UTMB, baby!

Maandagavond 25 augustus. Tijd om de valiezen te pakken en uit te varen richting Chamonix-Mont-Blanc, alwaar de jaarlijkse hoogmis van de trail vrijdagavond van start zal gaan. De koffers moesten al veel eerder gepakt zijn, bij voorkeur tijdens het lamlendig weekend dat eraan vooraf ging, maar een mix van uitstelgedrag en kofferhaat heeft dat moment verplaatst tot na de werkdag. Zondag fietsten Lieselot en ik liever eens naar Destelbergenloopt om wat gentloopt-vrienden toe te wuiven en nog een laatste babbeltje te slaan. En we passeerden langs mijn ma voor nog een dikke knuffel, die ik eerlijk gezegd meer nodig had dan zij, maar dat wist ze niet.

De koffers worden in een mum van tijd volgeschept; de vele loopweekendjes en de onmisbare checklist voor loopwedstrijden maken dit tot een routineuze taak. Ik zal nog eerder gewone reisspullen vergeten dan loopdingetjes. Voor dit soort wedstrijden is er ook een lijst van verplichte items: het merendeel pak ik altijd wel mee, maar er zitten toch een aantal specialkes tussen. Twee hoofdlampjes én reservebatterijen? Klinkt verstaanbaar: zonder lampje ben je verlopen ‘s nachts op een bergtjoep. Eén technisch mankementje of platte batterijen en je bent de pineut. Kan je je wat leggen wachten tot het ochtend wordt om verder te gaan. Het verplichte survivaldeken komt dan prima van pas. Een regenbroek moet ook, en die heb ik niet. Nog nooit met een regenbroek gelopen eigenlijk… Ik zie ter plaatse wel hoe belangrijk dit is.

Met het avondeten achter de kiezen vertrekken we voor deel A naar Chamonix, de kleine helft van de route, kwestie van niet teveel autokilometers in een dag te proppen. Ik wil niet veel aan het toeval overlaten; vermoeide benen mogen thuis blijven. Regen over de ganse route en we meren voor middernacht aan bij een autostradehotel. Na een deugddoend slaapje en lekker ontbijt kiezen we het ruime sop en vertrekken met, jawel, alweer waterverdelgende ruitenwissers. Deel B van de rit verloopt ook voorspoedig en kort na de middag verschijnen we in Chamonix. D

e stad staat volgestouwd met vierwielers en de enige manier om in de regen toch nog vlakbij het hotel de koffers te kunnen uitpakken, is door vierpinkerig asociaal een deel van het dichtstbijzijnde zebrapad te blokkeren. Kwestie van geen verkoudheid uit te lokken.

We mogen vroeger inchecken dan gehoopt, waardoor we direct onze kamer kunnen innemen. De auto kan netjes op een privé parking van het hotel rusten. De eerste formaliteiten zijn geregeld; er is nu tijd om de beurs te bezoeken die het trailfeest vergezelt. Er is een deel waar ultratrails (wedstrijden, meerdaagse tochten) van alle uithoeken van de wereld worden voorgesteld en we vullen gretig onze zakken met potentiële toekomstplannen. Er is een deel met trailkleren en -accessoires en ook daar kijken we geboeid rond, zonder alvast grote gaten in het budget te boren. Het laatste deel toont allerlei voedingsalternatieven en -supplementen en daar lopen we in één rechte lijn doorheen.

Woensdagochtend: TDS is van start gegaan! TDS is een van de andere ladingen die onder de vlag UTMB vallen: afstand is 119 km, hoogtemeters 7300 en Timothy Galle en Koen Klingele, onze loopvriendjes, staan aan de start. Vertrek is niet in Chamonix en het uur is ontiegelijk vroeg (7u) voor iemand bij wie de nadruk deze week vooral ligt op zichzelf zoveel mogelijk sparen en onderbelasten, dus we volgen het verloop vanop afstand. Ik wil ook zo snel mogelijk mijn racenumber afhalen, zodat ik dat achter de rug heb. Bij het eerst bezoek van de afhaalplaats, blijken de UTMB’ers nog niet aan de beurt te zijn; ze moeten geduld uitoefenen tot 16u. Bij een nieuwe visite om 16u staat er een wachtrij van de ingang tot de top van de Mont Blanc: zoveel geduld heb ik niet en dus keren we opnieuw ons kar. De rest van de dag vullen we met terrassen, windowshoppen en slenteren. Niets saaier dan een loper voor een grote wedstrijd.

We wensen ook mister T. en Klingele Chocolade een hart onder de riem te steken en dus kijken we op welke post we hen kunnen kruisen, rekening houdende met hun behoorlijke snelheid en de afstand die we moeten afleggen met de wagen. Het resultaat is een autorit van ruim 2u richting Cormet De Roselend. De weg meandert zo hard dat ik bijna aan mijn laatste maaltijd word herinnerd en we lassen een terrasjespauze in. Een tweede pauze nemen we op een adembenemend viewpoint om bij het strijkende avondlicht een heerlijk belegd broodje te nutten, vol zondige en overvloedige mayonaise. Zo lekker dat het meer goed dan kwaad moét doen.

We vinden de tent aan het 66km-punt van TDS en staan op de uitkijk aan de eerste bocht van de afdaling waar de atleten passeren. Naarmate het donkerder wordt, zakken de temperaturen en daar zijn we uiteraard weer niet op voorzien, dus de tanden klapperen alle kanten op. Het is wel behoorlijk spannend om een bekende loper op te wachten en plots duikt Koen op en we kunnen ons niet houden om hem enthousiast tegemoet te lopen! Hij blijkt helemaal onder de indruk over de heftigheid van de race: stijle klimmen en afdalingen, immens zwaar en technisch en ik leef helemaal met hem mee. Ik projecteer ook zijn ongeruststellende uitspraken naar mijn nabije toekomst en voel de moed als 2 blokken lood in mijn schoenen zakken. Maar ondanks zijn overtreffend woordenschatgebruik komt hij heel ontspannen over en zien we hem iets later in de tent ontspannen praatjes maken met jean et alleman. Die haalt het wel. Na nog wat kiekjes geschoten te hebben van en met de loper, vertrekt Koen de vallende nacht in. Wat lijkt dat eenzaam.

De missie wordt nu: Timothy opwachten! Mits meer duisternis en minder celsiussen, duikt ook hij plots op. Juihuij! De verhalen lijken sterk op die van Koen en we mogen concluderen dat 100% van de bekende deelnemers het zwaar hebben. Timothy kiest ervoor een langere pauze te nemen in de tent. We nemen afscheid en zigzaggen terug naar het hotel. Ook nu kan ik bijna op mijn maagwand kauwen. Het is middernacht als ik met een geïnverteerde spijsvertering onder de lakens kruip. Nog een laatste online check van de racers en dan de iPhone in vliegtuigmodus voor een ongestoorde nacht. Ik schiet wakker om 5u en denk prompt aan ons 2 dwaallichtjes. Even de gsm activeren en meteen komt er een boodschap van Timothy die het zwaar heeft en denkt aan opgeven. Die is om 1u verstuurd, baal! Ik stuur iets aanmoedigends, maar besef ook dat dat rijkelijk laat is en dat het hem nu niet meer zal redden. Gelukkig antwoordt hij direct en de motor draait nog steeds, zij het af en toe wat sputterend. Oef! De machine Koen draait nog steeds op volle toeren ondertussen, zo lijkt het. Helaas heb ik zijn nummer niet, waardoor een motivational quote niet kan worden afgeleverd. Gerustgesteld brei ik een tweede stuk aan de nacht.

We worden wakker rond 9u15, ik check meteen de statussen en… Koen is gefinisht om 9u! Woehoew! En verdomme, we misten zijn finish! Alle focus op Timothy nu, terwijl we ontbijten, en daarna tijdens het uitchecken uit het hotel, en het shoppen van sportkledij. Terwijl Lieselot een leuk jasje aan het betasten is, komt het bericht dat Timothy de laatste kilometers heeft ingezet! Zijn grote wens is een ijsje aan de finish, en die zouden we maar wat graag inwilligen, maar omdat het zonnetje mooi bakt, besluiten we dan maar te wachten daarmee tot na het finishen, kwestie van daar niet met druiphandjes te staan. We zijn door het dolle heen als hij over de finish schrijdt, terwijl een menigte supporters elk aanspoelend trailbeest toejoelt. Ook Koen wacht hem op, ondertussen terug in burger en in zijn standaard welgezinde modus. Hij is vergezeld van zijn kranige pa/grootste supporter. Timothy lijkt niet dolgelukkig, en het is onze plicht om hem erop te wijzen dat hij net een enorme krachttoer heeft verricht, waarop extreme trots de enige gepaste reactie is!

Tijd voor het beloofde ijsje! Koen wenst er ook eentje; ikzelf vraag een potje uit solidariteit en onder het mom van carboloaden. Ook de alcohol en het snoepen doorheen de ganse week rangschik ik trouwens mentaal onder deze noemer. Voor Timothy kies ik de toepasselijke flavour Mont Blanc-ijs.

We nemen voorlopig afscheid: het is nu hoog tijd om nog een poging te doen om mijn UTMB-nummer te bemachtigen. Ik mag Timothy’s regenbroek gebruiken, dus dat probleem is ook van de baan. Waar gisteren een mensenmassa voortschuifelde, is nu geen kat te zien: het dagje uitstel was een goede keuze! Het afhalen is een hele procedure: eerst je naam opgeven, dan krijg je een lijst met een paar te controleren zaken uit de verplichte lijst. Die items leg je vervolgens in een bakje, stijl “luchthavencontrole”. In geval van succes krijgt de lijst een stempel en kan je daarmee je startnummer bemachtigen. Daarna komen nog aan de beurt: een zak om extra kleren en spullen in te stoppen die je dan mee kan laten vervoeren naar een tussenpunt (om o.a. eens van kleren te veranderen), kleine zakjes om gebruikt wc-papier in te doen (niet te verwarren met de zak voor kleren),…

Er volgen nog: het inchecken in het tweede hotel, pasta boefen na het laatste aperitiefje en op een schappelijk uur het lijf horizontaliseren. De nacht verloopt woelig, zoals zo vaak voor een wedstrijd, maar omdat de start maar ‘s avonds is, kunnen we nog wel even blijven soezen. De verdere dag verloopt in relatieve ledigheid: we ontbijten, douchen en ik prepareer uiterlijk rustig 4 hoopjes: “kleren om aan te trekken”, “voor rugzak met spullen”, “voor zak onderweg” en “voor zak meegeven met Lieselot”. Het eerste hoopje trek ik aan. Ik wil ook nog persé muziek opzoeken en downloaden van Spotify. Het synchroniseren over de flauwe hotel-wifi gaat tergend langzaam, maar die muziek voelt op dit ogenblik le-vens-be-lang-rijk. Zo hoogprioritair dat ik rijkelijk laat nog een pasta naar binnen druk (anderhalf uur voor de wedstrijd).

Het is ruim een uur voor tijd als we neerstrijken aan de startboog. Merkwaardig hoeveel volk er nu al zit te wachten, maar ik hoorde her en der dat je best niet achteraan start, om niet in loopfiles terecht te komen tijdens het eerste deel van de wedstrijd. De menigte zwelt aan en het enthousiasme van de presentatoren wordt met de minuut groter. Evenals die donkere wolk boven het gebergte, die met toch wat zorgen begint te baren. De kans op regen was quasi nihil, zo was er voorspeld, of, als het dan toch moest regenen, hooguit een milimetertje. Terwijl de micro-manager luidkeels deelnemersstatistieken uitspuwt, vallen de eerste druppels. Vestje is nog niet nodig, nog even wachten, nog even, nog meer druppels… hm… ik zal maar een regenvestje aantrekken om niet druipnat te starten, zeker? Her en der worden synchroon met mij rugzakken losgemaakt met hetzelfde doel. Menig elleboogstoot wordt uitgedeeld in de reeks ongemakkelijke bewegingen die volgt om in een gecomprimeerde groep armbewegingen te maken.

Wie neerzat, staat ondertussen recht; we zijn een kwartier voor de start. Het moment van afscheid nemen van Lieselot is ook aangebroken en het wordt nog een heel dikke knuffel in het volle besef dat ik er vanaf nu voor een hele poos alleen voor sta.

In de laatste ogenblikken voor de start volgen nog: de briefing, een wave, pompende bassen, een applaus voor een bekende medewerker die dit jaar is overleden (en voor mij onbekend),… De regen is verminderd (de meerderheid pelt vestjes af) en weer toegenomen (met zijn allen weer die rugzak af en jasjes zoeken). DJ UTMB wil het positief houden en bejubelt de kleurenpracht die het resultaat zijn van zoveel verschillende jasjes. Ik heb te doen met de presentator die niet helemaal slaagt in het uitlokken van groepsreacties: die gaan wat verloren door het praktisch gescharrel van de deelnemers. Dan weerklinkt Vangelis’ Conquest of Paradise. Slik. Ik sta op een trede, waardoor ik een mooi overzicht heb over het schouwspel en op dat moment besef ik ten volle het volle gewicht dat op elk van deze lopers hun schouders rust. Dit is UTMB waar we zolang aan hebben voorbereid en dit moeten we finishen. Ik heb het niet zo voor bombast, en Vangelis is daarvan de overtreffende trap, maar dit gaat recht door mij, al mijn vel wordt kip en de tranen springen in de ogen. De smeerlappen :-).

Het aftellen begint: “Dix! Neuf! Huit!…” en ik brul duchtig mee. Ik weet niet wat de Amerikanen roepen, maar als we en groupe meertalig gaan beginnen aftellen, dan verliest het aan kracht, nietwaar? De pinkstergedachte is voor een andere keer. Terzelfdertijd weergalmt het refrein van Vangelis’ heroïsch lied in zijn waanzinnige bombast. “Zerooo!” en we zijn gestart! Enfin, hoe graag we ook zouden willen ontladen in sprint, de mensenhoop voor ons doet ons de eerste meters vooral voortschuifelen. De supporters joelen, een lichte looppas wordt ingezet, en ik probeer te achterhalen aan welke boom Timothy en Koen staan (die hun positie probeerden uit te leggen via sms). Ik hoor links een bekende stem schreeuwen, ‘t is Lieselot die zich een weg had gebaand langs de hekkens. Fijn om haar nog tegen te komen! De 2 brothers vind ik helaas niet terug, en in een drafje volg ik de meute door Chamonix.

Het is mooi om zien hoe we langs alle kanten worden aangemoedigd, maar tegelijk denk ik aan het vel van de beer. Hij is nog lang niet geschoten, hij is zelfs maar pas geboren, zover zijn we nog van de finish…

De eerste 8 km zijn vlak, het is pas daarna dat we voelen waar UTMB zoal voor staat: de eerste col! De onverwachte regen heeft er een modderboeltje van gemaakt en maakt het er niet gemakkelijk op. Meer dan 800 meter up, en dan evenveel meter naar beneden. Iedereen loopt nog in elkaars buurt, dus snel afdalen is geen optie, voor zover de modder en het gladde gras dit al niet verbieden. De eerste col mag worden afgevinkt, een halve marathon ver. Vlug wat drinken en snoep meedraaien en we zijn weer weg!

Vanaf nu is het in stijgende lijn tot km 31, Les Contamines, waar ik afgesproken ben met Lieselot. Het is nog geen 22u als ik die bereik, maar de aanhoudende regen heeft de moraal helemaal onderuit gehaald. Net voor de post slaat iemand zijn armen op mij, ‘t is Koen, en ik verschiet me een ongeluk, want ik kom terug uit een soort eenzame trance onder mijn regenkapje. Als ik besef wie me net passeerde, doet het me met terugwerkende kracht wel deugd. In de tent krijgt Lieselot een grumpy, teleurgestelde man te zien die zich nu al afvraagt hoe hij de komende 137 km ooit gaat kunnen overbruggen. Ze kijkt wat hulpeloos toe, want, hoewel ze mij assistentie mag verlenen daar, wil ik me niet verkleden, want “het is toch volop aan het regenen en binnen de kortste keren zal ik weer nat zijn!” Ik raas nog wat door over het verkeerde weerbericht, de klotezomer, de doorweektheid en verlaat de tent heel snel weer voor de volgende episode in de calvarietocht. Pas daarna besef ik dat ik Lieselot nu heb achtergelaten met een heleboel vragen…

Overigens, ik had zo’n handig boekje gemaakt vooraf die voor elke etappe het hoogteprofiel, de meters op en neer en de afstand weergaf, en omdat het weerbericht zo positief was, had ik dat niet in een waterdicht zakje gestopt. Onderweg haal ik het boekje boven om in mijn hand een brok bijna onleesbare papierpulp te ontwaren. Excuses voor het opnieuw gebruiken van het woord klote.

De volgende 8 is het verder klimmen geblazen en op net geen 40km staat een kampplaats waar ze een zekere gezelligheid proberen op te wekken: er is een haardvuur (maar ik blijf er uit de buurt, want warm en deugd nu=meer koud straks) en er zijn zelfs supporters. Die kom je trouwens op de meest waanzinnige plekken tegen en ik weet niet of ik het altijd even leuk vind als mensen staan te joelen aan de zijkant van het einde van een lange klim, als mijn grimas op zijn diepst is uitgesneden. Tijdens de klim wordt er geen woord gesproken: iedereen zuigt lucht op en spaart zijn krachten. Behalve dan één Amerikaanse die op een afstandje achter mij wandelt en honderduit kwaakt tegen een Europeaan. Waar haalt die in godsnaam de energie om zoveel luide woorden achter elkaar te spuien? Ik wil die pielen/pillen!

Ik ben weer vertrokken voor een op en neertje richting Chapieux, nog eens naar 2500m boven de zee wandelen en straks 11 km extra op de tikker. Zo werkt het dus: denken aan de volgende post, kijken welke uitdagingen op korte termijn op me wachten – hoeveel klimmen, dalen en afstand – en me daarop focussen. Vergeet de finish, vergeet hoeveel ruimte-tijd er zich nog voor je bevindt. Sommige mensen gaan dan aan boeddhistische monniken denken en het blijven in het hier en nu, maar het is puur mentaal zelfbehoud.

Waar mogelijk loop ik, en waar wenselijk schakel ik over op wandelmodus. Opnieuw en opnieuw. Er wordt verrassend vaak gelopen, niet alleen op vlakke stukken, maar ook op langere, licht hellende vlakken. Er wordt gewandeld, maar af en toe loopt iemand en dient die tot voorbeeld van anderen. Enfin, toch een voorbeeld voor mij, het toont aan dat het kàn, en stuwt de benen vooruit. Alles wat iets sneller kan zonder mijn energievoorraad heel zwaar te crediteren, brengt me sneller naar het einde en verkort de tijd onderweg.

We zijn ondertussen rond middernacht en de hemel heeft troost gevonden en is gestopt met huilen. Voor en achter mij zijn alleen de lampjes van de kompanen zichtbaar en er vormt zich een lichtworm die zich een weg naar boven zigzagt langs de bergwand. Ik merk op dat die worm nog ver naar boven reikt (ai, dat wordt nog lang klimmen), evenals dat er nog een lange worm volgt (ocharme de anderen, die moeten nog helemaal tot hier). Ik zie ook de schoonheid van die lichtketting, een oneindig lange slinger van lichtjes in de donkere nacht. Daarrond de silhouetten van de bergen en afgetopt met het schijnsel van de sterren. Magnifiek.

Behalve sterren aan de hemel bereiken ook met de regelmaat van de klok vallende sterren mijn gsm! Het ene na het andere berichtje landt op mijn foon en soms, als de omstandigheden het toelaten, lees ik het direct, maar veel vaker stel ik het lezen uit tot aan een post of als beloning op bv. de top van een berg. De berichtjes ontroeren, verbazen, doen glimlachen en geven nog wat extra schwung aan de emotionele rollercoaster die deze tocht sowieso is.

Ik bereik Les Chapieux in een betere stemming en schrik me een positieve aap bij het zien van Lieselot! “Wat doe jij hier?” “Supporteren?” lacht ze. Het was de bedoeling dat ze na Les Contamines zich ging terugtrekken naar het hotel om zich de eerste nacht te sparen, want vooral tijdens de tweede nacht ging ik haar steun kunnen gebruiken, dacht ik zo. Nadat ze me aan de voorbije post in lamentabele toestand aantrof, besloot ze op te blijven om me een duwtje in de rug te geven aan de plaatsen waar ze bijkon. Ook Timothy, Koen en Koenspa (ik ken eigenlijk zijn naam niet, dus voortaan verwijs ik naar hem als Koenspa) zijn nog van de partij! Ik word zowaar vrolijk van zoveel bekende gezichten die totaal onverwacht opduiken! Eerst word ik omgeleid langs een reeks tafels waar controleurs een aantal items van de bagage checken. Er was al voor gewaarschuwd dat er onderweg controles gingen zijn, en dat, bij het ontbreken van een verplicht item, de race onherroepelijk voorbij is. Met die gedachte in het hoofd geknoopt, had ik geen risico’s genomen en dus blijkt ook alles in orde te zijn.

Tijd om de tent in te gaan voor food and drinks. Even tussendoor: wat valt er zoal te bikken onderweg? Qua drank: water (plat en spuit-), cola (Pepsi, maar dat drukt de bubbeltjespret niet), energiedrank, soms thee en warme soep (met noedels). Spuitwater, cola en soep zijn mijn favorietjes. De soep is een goede vervanger voor vast voedsel: je drinkt die vlot op, zit vol koolhydraten door de noedels en bevat zout. Om te bikken: koekjes, cake, chips, noten, kaas, salami, snoep,… you name it. Ik beperk me toch vooral tot brood en af en toe een zoutkoekje of zo, niets dat te zwaar op de maag kan liggen.

Met een soepje spoed ik me naar de supporters om ondertussen een praatje te maken. “Wat volgt nu?” “Ah, vlak he!?” antwoordt Lieselot. “Serieus??” “Maar neen, natuurlijk niet, ‘t is wel UTMB he!” grapt Lieselot. Hmf. Als er één ding is dat heilig is en waar niet mag worden mee gelachen, is het wel het inschatten van wat er nog op mijn loopbord ligt qua afstand en hoogte. Maar ‘k zie er achteraf wel de humor van in ;-). On we go! 15km en alweer een piek en een dal voor de boeg! Meer piek dan dal, eigenlijk. En 15km is wel de langste tussenafstand tot dusver, tussen 2 posten.

Ik doe er bijna 3 uur over om deze molshoop te veroveren. Km 64 is bereikt. De volgende 9 hebben een “kleinere” piek en een steile afdaling in petto, zo lijkt het. De vallende sterren op mijn telefoon komen maar mondjesmaat meer binnen; de normale mens ligt natuurlijk te pitten nu. Tiens, mijn hoofdlichtje boet merkbaar in aan sterkte… Ik kan maar moeilijk midden van een berg mijn batterijen vervangen, dus zet ik de tocht verder bij flauw licht. Dat maakt het niet gemakkelijker.

Tijdens de afdaling begint ook stilletjesaan het eerste ochtendlicht door te sijpelen aan de silhouetten van de bergen. Niet dat het al klaar wordt, daarvoor is het nog te vroeg maar de gedachte aan de ochtend en dat het niet erg lang meer is vooraleer ik Lieselot weer zie, geven me nieuwe moed. Ondertussen trap ik op Italiaanse bodem. Aan km 73 neem ik een korte pauze om dan door te gaan naar km 77, Courmayeur, waar Lieselot zal wachten als mijn personal assistant en waar mijn zak met reservespullen staat.

De verdere afdaling is geen sinecure: dalen wordt steeds pijnlijker aan knieën en voeten; de benen voelen kapot als ik Courmayeur binnenloop. Daar, bekende gezichten, de vier supportermusketiers! Eindelijk! In de tent droog ik me af en nu is het bandenwissel: korte broek, t-shirt,… zomerbanden, zeg maar. Klaar voor de dag! Ik maak een praatje met Koen, Timothy en Koenspa: die zijn ook de hele nacht opgebleven. Ik ben heel dankbaar voor zoveel opoffering (te bedenken ook dat Koen en Timothy nauwelijks bekomen zijn van hun eigen avontuur). Ik neem afscheid van hen (nog de laatste foto’s); zij vertrekken straks richting hotel en dan naar huis. Het zal nog tot km 108 zijn vooraleer ik Lieselot weer tegenkom.

Er zijn weer meer vallende telefoonsterren. Ik begin te vermoeden dat mijn mobiel nummer ergens in het publiek is gegooid en dit wordt later ook bevestigd door Lieselot: ze postte mijn nummer op Den Agenda, de fameuze Facebookgroep waar menig gentloper en gent-niet-loper deel van uitmaakt.

De nabije toekomst schotelt opnieuw een steile klim voor, maar ik probeer moed te pleuren uit het min of meer vlakke profiel dat daarna opdoemt. Dat “vlak” valt nog wel mee, het is eerder een snelle opeenvolging van stijgen en dalen. Ik heb moeite om snelheid te maken, en het lijkt alsof elke loper me voorbijsuist. Ik loop, maar ik kan gewoon niet sneller lopen dan dit, en het is pijnlijk zo vaak gepasseerd te worden. Niet dat ik bekommerd ben om mijn plaats in de rangschikking (en ik heb geen idee waar mijn bolletje zich in de rangschikking bevindt), maar in mijn hoofd is elke andere loper nog fris in de benen en ikzelf stervende. On the bright side: het hooggebergte flankeert me magistraal. Ik stel me voor dat dit indrukwekkend in het kwadraat zou zijn op een moment dat mijn lichaam niet zo schreeuwt om aandacht. Op dit moment kan het hoogstens mijn wenkbrauwen eens optrekken.

Tot km 95 (Arnuva) meer van hetzelfde, dan is het opnieuw tijd om nog eens extra hoogtemeters te cumuleren. Het klimmen gaat moeizaam: we komen wandelaars tegen die bijna even snel als ons vooruitgaan en die dit als nieuwe hobby doen sinds hun pensioen. Eén wandelaar grijpt naar zijn puffertje en ik pols toch even of alles ok gaat. Hij stelt me gebarend gerust, maar dat lukt niet helemaal, want ik denk dat het eerder een taalbarrière, dan wel een écht “Alles prima!”. Ik kijk nog een paar keer om om me ervan te gewissen dat hij niet is gaan liggen. De UTMB-voertaal lijkt me: lange stilte, gecombineerd met vooral Frans en Engels, en hier en daar Spanjaarden en Italianen die in hun eigen taal kabaal maken.

Waar we gisteren vooral begoten werden, is vandaag de zon volop van de partij! Dat geeft wat extra glans aan de beklimming en elke porie van mijn lijf schreeuwt “Dorst!”. Dorst heb ik trouwens al de hele route: ik drink goed aan de posten, maar daartussen is het toch wat behelpen met mijn bladder. Ik sip af en toe eens, maar het water wordt door mijn rug opgewarmd en lekker is anders. Eens voorbij de top en op de 100km-grens, komen we in Zwitserland. 14km sinds de vorige post voelt heel lang en ik ben gebroken als ik aankom in La Fouly. Lieselot komt me enthousiast tegemoet, maar het enige wat ik kan zeggen, is: “Ik ga dit nooit meer doen, alles doet pijn! Nog 60km, hoe ga ik die doen? Ik zwéér dat ik nooit meer meedoe aan dit, ongeacht de uitkomst vandaag!” Ze spreekt me sussend toe: “Je mag zo niet denken, gewoon van post tot post blijven gaan!” Uiteraard weet ik dat, maar nu even niet. In de tent houd ik mijn hoofd onder water, het koele water voelt heerlijk. Niets beter dan een koude douche, als de gedachten in overdrive gaan.

Alweer een stuk van 14km voor de boeg: de lange afstanden tussen de posten zijn corrosie voor de geest. Ik kijk uit naar een tussenpunt in de afdaling, waar Lieselot belooft even langs de weg te staan. Ze stopt me wat druiven toe en dat krikt mijn gemoed weer iets op. Klaar voor een nieuwe klim!

Het is bijna 17u als ik in Champex-Lac arriveer, op dat moment met de luimpjes min of meer in de goede richting. Ik neem er de tijd om pasta te eten en maak een uitgebreide babbel met Lieselot. Ik trek ook mijn trui met lange mouwen aan, want straks komen de 3 laatste cols én de nacht. Ik heb een duwtje nodig om me weer recht te stellen; ik zou hier gerust nog een tijdje vertoeven (achteraf blijkt dat ik er bijna 50 minuten geweest ben). Die extra duw is ook nodig om de gedachte aan de komende 17(!) km te overbruggen: de langste tussenafstand van UTMB. Kleine troost: eens daar voorbij resten nog 29 km. De afstanden naar de finish klinken steeds behapbaarder.

Tussen Champex-Lac en Trient leer ik Heine kennen, een sympathieke Deen waarmee ik aan de praat raak. In tegenstelling tot andere afdalenden, houdt hij mijn tempo aan en verkiest om samen met mij verder te gaan. Het doet echt deugd om een loopmaatje te hebben, waarmee ik over koetjes en kalfjes kan praten, en op die manier de gedachten tijdelijk te verzetten. Het blijft klimmen, maar de smalltalk maakt het lichter. We vertellen elkaar dat het zwaar is. En dat we willen finishen, sowieso, en hoe zoet die overwinning zal smaken. En over hoe niét finishen je zal blijven achtervolgen en doen terugkomen de volgende jaren, om te pogen het dan wél te halen. Beter ineens ervan af, denk ik zo. De laatste zon strijkt langs de bergen en waadt de giganten in geelachtig licht. Prachtig. Nabij de top krijgen we nog een paar onverwachte bezoekers: een drietal koeien blokkeert nieuwsgierig het pad, en het is met een verraste glimlach dat we erlangs laveren. De afdaling gaat niet bijzonder snel en we worden vaak gepasseerd, maar ik heb een loopmaatje nu!

Ik kom opgewonden aan in Trient en vertel enthousiast aan Lieselot dat ik een medelijder gevonden heb. Gedeelde smart is, wel, nog altijd evenveel smart, maar je denkt er wat minder vaak aan. We nemen een pauze van enkele minuten en vertrekken weer, vastbesloten om de nacht die voor ons ligt, zo kort mogelijk in verticale positie door te brengen. Er blijven 2 cols te bestijgen.

De klim naar Catogne gaat “vlot”, relatief gezien dan, want topsnelheden zullen er niet meer worden gehaald nu. Mijn nieuwe vriendschap wordt op de proef gesteld als Heine beweert dat we bijna aan de top zijn, en dat het dus verbazend snel ging! Voor hem is het de tweede UTMB, dus ik dicht hem parcourskennis toe. Die bijna-top blijkt dus niet te kloppen. Een kwartier later beweert hij dat we er nù bijna zijn, want hij herkent die sparren! We zijn alweer een kwartier later als we nog steeds niet aan de top zijn, en al veel sparren zijn gepasseerd die nogal op die zogezegde top-sparren lijken. “Hoor, koeienbellen, we zijn er haast!” Ik reageer ondertussen al niet meer op zoveel onterecht enthousiasme. De afdaling start nog een stuk later dan zijn meest pessimistische prognose, en ook daar vinden we de beloofde boerderij niet terug met drinkwaterbak, waar ik me al in stilte in verheugde op een verfrissende slok water. Ik begin stilletjesaan te denken dat ik met de duivel in zee ben gegaan. Maar laat ons vooral het positieve niet vergeten aan deze alliantie!

Tot ik ook voor Heine niet snel genoeg meer vooruit lijk te gaan, want op een bepaald moment in de afdaling, geeft hij zijn paard de sporen en er begint een kloof te groeien tussen ons. De belofte om samen te blijven is natuurlijk niet bindend, en ik snap dat de man sneller gaat als hij sneller kan, maar toch geeft het een mentaal krakje van hem te zijn verdwijnen in de verte. Voor middernacht beland ik in Vallorcine op km 149. Nog 19 te strompelen. Lieselot had mijn loopmaatje al eerder zien toekomen en vliegensvlug weer zien vertrekken en maakte zich wat zorgen, maar ik stelde haar gerust. Mijn ondertussen tot ex-vriendje gebombardeerde gezel wil de kaap van 3u halen.

De laatste col zal ik mijn courage uit andere krachtbronnen moeten halen. De muziek liet ik tot dusver achterwege, maar nu besluit ik mijn Spotifylist Trailpowerpowder als joker in te zetten. Het eerste deel van de klim wordt met een ritmische mars ingezet! Lieselot gooit me nog een kus toe aan Col des Montets (153km), waar ze met de wagen nog langskan. Nog even toeteren voor de laatste molshoop!

En dan begint het pas… Dit is by far the most ugly modderfokker die op het parcours ligt! Wat een col-van-minol! Men neme een propere, goed opgevoede berg, men kiepere daar tonnen en tonnen steenbrokken en -afval overheen en wat overblijft is een stapel onversneden ruigheid. Mocht het een mens zijn, zijn lijf was volgetatoeerd en hij at steengruis als ontbijt. Van een pad over zijn rug heeft hij nog niet gehoord, en elke stap is een denkpuzzel met stenen om weer hogerop te geraken. Het is donker, wat het extra gevaarlijk maakt. Het is niet omdat je niet ziet hoe diep de ravijn naast jou is, dat het geen pijn doet als je erin valt. Ik ontmoet 2 Amerikanen waarvan er eentje zijn voet heeft bezeerd, gelukkig zonder veel erg, maar het maakt duidelijk dat, als de afdaling van dit kaliber is, het nog gevaarlijker zal worden.

Het laatste hoge punt is bereikt! Mijn nummer wordt gescand en ik gebruik het licht aan het tentje van de scanmannen om de batterijen van mijn lampje te vervangen. Ik vertrek met vers licht, vergeet mijn poles (wandelstokken) en hos beschaamd terug om ze op te halen.

De volgende afdaling is inderdaad ook met de nodige steenbrokken bezaaid. Een Fransman met een raar accent loopt vlak voor me en heeft ongeveer mijn tempo. Hij wil daarom samen met me verder, maar mijn ex-vriendje in gedachten ben ik toch wat argwanend. En om eerlijk te zijn: ik ben nu geen praatvaar meer en ik heb deugd van de muziek. Iets verderop staat een man aan de kant, verweesd naar zijn hoofdlampje in zijn hand te staren. Ik vraag wat het probleem is: blijkbaar heeft hij geen batterijen meer en is hij geblesseerd, en daardoor tot wandelen gedwongen. Ik geef de nog 2 resterende reservebatterijen die ik nog heb, en dat geeft hem toch tenminste iéts van licht. Ondertussen is de Fransman voorop gaan lopen, maar ik haal hem al snel in en laat hem achter mij. Sorry, nu wil IK sneller gaan ;-).

On the bright side: de eindmeet wordt nu bijna tastbaar. Enkel een ongeluk kan me nog van de finish afhouden, en dus doe ik mijn best om vooral voorzichtig, ipv snel te zijn. Om in La Flégère (een berghut) te komen, is er toch nog een klimmetje nodig. De laatste, écht nu. Het is 3u40. Een Japanner filmt me in kikvorsperspectief en filmt mijn bemodderde kuiten. Niets is nog vreemd na zoveel uur. Ik wil vertrekken, maar ga de verkeerde kant uit. De crew houdt me tegen; ik grap dat ik wil weerkeren, omdat ik er niet genoeg van krijg. “Hoe is de afdaling nog?” “Tja, ‘t is een afdaling…?”, fronst de drankschenker. “Jamaar, is het met veel stenen?” “Nee, hoor, niet zoveel!” En effectief, het is met minder stenen. Omdat de rest van het pad wordt ingenomen door boomwortels. Ook nu nog geen verlossing.

Beneden ligt Chamonix verleidelijk verlicht te lonken. Ze lijkt zich te hebben opgemaakt, helemaal voor mij alleen, zo stel ik het me voor. Toch daal ik niet direct rechtstreeks af in haar schoot: eerst cirkelt het pad nog lange kilometers rond Chamonix. Uiteindelijk wordt de afdaling ingezet en nader ik de stadsrand. Her en der roept een supporter me toe; dit is het laatste stuk van de wedstrijd, ik heb het gehaald, nu kan er niets meer mislopen! Voor de zoveelste keer roept iemand “Bravo!” naar me, voor de eerste keer kan ik “Merci!” terugroepen en besef ik dat die bravo nu helemaal terecht is, ik word een UTMB-finisher!

Er zijn nog een paar straatjes door te steken, maar de glimlach die nu over mijn gezicht ligt, krijg je er met geen koevoet meer af! Daar staan een paar supporters aan dranghekkens (al wordt er op dit uur van de ochtend niet veel gedrongen) met daarbij: Lieselot! Ik doe iets wat ik nog nooit deed aan een finish: roepen! “UTMB, baby!” brul ik, de wandelstokken triomfantelijk in de lucht stuwend. Op naar de finishboog! Trois… deux… un… YES! I did it! Lieselot en ik zijn misschien de enige enthousiasten, maar ik geef licht op dat moment. De knuffel is intens. Zweet en tranen heeft het gekost, een jaar van mijn leven stond in het teken, maar alles komt samen in dit moment. De mythische draak is bedwongen!

Na nog wat kiekjes schieten, haal ik mijn finishtrui, finishpin en finishkaart af, allemaal onomstotelijk bewijs dat ik wel degelijk ben aangekomen, en dat ik dat nu mag geloven. Een onderzoeker naar slaap stelt me nog een paar vragen en is verrast te horen dat ik geen minuut heb geslapen onderweg. Eerlijk gezegd was ik bang dat ik teveel tijd kon verliezen zo, dat ik me kon overslapen en/of dat ik zou wakker worden met 2 betonpalen onder het lichaam, waardoor het game over zou zijn.

De buit is binnen, nu tijd om naar het hotel terug te gaan, een ferme douche en een zacht bed. Het klinkt allemaal wat meer deugddoend dan het in werkelijkheid was, want het douchen deed wat pijn en door rusteloze benen wordt de nacht ingekort tot een kleine 5 uur slaap. We staan op, kijken wat Facebook en overlopen berichtjes, en gaan op zoek naar voedsel (want na de afgelopen energiedrainage wil mijn lijf een compensatievergoeding van jewelste). Het ontbijt wordt daardoor voor mij aperitief, gevolgd door biefstuk-friet, dichtbij de dranghekkens waar nog steeds UTMB-ers passeren. Het is nu middag en de lopers komen in een verrassende frequentie voorbij. In tegenstelling tot de voorbije ochtend, zijn de toeschouwers nu massaal aanwezig en de finishers worden als helden onthaald en toegejuigd; het is mooi om naar te kijken (en om mee te juichen). De laatste loopster passeert na 45u57 (limiettijd is 46u) en wordt gevolgd door een tiental vrijwilligers die haar applaudisserend omringen. Alle supporters geven haar een warm applaus. It’s good to be last sometimes.

Nu wil mijn lichaam een ijsje, enfin, zeg maar ijs: 3 bollen met een toef slagroom. Hoeveel trek ik er ook in heb, mijn maag kent ook zijn beperkingen en dus lepel ik maar tot halfweg. We gaan even terug naar het hotel, en ik denk alweer aan eten: ditmaal wordt het een reuzehamburger met frieten. Eens terug in het hotel kijken we nog een film en dan volgt de nacht.

Deze en volgende nachten worden vooral gekenmerkt door wandel- en looptochten door de bergen, rusteloze slaap, en zelfs nu, een week na het gebeuren, droom ik nog van de bergen. UTMB blijft een poosje rondhuizen in mij.

Voor de statistieken: ik deed er 35u27′ over en eindigde op de 313de plaats (en derde Belg) op 2440 deelnemers. Bijna 1600 deelnemers haalden ook effectief de eindmeet.

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

9 Comments

  1. Proficiat, Martin ! You tha man ! Ik lag plat met uw col van minol stukje. Binnenkort moet je eens een retrospectief artikel posten met de dingen die je gedaan hebt en niet gedaan hebt en wat raad voor mensen die ambitie hebben om het ook te wagen. Geniet ervan !

    Post a Reply
    • Dag Frank, merci! Fijn dat je ‘t goed vond :-). Dat is een goed idee, even alles op een rijtje zetten…

      Post a Reply
  2. Wat heb ik genoten van deze post! Proficiat, Martin!

    Post a Reply
    • Merci, Jan, dat doet me plezier! :-)

      Post a Reply
  3. Amai Martin, goed gedaan zeg en deze belevenis werd weer in een heel tof artikel gegoten !
    Heel leuk om te lezen altijd :)

    Post a Reply
    • :-) Dankjewel, Katrien!

      Post a Reply
  4. Dikke proficiat!

    Wat leuk geschreven en sommige stukken zo herkenbaar. ;-) Zo’n enthousiasme zet me echt wel aan om hem ook eens te lopen, al zal ik eerst eens beginnen met de CCC of de TDS!
    Dit jaar heb ik al een voorproefje gehad en de Mont-Blanc Marathon gelopen met bar slechtweer en wijziging van het parcours tot gevolg.

    Succes nog bij je volgende wedstrijden en ik kijk al uit naar je volgende wedstrijdverslag, super!

    Groetjes,
    Michiel

    Post a Reply
    • Dag Michiel, dankje voor je enthousiaste reactie! :-) Marathon du Mont Blanc liep ik ook: de continue regen vond ik echt wel jammer, want er was niets te zien en soms speelde de kou me echt wel parten. Volgende keer meer geluk :-).

      Post a Reply
  5. Dag Martin,

    Zeg wel, dat weer heeft me veel tijd en plaatsen gekost door tweemaal tegen de grond te gaan en eenmaal mijn voet zwaar te verstuiken (de laatste 12km nog amper kunnen lopen)!

    Ik weet nog niet of deze marathon punten opleverde maar ik heb wel al gezien dat ik 3 punten nodig zal hebben voor de CCC en TDS! De droom/uitdaging rijpt! Als je tips hebt of mooie wedstrijden kent die me punten opleveren mag je het altijd laten weten. :-)

    De UTMB komt nog wat te vroeg, ik zit nog maar aan de marathon afstanden en dan nog op de weg!

    Nogmaals proficiat en op naar de volgende uitdaging ;-)

    Post a Reply

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

5 + 4 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>