Goeiedag! (29)

The lost art of saying goeiendag against eachother. Toen ik nog een klein inwonertje was van de gemeente Evergem, begroette iedereen de passerende medemens. Dat was daarom niet uitbundig en uitgebreid, maar “Ndag!” , of op zijn minst een knikje, had men altijd klaar zitten.

Ik weet niet hoe dat bij jullie is geëvolueerd, maar in mijn leven is dat veel verminderd. Niemand zou het in zijn hoofd halen om door Gent te lopen en elke passant te groeten, dat zou onbegonnen werk zijn. Wat wél nog zou moeten kunnen, is dat je je collega’s op het werk een knikje toewerpt. Eigenaardig genoeg wordt meer dan de helft van alle begroetingen genegeerd. Weet dat ik op de dienst informatica ben losgelaten, en de informaticus als diersoort niet wordt ingeschat als übersociaal – tenzij een toetsenbord de interactie verzorgt.

“Martin groet ‘s morgens de dingen” gaat ongeveer als volgt: thuis ondergaat iedereen een kus en een knuffel; het enthousiasme waarmee dit wordt toegekend en beantwoord, is recht evenredig met de gemiddelde slaapkwaliteit van het gezin. Eens gearriveerd op de parking: de mensen toeknikken die je onderweg naar het gebouw tegenkomt (soms een knikje terug), de receptie begroeten (groeten terug als ze niet te druk in de weer zijn), dan de wachtenden aan de lift salueren (kijken soms helemaal niet op om de ochtendrust niet te verstoren).

Als ikzelf als eerste de lift instap, ben ik automatisch de liftverantwoordelijke: ik toets “5” en vraag de anderen naar hun verdiepingsnummer. Mij wacht de zware taak om die in te drukken, vooraleer een aanwezige dat zelf moet doen. Als iemand anders de liftverantwoordelijke is, hangt het er nog vanaf of hij die verantwoordelijkheid ook neemt: soms duwt hij (m/v) zijn eigen nummertje en blijft stoicijns staan (dan duwt iedereen, na een lichte aarzeling, zijn persoonlijk nummertje), soms polst die wie naar waar moet en duwt het correcte knopje.

In de lift kan het er gezellig aan toe gaan als je er iemand kent. Dan wordt al eens een kort gesprekje gestart, per definitie oppervlakkig, want er luisteren een handjevol onbekenden mee. Niemand zegt iets, maar iedereen hoort alles. In de meeste gevallen hangt er een drukkende stilte, alleen onderbroken door de herschikking van de inzittenden (of beter: instaanden), nadat anderen de lift verlieten op hun bijhorende verdieping. Dat is omdat ons persoonlijke ruimte in een lift sowieso wordt gepenetreerd, en bij het leger worden van de lift er meer ruimte vrijkomt die dan wordt herverdeeld onder de persoonlijke ruimtes van de aanwezigen. Niemand blijft helemaal op dezelfde plaats staan, als het aantal lifters wijzigt, that’s a rule.

Vervolgens is er de tocht door de gang, enkel onderbroken door de afrit naar het bureau van de collega’s-met-een-frigo: daar mag ik mijn voedselpakket voor die dag droppen en melkfles-voor-de-koffie achterlaten. Die zijn altijd vriendelijk, klotedag of niet! De gang wandel ik door, wijl ik “goeiedagjes” rondstrooi, en toegegeven: nooit heel luidruchtig (denk ik, al schijn ik mijn stemvolume soms te onderschatten). Het beantwoordingspercentage is meestal onder de helft, en ik vraag me af of ik niet genoeg lawaai maak, dan wel of informatici zich daar niet mee bezighouden.

Hoe anderen hun goeiedagritueel eruit ziet, kan ik niet altijd vatten. Als je iemand kruist in de gang, zijn er drie mogelijke tegenliggers: er is de actieve groeter, t.t.z. hij die een spontaan begroetingsgebaar maakt (verbaal of via knik). Er is de reactieve groeter, hij die een extern begroetingsgebaar beantwoordt, en er is de passieve groeter of reactieloze: nul respons.

Bij de reactielozen kan een verdere onderverdeling als volgt worden gemaakt: of hij staart voor zich uit (“Ik heb je niet opgemerkt en dus hoef ik niet te reageren.”), of hij staart je aan (“Ik merk dat je me aanspreekt en ik vraag me af waarom je dat doet, daarom bekijk ik je alsof je van een ander universum komt.”). De laatste reactie vind ik een beetje akelig.

Tenslotte: collega’s Luc en Francky begroeten op 100% van de dagen vriendelijk en beleefd, met grote kans op opgewektheid en vaak met een opkrikkend effect op mijn humeur. Beter een goede collega dan een verre vriend, luidt het vervormde spreekwoord.

– 686 words -

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

39 − = 30

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>