Beartrail 2014 (19)

Ik weet niet of het iemand heeft gemerkt, maar ik heb gebrost gisteren. De digitale stylo is in de kast blijven liggen, de vingers geparkeerd. De reden is een portie stevige, ouderwetse vergetelheid. Gisteren was ik in de weer van ochtenddauw tot na elfjes, om dan mijn gat in volstrekte ledigheid naar de zetel te navigeren. Pas deze morgen, bij het versnijden van de (door mijn schat van een zus aan de deur gezette) aardbeien drong het tot me door: ik ben domweg vergeten bloggen. Was ik het niet vergeten, dan ging het toch ook een berezware klus zijn om nog te klaren.

Over beren gesproken: gisteren deed ik nog eens een wedstrijdje mee, de Beartrail in de Voerstreek. Mijn tweede deelname, en samen met mij twee handjesvol vrienden van gentloopt. Slaaptekort en een niet bijster gunstig weerbericht (er kon weer regen komen, en ik heb het wat gehad met natte wedstrijden dit jaar), stuwen me met slepende benen naar de start, maar dat is niet abnormaal voor mij. Je zal me zelden razend enthousiast aantreffen aan de start. In feite ben ik ook niet in mijn uppie de eerste kilometers, het lijf draait altijd een beetje vierkant en moet nog wennen aan de idee dat er moet bewogen worden. Ook nu moet mijn motor weer op gang komen, en we lopen bovendien niet samen als groep, want er is een groepje achter me gebleven, terwijl de snelle starters wegstuiven. Ik loop daar ergens tussenin als mossel noch vis.

Na de kilometers-met-weerstand begint de fun. De modder is van in het begin aanwezig, en ik probeer de droge voetjes langs de modder te navigeren, tot ik aan een strook kom die van het begin tot het einde ligt te spiegelen van het water, there’s no way around it. Dan maar er doorheen! Eens de voeten nat zijn, verandert de wedstrijd. Ik kan er maar beter plezier in scheppen, van me vuil te maken. Het kind in me komt boven.

Vanaf dan is het puur genieten van de prachtige omgeving – de geelrode sluier die over de natuur ligt, de grazige weiden – en de uitdagende trail. De vette modder maakt me extra alert; het helpt van naar de slipsporen van mijn voorgangers te kijken om een idee te krijgen van de gladde stukken. De afdalingen gaan hard en de adrenaline bruist lekker bij zoveel snelheid en een tikkeltje gevaar. Alleen snelle afdaling in combinatie met naderende slipsporen zorgen voor écht gevaar: remmen! Om dan net niet onderuit te gaan. De klimmen zijn pittig, maar 37 km en 700 hoogtemeters, dat is haalbaar zonder stappen, zo sprak ik met mezelf af vooraf. Dus ik houd de belofte aan mezelf om op geen enkel moment te wandelen. Dat blijkt niet evident, maar is toch niet onmogelijk.

Hoe verder ik kom in het spel, hoe minder medespelers ik ontmoet. Dat stoort me niet, ik kan helemaal mijn eigen ritme lopen en geniet van de omgeving en de ondergrond met zijn eigen wetten. Dat neemt niet weg dat de laatste kilometers toch wel gepeperd voelen. Toch vind ik dit een behapbare afstand en ik prijs mezelf gelukkig dat ik de grote broer van 56 km aan me voorbij liet gaan. Er schuilt een ontstoken pees in mijn voet en die repetitief nog eens 20 km extra onder spanning zetten, zou geen goed idee geweest zijn.

In elk geval kan ik mijn tempo keurig aanhouden en ik finish met een big smile, het spreekwoordelijke moe maar meer dan tevreden.

Hoe de anderen het deden: Snelle Willem finishte een klein half uur eerder en werd vierde, er waren een paar gewonden – de modder eiste zijn tol – jammer voor Michiel en Alex, die gelukkig een bereidwillige lift naar de finish kregen. De anderen vonden de trail ook extra stevig met de modder, maar vonden ‘m tegelijk een pareltje. Deze moet er zeker bij voor de lijst van must run trails volgend jaar.

– 649 words –

 

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

90 − 81 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>