Loopcoach (28)

De rol van een loopcoach in een recreatieve loopclub kan het best worden aangetoond door een random coach te laten verhalen over het voorbereiden en begeleiden van een willekeurige training, zoals bijvoorbeeld een lange duurloop.

De coach start op zondagavond met het uittekenen van een parcours, rekening houdende met het feit dat sommigen van de groep de kilometers willen beperken, omdat ze nieuw zijn bij zijn groep of omdat ze een marathon in het vizier hebben (lees: taperen voor de komende wedstrijd); om die reden zal het totaal aantal kilometers exact 5 + 15 km zijn (de leden kunnen de afstand zelf kiezen). De coach stippelt bijna elke duurloop een nieuwe route uit om voldoende afwisseling te bieden. Het parcours wordt aangekondigd op Facebook om de leden te informeren over het verloop.

Op maandag regent het katten, honden en pijpenstelen; de coach begint zich zorgen te maken over het gebruik van zijn gsm in een niet-waterdicht omhulsel (een probleem dat zijn vorige iPhone naar de vanen hielp in een natte training van een paar uur). Hij vraagt aan zijn lief of hij haar telefoon mag gebruiken, eentje waar hij wel een waterdichte hoes voor heeft. Gelukkig mag dat.

Het rondje Watersportbaan verloopt vlekkeloos, en wordt ingeleid met een rustig inlopen en wat oefeningetjes, zoals huppelen, knieën hoog heffen,…) om het lijf op te warmen. Eens op temperatuur en tempo, is er tijd om even met Dries en Johan te praten, twee fictieve namen van leden die geblesseerd zijn (geweest). Behoudens het feit dat een dringende sanitaire stop zich opdringt. De coach zet dus een persoonlijke versnelling in en vraagt de leden om dat vooral niét te doen en te wachten aan het afspreekpunt, waar ook de latere starters (die 15km zullen lopen) samenkomen.

Eens terug van de pot, trekt hij de groep mee voor de grote ronde, zigzaggend door de Blaarmeersen en met het hoofdlampje op, richting Drongen. De sfeer in de groep is dik ok, het tempo is altijd een heikel punt. Een constante snelheid lopen vindt hij soms een hele opgave: zijn eigen snelheidsgevoel kan van dag op dag variëren, de satellietinfo is niet altijd correct; er zijn onderbrekingen en vertragingen, er is altijd wel iemand die een moeilijkere dag heeft en die hij niet wilt achterlaten, maar tegelijk wil hij de groep niet ophouden. De beste manier om de snelheid “af te dwingen” is vooraan lopen, en ondertussen ook de navigatie te verzorgen. Als er personen sneller beginnen te lopen, levert hem dat extra stress op: onwillekeurig wordt hij meegetrokken in het hogere tempo en hij moet zichzelf afremmen en hij dient nu ook luidop richtingsinstructies te geven. Tegelijk wil hij geen gewichtige boodschap overbrengen; het versnellen doet men onbewust, dat weet hij wel.

Tom loopt naast de coach en er is tijd voor een kleine babbel, niet meer zoals vroeger welteverstaan, toen hij ook meeliep met een groep en niet met route en snelheid moest bezig zijn, maar een paar oneliners en vragen lukt nog wel. Tot hij merkt dat hij een bijna onzichtbare navigatiefout heeft gemaakt, waardoor ze niet op de weg links maar rechts naast de spoorweg lopen (het verschil op een bewegend gsm-schermpje is nagenoeg onzichtbaar). De spoorweg kan niet worden overgestoken, en er zit maar één ding op: de huidige baan verder volgen, weg van de rode lijn die de route voorstelt. Kilometers gaat het de foute richting uit, enkel Tom heeft het door, omdat hij naast de coach loopt. De rest kwebbelt vrolijk verder, en zo hoort het ook: het is een probleem van de coach, en het is zijn taak om de stress van die ongemakken te absorberen, zo’n beetje als het zoutzakje in de verpakking van een nieuw apparaat het vocht moet absorberen.

Pas veel verder kan hij weer aansluiting vinden bij een deel van de oorspronkelijke route. Het is nu zijn taak te proberen inschatten op welke manier hij de afgesproken afstand kan lopen, een beetje gokken dus. Aan kruispunten maakt hij keuzes ten gunste van de correcte afstand (zo hoopt hij tenminste). Het regent, niet hard, best gezapig en bij deze temperatuur voelt dat niet eens onaangenaam. Soms heeft hij het lastig met vooraan lopen: een hele tijd loopt hij alleen vooraan, de groep druk pratend in zijn kielzog. Hij denkt: het is eenzamer met een ganse groep achter je, dan als je helemaal alleen loopt. Hij zou kunnen afzakken naar het midden van de groep, maar tempo en richting zijn dan weer moeilijker. PH komt even een praatje met hem praten, en dat apprecieert hij wel, na dat donker gedachtenwolkje.

Een duister bospad dient zich aan: jammer dat niet iedereen een lichtje meebracht; het pad is moeilijk zichtbaar in het duister. Hopelijk denken ze er volgende keer wel aan? Ze behelpen zich nu met elkaars lichtbundel te volgen. Aan het einde van het pad kromt de weg naar links en… daar ziet de coach één grote modderpoel waar men doorheen zal moeten waden. Dat worden natte voeten… Er wordt wat gemord, genre “Wie heeft die route getekend, jong?” maar dat laat hij niet aan zijn hart komen; zoiets kan niet worden voorzien, en de groep maakt graag grapjes. Niet iedereen heeft modderervaring: het is nochtans vooral een kwestie van er doorheen durven gaan en niet teveel nadenken, dus hij probeert het tempo niet teveel te laten verslappen. De proteststemmetjes achterop dwingen hem toch wat langzamer te doen. Of, want hij is ook een beetje een koppigaard, hij zegt hen dat ze er bijna zijn en dat ze zullen verzamelen aan het einde van de modderstrook.

Els heeft het moeilijk; na een blessuurtje was deze groep wat hoog gegrepen; toch slaagt ze erin bij de groep te blijven, mede dankzij een stukje mislopen van de rest van de groep. Er wordt afgeklokt op 19,5 km, de coach herademt, de schatting was vrij nauwkeurig.

Ineke deelt water rond, terwijl de coach plechtig belooft dat er nog zo’n modderroutes zullen komen in de toekomst, willens nillens.

Waarom coacht die coach dan, als hij er toch alleen maar over neut? Omdat hij hoopt en gelooft dat hij zijn steentje kan bijdragen tot het plezier van de groep, door aangename omstandigheden te creëren om dit mogelijk te maken. Een vis voelt zich goed in het water, en ergens is er iemand die daaraan meehielp door mee te zorgen voor zuurstof en voedsel in de vijver.

– 1059 words -

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

2 + 6 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>