marathon. Het grootste verschil is misschien de tijd waarin je in de pijnzone vertoeft. Een snelle, hevige worp tegenover een langdurige, uitputtende bevalling. Sommige mensen denken ook dat, als je een ultratrail liep, een marathon een fluitje van een cent wordt. De waarheid is dat een snelle marathon voor iedereen evenveel pijn doet (snel in de zin van, voor de persoon in kwestie zelf snel, niet persé in absolute tijd).

Dominiques opmerking deed me denken aan een post die ik las van The Telegraph: 10 things no one tells you before you run a first ultramarathon. Interessant leesvoer, en een goede basis om trailrunnen aan een breder publiek voor te stellen! Het artikel lijkt bedoeld om straatlopers te overhalen om ook eens van het rechte pad af te wijken en een ultratrail te proberen. Het is een bewonderenswaardige poging, maar ik heb moeite met de lichte toon van het artikel: “Ultratrails zijn een makkie en iedereen kan dit!”, zo lijkt het. Een kritische frons vormt zich op mijn voorhoofd. Ik som de 10 punten op voor jullie, maar ik vijl ze wat bij volgens mijn eigen bevindingen.

Eerst de inleiding. Het artikel start met de mededeling dat er 100+-milers bestaan die alleen voor de echte doorzetters geschikt zijn, maar dat er ook ultraraces zijn van 50 à 80 km die een stuk haalbaarder zijn dan de meeste mensen denken. Dat komt omdat, als je trager loopt dan je marathontempo, je kan blijven doorgaan. Je kan effectief alleen maar langere afstanden doen door beheerst met je energie om te gaan. Als je ernaar streeft dezelfde snelheden te blijven halen als bij een marathon, dan verbrand je je ongetwijfeld. Eerste les. Dat je kan blijven doorgaan tot oneindig, dat is dan weer een fabeltje. Er zijn grenzen aan dat runnen forever en die zijn voor iedereen verschillend.

De endorfine highs zijn verslavend als heroïne en maken het een ervaring, zo fantastisch dat er geen woorden voor zijn, bijna transcendentaal. Velen worden hopeloos verslaafd om te zien hoever ze kunnen gaan. Zo buitenaards als hier beschreven, ervaar ik het meestal niet, en mijn lows zijn frequenter dan mijn highs. Toch herken ik het hoever kan ik gaan-streven.

De meeste ultrarunners zijn geen “supermen” en “wonder women” (en er zijn veel vrouwen, grootmoeders incluis). De meesten hebben gewoon het plezier van het lopen in de natuur ontdekt. Dat klopt deels: je komt soms atypische sporters tegen, zelfs vaak oudere mensen (vanuit mijn standpunt dan ;-)), maar het gros van de deelnemers heeft toch iets pezigs of atletisch van bouw, zeker naarmate de afstand toeneemt. Ultratrails en overgewicht gaan meestal niet hand in hand.

Dan komen de dingen die je moet weten vooraleer je je veters knoopt.

1. Ultramarathons zijn gemakkelijker en beter voor jou dan marathons

Dat geldt misschien niet voor een 100 mijler, maar een 50km-race op zacht terrein aan een rustig tempo zal je lichaam (vooral je gewrichten) niet even hard pijnigen als het repetitieve stampen op asfalt. Soms is de ondergrond inderdaad vriendelijker voor het lichaam, maar even vaak zijn er boomwortels, rotsen, schuine stukken, helse afdalingen,… en die kunnen het lichaam toch ook extra belasten. Wie de stabiele weg verlaat, zet bijvoorbeeld zijn enkels meer onder druk door de oneffen ondergrond. Een voet omslaan komt daardoor vaker voor op trails.

Gevarieerd terrein is een volledigere workout voor het lichaam en er worden meer spieren aangesproken en versterkt. Helemaal mee eens, op lange termijn tenminste. Op korte termijn betekent dat ook een zwaardere belasting voor die weinig gebruikte spieren, en dus zeker niet gemakkelijker. Na je eerste trail met klimmen en dalen voel je spieren waarvan je niet eens wist dat je die had.

Er is ook de mentale kant: studies tonen aan dat de natuur goed is voor ons en dat connecteren met de natuur via sport ons psychologisch verheft. Wat mij betreft, is er niets heerlijkers dan lopen in bossen, tussen weiden, op en af bergen,… Ik kan helemaal een kick krijgen van de prachtige landschappen waardoor ik me beweeg. Hoe zwaar het ook is, op de momenten dat ik de courage heb om mijn kop nog eens op te heffen en rond te kijken, stroom ik vol nieuwe energie.

Je zal je waarschijnlijk beter voelen na je eerste ultramarathon dan na je eerste marathon. Ik denk het wel, vooral omdat er zich precies een nieuwe wereld voor je loopogen opent.

2. Het zijn eigenlijk eetwedstrijden

Ultramarathons zijn eet-en drinkwedstrijden met een beetje sport en mooie landschappen erbovenop. Omdat je al gauw een uur of 6 in de weer bent, zal je lichaam veel brandstof nodig hebben, waardoor je eigenlijk de ganse dag kan eten. Daarna volgt een opsomming van alle mogelijk hapjes die je bij de bevoorrading kan krijgen. Het is effectief zo dat er veel en gevarieerd kan gegeten worden aan de posten, maar je leert snel genoeg dat dit a) niet ongelimiteerd kan, als je hetzelfde voedsel niet tweemaal wil tegenkomen, en b) niet alles even geschikt is voor jou persoonlijk. Er zijn meestal maar een paar dingen die ik eet en drink. Het zijn geen sneukeltoeren.

3. Je kan heel traag lopen

In ultramarathons verslaat de schildpad de haas. Dit is de enige manier om een lange afstand te overbruggen zonder in te storten. Omdat niemand in je omgeving kan inschatten wat een goede tijd is voor zo’n afstand, worden PR’s vergeten en kijkt men minder naar de snelheid. De koplopers gaan misschien hard, maar de meesten doen het rustig aan, genieten van de uitzichten, socializen en eten veel cake. tumblr_lxe4gh7poq1r6luloo1_500

Het klopt dat inschatten wat een “goede” tijd is, moeilijk wordt, en dat je de tijden over een bepaalde afstand niet kan vergelijken over verschillende wedstrijden. Dat maakt ook dat er iets relaxter wordt geracet, dat er niet al lopend naar een beker water wordt gegrepen, maar dat er effectief een ogenblikje halt wordt gehouden aan een post. Merk wel dat er meestal geen post is om de 5km, zoals bij de marathon ;-). En toch… de meesten zetten nog steeds hun beste beentje voor en proberen genoeg snelheid te halen waar mogelijk. Het is niet omdat een marathonloper meewarig doet over onze tijd, dat we niet hard hebben gewerkt. We weten wat hoogtemeters en technisch terrein met ons doen.

4. Wandelen wordt in principe aangemoedigd

De meeste ultrarunners wandelen veel. Bergop wandelen spaart de beenspieren, en af en toe wandelen na x uur is niet alleen begrijpelijk, maar zelfs aan te raden. Voor de “echte” loper is dit not done, en het verklaart volgens mij ten dele waarom door sommigen trailrunning niet wordt beschouwd als een volwaardige loopsport. Er wordt effectief vaak gewandeld op lange en/of steile hellingen. Toch probeer ik, waar mogelijk, het wandelen tot een minimum te beperken: als de helling niet te steil is (lees: flauw), probeer ik aan een rustig tempo met kleine stapjes te lopen. Is de helling te steil, dan is stappen vaak efficiënter dan lopen. In de regel probeer ik niet te stappen op vlakke stukken (tenzij de ondergrond het niet toelaat), ook niet in de latere kilometers van de wedstrijd.

5. Je mag of kan zelfs poles gebruiken

Poles zijn van die stokken die aan Nordic Walking doen denken. En dus aan wandelaars. Alweer hoongelach. Dat je poles kan gebruiken, klopt, maar die dingen laat je beter thuis als de ratio hoogtemeters/afstand niet groot genoeg is. In een trail van 30km met 2000 hoogtemeters zijn die nuttig, voor een wedstrijd van 80km en 2000 hoogtemeters, laat je ze beter thuis. Het hele gedoe om ze mee te zeulen, in je handen te dragen en telkens weer op te bergen, weegt in dat geval niet op tegen de voordelen.

Er is ook sprake van een mandatory kit, een lijst van verplichte items die vaak nodig zijn in een trail. Dat maakt dat je al gauw een rugzakje mag meedragen, wat niet nodig is bij het gewone lopen. Het extra gewicht vraagt gewenning.

6. Je hoeft niet zo hard te trainen

Voor kortere wedstrijden kom je er al met 50 à 60 km per week, met een paar weken voor de wedstrijd eens 70 à 80 km. De meeste ultrarunners trainen evenveel als voor een marathon, alleen de lange duurloop wordt wat langer, en soms doen ze back-to-backs (2 opeenvolgende dagen met lange duurlopen). Inderdaad, er hoeft niet persé meer getraind te worden dan voor een marathon, toch niet voor “kortere” ultralopen. De lange duurlopen wat langer maken, is zinvol. Back-to-back is een optie. Toch wordt er vaak anders getraind ook: hellingen, krachttrainingen, waar mogelijk: kortere wedstrijden als training, enz.

7. Het is mentaal

Sommigen zeggen dat een ultra-afstand uitlopen voor 50% in het hoofd zit, anderen zeggen: tot 90%. In elk geval, het gaat meer om doorzettingsvermogen dan om spierkracht.  Doorzettingsvermogen is effectief cruciaal om de lange afstand te volbrengen. Kracht is niet het belangrijkste. Uithouding wordt wel vergeten: een uitstekende basisconditie is van essentieel belang, meer nog dan kracht en snelheid. Vandaar ook het belang van de lange duurlopen. Overigens, “het is mentaal” mag je niet lezen als: “het is maar mentaal”… En kracht zal toch nodig zijn op de hellingen.

8. Toch zal je waarschijnlijk huilen

Je zal waarschijnlijk last krijgen van irritatie, buikpijn, hallucinaties en je zal een paar teennagels verliezen (“badges of honour”). Huilen is niet ongebruikelijk, maar meestal niet omwille van de pijn: ruwe emoties kunnen opspelen door vermoeidheid; koppel dit aan de euforie van de finish te halen voor zo’n uitdaging en de tranen komen vanzelf. De aankomst van een ultra kan lijken op het Braziliaanse voetbalteam dat uit de World Cup worden gespeeld. Ik heb nog al mijn teennagels en ik heb nog nooit echt buikkramp gehad, dus ik beschouw mezelf als een lucky bastard. Tegen de irritaties kies ik zorgvuldig mijn loopkleren: aanspannend geeft minder problemen. De tranen: ik kan wel eens emotioneel worden, vaker tijdens de loop dan aan de finish, en de simpelste dingen kunnen dit triggeren: een gevoelig lied, de sprookjesachtige omgeving, een ontroerend berichtje. Overigens zie ik bijna nooit iemand wenen aan de finish. Overdreven, me dunkt.

9. Je zal veel vrienden maken

Tijdens trails moet je je meer focussen op het terrein, wat maakt dat je meer in het hier en nu bezig bent, dan op de weg. Dat maakt je blijer en spraakzamer. Nieuwe vrienden maken is onvermijdelijk en voor je het weet, wissel je levensverhalen uit. Het is zo dat je meer met het hier en nu bezig bent: de omgeving dwingt je daartoe. Ook geeft dat een goed gevoel. Vaak is het echter zo dat je single track loopt, en dus allemaal achter elkaar, terwijl je je aandacht volledig bij het terrein moet houden. Veel zin om te praten heb ik dan niet altijd; de omgeving eist alle aandacht op. Bovendien komt het best vaak voor dat er niet zoveel deelnemers zijn, wat maakt dat je op de langere afstand later in de wedstrijd steeds vaker alleen kan lopen. Het hangt nog altijd van het individu af of je al dan niet spraakzaam bent.

10. Begin niet over de “Marathon des Sables”

Als er één ding is waar ultrarunners kribbig kunnen over worden, dan is het de dure, overroepen, niet zo veeleisend als vaak wordt gedachte “Marathon des Sables”. Er zijn veel spectaculairdere, interessantere en uitdagendere events dan deze. Ik deed ‘m nog niet mee, dus ik kan er niet over oordelen, maar voor een niet-loper wordt de MdS vaak als de overtreffende trap gezien. Ik geloof ook dat het vooral de bekendste is, en ik durf ook wel eens met mijn inwendige ogen draaien als iemand me vraagt of ik die niet eens zou meedoen.

IMG_0693Km 30 van de IFF Marathon. De Ijzer waar ik langs loop, vreet aan me, ik moet diep loop-graven om het tempo min of meer aan te houden en de wind snijdt in de foute richting. Nooit verwacht dat ik kanonnenvlees ging worden ter nagedachtenis van een eeuw oude wereldoorlog. Ik word grinnikend aangemoedigd  – “Komaan, Ann-Sophie!?” (de naam van de borstnummer-persoon in wiens plaats ik loop) – maar dat haalt het zuur niet uit de benen. En terwijl ik opkijk  naar de 12 km die de weg naar de finish blokkeren, denk ik: “Marathons zijn het zwaarste!” Maar ook: “Het is maar een uur komma een beetje sterven meer, je hebt al langer gezieltoogd dan dit!” Dat is een kadootje van de lange afstand.

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

2 Comments

  1. Dag Martin,

    Weeral een heel goede post. Ik heb jouw evolutie eens bekeken en jij hebt in 2013 een serieuze progressie geboekt. Ik moet dringend eens met jou praten, jij gaat me heel veel kunnen bijleren.
    Ik begrijp niet goed waarom je je de mening van anderen zo aantrekt. Jouw prestaties zijn heel goed, zelfs uitstekend voor een pure amateur.
    Dat diegene die denken dat we maar wat in het bos lopen wandelen maar eens meekomen.
    Ze zullen rap anders piepen.

    PS : miljaar, om hier een reactie te posten moete serieus kunnen rekenen, zenne !

    Post a Reply
    • Dag Frank,

      Bedankt! De laatste jaren waren best boeiend op loopvlak :-). Het is niet zo dat ik me de mening van een marathonloper hard aantrek, maar het deed me wel nadenken over het contrast tussen baan- en traillopers en hoe moeilijk het is voor iemand die nog geen trails deed, om dit in te schatten.

      Met het rekensommetje vermijd ik domme reacties hier ;-)

      Post a Reply

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

− 1 = 4

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>