Trailweek – dag 5 en 6 (slot)

Tobias heeft voor de laatste trailtocht een route in petto die ik zelf ook nog niet proefde: vertrek vanuit Triemel, richting de Hochwang, dan de hele tijd boven de 2000m blijven trappelen tot de Mattjishorn, en tenslotte afdalen naar Langwies.

Omdat Tobias zelf ook nog eens gentiaantjes wilde gaan knuffelen met de wandelgroep, stelt hij voor om, ons al om 8u met het busje naar Triemel te verplaatsen: ontbijten doen we daarom om half acht, en daarmee is de yoga ook weer van de agenda verdwenen. De agenda is in de loop van de week al een paar keer veranderd (lees: vereenvoudigd). Ik bedenk dat er op voorhand veel wilde ideeën ontstonden rond wat we allemaal in de omgeving konden doen eens de trailschoenen aan de haak hingen: Lichtenstein moest je zeker eens zien, de Caumasee lag te wachten, we zouden misschien door de Taminaschlucht trekken, in Chur konden we uitgaan,… In de praktijk werd het vooral: douchen, gevolgd door een frisse pint, napraten, lezen, Facebook en Twitter op op de hoogte houden van ons reilen en zeilen, voetjes onder tafel en meer pint/napraten/lezen en vroeg onder de wol, kwestie van voldoende nachtelijke kerktorenklokslagen te kunnen doorstaan.

Oja, de knie stelt het behoorlijk goed vandaag (er is enkel wat stramheid voelbaar) en dat schept voldoende vertrouwen dat ik toch wel voldoende fit zal zijn om tenminste een deel van de wandeling relatief pijnloos af te haspelen. De stokken vergezellen me vandaag wél, met vier poten kom ik verder.

Tobias vervoert ons stukken rustiger dan hoe busjesman Frank een dag eerder ons drie chauffeurs naar de wagens slingerde. Er is een cabaretier verloren gegaan aan Tobias, want met zijn droge humor en hilarische verhalen krijgt hij het ganse busje aan het lachen. Toch wel merkwaardig: hij vraagt of wij geen hollandermoppen kennen en het enige antwoord is een mompelend schouderophalen. Niet dat we niet durven, maar… ik kan er alleszins niet meteen eentje bedenken. Nederlanders blijken dol op belgenmoppen: meermaals werd ik deze week al door een wandelaar op de schouder gepord, omdat die persé een belgengrapje wilde ten berde brengen, waar ik dan ietwat bedremmeld toekeek hoe die het zelf helemaal fantastisch grappig vond. Voor mij was dat het teken dat het grapje klaar was, want ik ging er toch niet spontaan van schuddebuiken. De Belgen die ik ken, vertellen geen moppen meer, laat staan hollandermoppen. Oneliners, rad van tong, spitse woordspelingen, laat maar komen, maar moppen, dat tijdperk is gepasseerd. Binnen een paar jaar volgt Nederland wel ;-).

De eerste klim was nog met het busje, een ware luxe, nu worden de duiven gelost richting Hochwang. We stappen/lopen via een aangenaam klimmend betonnen pad, dat zich daar op natuurlijke wijze heeft gevormd, volstrekt geologisch verklaarbaar. Zolang we de bloemetjes niet allemaal bij naam moeten kennen, vinden we de bloemenvelden prachtig. Michiel, Xavier en ik lopen iets voorop: het klimmen gaat me beter af dan het afdalen dat me te wachten staat (waar de knie nog het meeste moeite mee heeft).

Eens van het betonpad komt ook weer de sneeuw in het zicht en dat leidt wat tot zoeken naar de route hier en daar. Ik haal me de ergernis van de groep op de hals als ik tegen de overtuiging van de groep in nog een bergje oploop om me ervan te gewissen dat de route niet langs daar loopt. Mijn uitleg dat Edison ook veel foute lampen heeft gemaakt om tot een geslaagd exemplaar te komen, wordt met enig ooggedraai beantwoord.

Maar we zijn dus back on track en dat zullen we geweten hebben! Stel je voor: kilometerslang op en af bergruggen hollen, met rondom rond een adembenemend natuurschouwspel, een stralende zon in de rug, vergezeld door een verkoelend windje. Life doesn’t get better than this. Als The Surfers kweelden over Fun, fun, fun, dan gold dat ook voor wat we nu ervaren! (check zeker ook de videoclip van destijds, van deze Nederlanders!).

X, M en ik zijn nooit heel ver van de rest van de groep, de vaart zit er alweer in vandaag. We stoppen even voor een vogelzaadsportreep en verzamelen daar. Enkel Paul-Henri en Johan hinken wat achterop, maar iedereen is ok. Johan kiest vandaag overigens alweer voor wat extra stukjes trail en stoot stilletjesaan Michiel van de troon als notoire schuinsmarcheerder (niet in de ware zin van het woord!). Johan, je mag je beker ophalen in Tobias’ prijzenkast!

Het bordje naar Mattjishorn daagt ons uit om de geschatte wandeltijden in minder dan de helft van de tijd te halen. Mattjishorn klinkt als de peuterversie van de Matterhorn, en dat is het natuurlijk ook, maar toch: Xavier herdoopt de berg tot Niet-voor-watjes-horn. Bij een stevige tred slaagt deze steenhoop er toch in ons longen voor even uit ons lijf te krijgen.

Vervolgens: keuzestress! Het is pas middag, Tobias kan ons ten vroegste ophalen om 15u, omdat zijn bloemenhobby nu even voorrang krijgt, dus er is nog voldoende tijd voor een extraatje. Ik stel mijn twee metgezellen voor om richting Skihaus Pirigen af te dalen om daar de butterhams te nutten; daarna zien we wel wie rechtstreeks wil afdalen naar Langwies, en wie nog zin heeft in een ommetje. Ik informeer via de telefoon ook de anderen (maar natuurlijk zijn ze vrij om meteen de andere route te nemen, het is maar een suggestie: uiteindelijk is het enige doel dat moet gehaald worden: eindigen in Langwies). De steile afdaling naar Pirigen drukt me meteen met de neus (of beter: knie) op de feiten: “Pijn-pijn-pijn-pijn”, zeurt die met iedere stap. Toch ben ik dankbaar dat we al zover zijn gevorderd met enkel enig ongemak.

Die Boterhämmen mussen echter auf ein andere Plekke aufgegessen worden, want es ist dahr ein Restaurant, das ist even bahlen… Dus we stillen eerst ons verlangen naar een vloeibare suikerbom met een cola, wuiven nog een vriendelijke goeiedag en dankjewel naar de Zwitserse-die-geen-geld-wil-verdienen en verplaatsen ons vervolgens met de ondertussen voltallige groep vijf meter verderop om daar al zittend/schommelend/hangend (yep, er zijn schommels) met zicht op de vallei koolhydraten te bufferen. Merkwaardig feit: een reusachtig insect met lange voelsprieten en poten, dik als vogelpoten, landt op Xaviers t-shirt. Als ik het wil wegwaaien, gaat het op zijn achterste poten staan, maakt van zijn oren en toont een soort tanden. Brrr… gelukkig ziet Xavier niet hoe lelijk die is, anders had ik nooit de tijd gekregen om er een foto van te maken! Door zijn t-shirt heen, katapulteer ik het vervolgens weg.

Johan kiest ervoor rechtstreeks naar het dal te laveren, terwijl de rest de weg omhoog prefereert. Doordat we een behoorlijk stuk zijn gedaald, wordt de volgende klim in de hitte afgelegd en het is behoorlijk stil geworden: alle zuurstof is nodig in de spieren nu. In totaal wordt er nog ruim 500m gestegen, waaronder nog een piek waar we eventjes het spoor bijster zijn.

Vanaf daar is het bergaftijd, en dus holt de ganse groep uitgelaten richting dal. Ik word door mijn knie tot kalmte aangemaand, en Lieselot, die ook wat last heeft van haar enkel, vergezelt me en op een gezapig tempo, ondersteund door wat gezellig gekeuvel, dribbelen we richting zeespiegel. Daar zijn we nog volop mee bezig als de rest van de groep zich al op het terras van hotel Edelweiss heeft neergevlijd; ik wil me daar nog bijleggen, dus ik vraag aan Tobias van ons tegen halfvier op te pikken.

De hekkensluiters krijgen een applausje als we toekomen, en ik zie hoe de anderen ondertussen niet weten of ze eerst het bier moeten drinken, dan wel de ijskreem moeten oplepelen. Zelf start ik met de schuimkraag waar ik al over fantaseerde tijdens de laatste klim.

Tobias is netjes op tijd, het karige omaatje dat met strenge hand het hotelhuishouden bestiert is ook van de partij, en achteraf gezien blijkt de barmoeder het bier vergeten te zijn op de rekening, dus het leven lacht ons toe. Dit is eindigen in schoonheid, toch? Iedereen is het erover eens dat dit de mooiste tocht was van de week.

Allerlei ideeën worden geopperd om de laatste avond op te vullen, maar eerst is het showtime voor Jeroen, want de bloemetjesgroep heeft gevraagd om de foto’s van de ochtendbestorming van de Gürgaletsch te vertonen en een woordje uitleg te geven rond wat dat nu eigenlijk is, dat trailrunnen, want ondertussen veronderstellen de wandelaars al dat wij levende marmotten eten voor ontbijt en soep met spek en bloed als middagmaal (in de camelbag, voor onderweg). De foto van de zonsopgang wordt onthaald met luidkeelse “Ohhhs” en “Aaaahs” als met een collectief orgasme. Jeroen wordt bestookt met vragen en hier en daar wordt de perceptie over ons wat bijgesteld: “Ja, we stoppen ook om een boterham te eten. We stoppen ook wel eens voor een foto. Bergop stappen we ook vaak.”, maar toch vliegt de bewondering ons om de oren als ze horen dat de ochtendlopers de Gürgaletsch op anderhalf uur hebben afgewerkt, vertrekkende vanuit Tschiertschen. Met een warm applaus wordt de voorlichtingssessie beëindigd. Dat heeft hij goed gedaan, onze Jeroen, denken we met plaatsvervangende trots.

Tobias neemt afscheid, en ik ben hem uitermate dankbaar, want hij heeft alles in het werk gesteld om ons te helpen, tips te geven, gezorgd voor vroeger/later eten, en als we hem nodig hadden, was hij er voor ons en dit altijd op zijn warme, hartelijke manier, en zonder veel poespas. What you see, is what you get met Tobias. En dat is veel.

Sylvie heeft nog een verrassing uit de ijskast gehaald: een fles bubbels om de week mee af te sluiten (in stilte vervloek ik me zachtjes, dat ik daar zelf niet heb aan gedacht)! Tijd om de balans op te maken van de trailweek: maandag en dinsdag waren heftig, en gingen gepaard met de nodige kopzorgen, maar vanaf woensdag werd het alleen maar beter en leuker. Naast de bezorgdheden over de groep, had ik wel mijn eigen twijfels over de knie, en de vrees dat ik verschillende tochten ging moeten missen, wat ik doodjammer ging vinden als organisator.

Over de groep kan ik alleen maar lovend zijn: prachtig om te zien hoe iedereen op zichzelf kan zijn, maar zich sociaal kan gedragen en als eenheid indien nodig, hoe iedereen zichzelf lijkt te mogen zijn, zonder dat men beoordeeld of veroordeeld wordt, hoe dynamisch en flexibel ze omspringen met onverwachte moeilijkheden die zich opwerpen, hoe vlot alle leden spontaan meehelpen om tafel te dekken, af te drogen (naarmate de week vorderde, werden we daarin steeds efficiënter: soms stond de tafel van de volgende maaltijd al bijna gedekt, terwijl er nog aan het eten waren), hoe de humor steeds nog wordt gevonden, ook in heftiger momenten, hoe er gedeeld wordt,… Ik ben bijzonder dankbaar en beschouw het als een godsgeschenk dat ik dit met deze bende heb mogen beleven. Het deugddoende applausje dat ik kreeg, mag naar de ganse groep worden teruggekaatst.

Op de laatste ochtend is het vooral valiezen pakken geblazen en snel ontbijten. De auto’s worden volgestouwd (de bagage is stiekem uitgezet tijdens onze tochten precies?), we nemen afscheid van het omaatje en Anna, en Loes, de pittige Nederlandse die daar een tweetal maand vertoeft, komt ons met haar eeuwige glimlach en enthousiasme nog uitzwaaien. Samen met Carl en Hanneke blijft ze de hotelgaste die we ons zullen herinneren. Loes maakt nog de laatste groepsfoto’s op het bankje en krijgt een spontane lach op de laatste foto met de opmerking “Hoe schattig!”.

Handjes worden gedrukt, kussen uitgewisseld, autoportieren slaan dicht, en met toch iets van een kropje in de keel zigzaggen we ons weg uit bergparel Tschiertschen.

 

 

 

 

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

80 − = 78

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>