Trailweek Zwitserland – dag 1

Het idee is vorig jaar geboren, toen Wijnand, de jongerenbegeleider tijdens onze bergvakantie in Tschiertschen, zich luidop en Facebookberichtgewijs afvroeg of er in onze contreien (zijnde België) geen interesse was in een trailclinic vanuit hotel Gürgaletsch. Ik was meteen gewonnen, want de prachtigste en prettigste loopjes van 2014 heb ik in dat gebied beleefd.

Een groep vinden voor een eerste try-out was een makkie: zodra ik een voorstel losliet bij een groepje gentlopers waren de 10 beschikbare plaatsen in een mum van tijd ingenomen.

Kort voor de reis zijn we met dit groepje samengekomen om het programma wat meer in detail voor te stellen en als je er maar wat wijn over giet en genoeg hapjes voorziet, vindt deze groep werkelijk alles goed ;-).

Zaterdag 6 juni zijn Lieselot en ik alvast vertrokken, een dagje eerder dan de rest en na het heen- en weerwerpen van de kinderen. Onderweg kwamen we, behalve wat Franse wegenwerken, ook nog regen en onweer tegen van zodra we een Zwitsers wegenvignet hadden gekocht. Als dat maar geen voorbode was voor de komende week…

Eens hier aangekomen in hotel Gürgaletsch, bleek dat weer al de hele week stralend te zijn. We werden vergast met een heerlijk avondmaal en met een vol maagje knorden we ons een nieuwe dag in.

Zondag werden we wakker van een stralende zon die met volle kracht door de dunne gordijntjes naar binnen scheen. Jammer dat we de luiken nog niet hadden ontdekt, dat scheelde een slok op een borrel nachtrust. Na het ontbijt begonnen de benen wilde, spastische bewegingen te maken, ten teken dat zij de bergen wilden bestormen, en dus hebben we daar geen weerstand aan geboden en aldus hebben we ze naar de Gürgaletsch gericht en losgelaten. Onder een felblauwe hemel bereikten we de top en het kippenvel van vorig jaar kwam helemaal terug.

Na het loopje (of volgens de Nederlanders hier, “rennetje”, want “NL-lopen” is “VL-wandelen” en “NL-rennen” is “VL-lopen”) en een douche om het bergzweet weg te spoelen, genoten we nog van een wijntje op het heuveltje-met-zicht-op-alles vlakbij.

Met opgeladen batterijen door de zonne-energie konden we de loopmaatjes van harte welkom heten en hen de tijd geven om wegwijs te raken in het hotel. De kamers werden verdeeld, uiteraard volgens strikte regels “mannetjes en wijfjes gescheiden” (tenzij je organisator bent, dan mag je bij je wijfje slapen) ;-).

Dag 1

De trailweek is nu officieel gestart. Na het ontbijt volgt de briefing, waarin belangrijke mededelingen worden gedaan, als “Vergeet geen wc-papier, er is ook een wandelgroep die de bloemetjes en vlinders wil bezichtigen: we mogen toch niet hun materiaal gebruiken op een manier waarop het niet is bedoeld?”. De routes worden uitgelegd met een mengsel van analoge kaartjes van de omgeving, Endomondo en nog een berg-app.

Om half 10 starten we, en al meteen pittig zelfs: vanuit Tschiertschen gaat het snel de hoogte in, maar toch heb je de warmte van het dal, dus we zweten als runderen, hijgen als onderbetaalde sekslijnen en verzuren onze kuiten. Ik herinner me dat dit eerste deel gisteren ook al zo zwaar voelde, dus ik probeer de renners rondom mij gerust te stellen. In de achterhoede zakt de moed wat in de schoenen, maar daar heb ik op dat moment geen idee van. Of toch niet van hoe diep die moed wel zakt.

De hitte wordt na de eerste kilometers toch al snel draaglijker en de panorama’s maken alles luchtiger, waardoor gemiddeld genomen iedereen wat vrolijker wordt. De groep wordt een langere ketting, tot hij spontaan begint uiteen te vallen in een aantal subgroepjes. Wat helemaal ok is, zo heeft iedereen er iets aan op zijn tempo.

Xavier, Michiel, Paul-Henri en ik zijn in elkaars buurt, als de route naar de Schwarzhorn wat onduidelijker begint te worden: er is nog vrij veel sneeuw, waardoor ofwel het pad niet zichtbaar/bereikbaar is, ofwel de typische wit-rood geverfde steentjes die het pad markeren, verstopt zitten. Mits wat improvisatie cirkelen we de ene keer naast de sneeuw, de andere keer er dwars er doorheen (met af en toe een kreet en een wegzakken van een van de mannen). Wanneer het pad naast de sneeuw te steil wordt, geeft Paul-Henri aan dat hij daar zal wachten en de top naar de tocht niet mee wenst te maken. PH heeft hoogtevrees, dat weet ik, dus voor ons is dit prima.

Het laatste deel naar de top is sneeuwvrij, en we krijgen waar we voor hebben gewerkt: een schitterend panorama over de wijde omgeving, met 360° uitzicht, dus we doen het meest toepasselijke wat we op dat moment kunnen doen: multimedia creëren! Maar ook gewoon kijken natuurlijk. Michiel uit zich als durfal en gaat op een overhangend stuk rots poseren. Als je van daarop plast, kan je plasje een val van 1000m maken, een indrukwekkend gegeven! Er is ook een geïmproviseerd graf op de piek, van Ernst Dinges (familienaam vergeten): is die op de top gestorven? Of wilde hij daar begraven worden? Zijn grafje bestaat uit een hoopje stenen, met daarin een pikhouweel rechtop en een zakmes. Ik fantaseer even dat die pikhouweel misschien nog handig zou zijn om naar beneden te komen, maar dat dat bordje met zijn naam erop misschien wel de foute aandacht zou trekken. Ik voel even of de pikhouweel los zit, en tot mijn verbazing komt die los. Geschrokken duw ik die terug, want ik wil de geest van Ernst niet wakker maken door aan zijn pik te trekken! Wist ik veel dat ik daarmee op dat moment effectief het noodlot tartte…

We komen de groep tegen in de tegenovergestelde richting en beginnen alvast af te dalen tot het kruispunt richting Urdensee. We verlaten daarbij het pad en dat gaat zodanig vlot (“Paden zijn voor pussies!” en “Wij volgens ons eigen pad!”) dat we uiteindelijk te ver zijn teruggekeerd, dus een deel van de klim moeten we opnieuw doen. De rest van de groep zien we in de verte/hoogte wuiven naar ons; zij banen nu de weg voor ons, en die is wel verrassend. We zien hoe zij klimmen op een nogal steile bergwand in de richting van de wegwijzers. We moeten dus over die berg, maar de steile route erheen is niet bereikbaar door de sneeuw. Om naar de route te kunnen, proberen we toch de schuine sneeuwmuur door te steken, maar als ik een derde ver ben, voel ik hoe mijn voeten alle grip verliezen, en dus stel ik voor aan mijn twee kompanen om niet verder door de sneeuw te ploegen, maar ook de steile, routeloze wand te beklimmen. Het voelt niet zo lekker, met een ondergrond die deels gras en mos is, maar ook soms lossere steentjes, en het is een must om op handen en voeten, buikliggend bijna, voort te bewegen. Maar eens je een stuk naar omhoog klimt, is er geen weg meer terug, dus Smeaglegewijs dan maar “Up! Up! Up!”.

Door het verstand voldoende rond het nulpunt te houden en me vooral op het stukje natuur binnen een straal van 50cm (dus binnen grijpafstand) te focussen, bereik ik de top. Tot we merken dat Paul-Henri ergens halverwege de wand geblokkeerd staat: hij is blijkbaar een stuk weggegleden en kan of durft geen kant meer op. We proberen van bovenuit op hem in te praten (of liever: roepen), maar dat helpt niet echt. Op een of andere manier zal hij daar toch weg moeten natuurlijk, maar op dit moment is het niet de ratio die werkt. Xavier daalt met zijn stokken een stuk af tot enkele meters van PH en toont hem waar hij handen en voeten kan neerzetten. Stilletjesaan komt PH op die manier weer in beweging en stap voor stap bereikt ook hij uiteindelijk de top. Oef!

Maarre, daarmee zijn we er nog niet. Het punt waar de wegwijzers staan (en dus het pad weer begint) is voorbij een smalle richel. Dat gaat vlot, tot aan het stukje richel waar ook sneeuw ligt. Die blijkt spekglad en ik begin wat weg te glijden, gelukkig kan ik mezelf op tijd stoppen. Ook Xavier heeft wat moeite daar, en dan moet PH nog passeren (met zijn loopschoenen zonder profiel). De woorden van Xavier (“En Paul-Henri heeft dan nog minder grip dan ons!”) zijn nog niet koud, of we zien ‘m wegglijden richting afgrond, schuivend over de steentjes en niet in een positie om zichzelf te kunnen stoppen. We staan erbij en kijken ernaar, maar kunnen niets doen. Een piepklein randje, de naam niet waardig, is net voldoende om zijn glijden te stoppen. Xavier kan zijn wandelstok uitsteken tot aan PH en op die manier kan hij naar boven worden geholpen. Ik ben emotioneel en vooral enorm opgelucht als PH weer vaste grond onder de voeten heeft. Ik zag een denkbeeldige versie van hem daarnet al helemaal de dieperik inglijden…

De rest van de groep was zich ondertussen minder bewust van de gevaarlijke situatie waarin we ons bevonden, en is doorgestapt. Via sms krijgen we instructies waar ze zich ergens bevinden: ze schuilen voor de regen (die in ons berggebiedje eigenaardig genoeg wat minder aanwezig is) en zijn niet in de richting van de Urdensee doorgegaan. Bij de reünie zien we ook waarom: alweer lijkt sneeuw het pad onbegaanbaar gemaakt te hebben, en bovendien heeft iedereen zowat zijn portie avontuur gehad voor vandaag.

Na de laatste boterhammetjes naar de maag te hebben geduwd, wordt er in relatieve vogelvlucht naar Tschiertschen gesneld. Doordat ik een momentje van bruinen zonder zon nodig had, raak ik achterop, om vooral vast te stellen dat de groep de kortste afslag naar het dorp heeft mislopen. Tot mijn verwondering arriveer ik dan ook als eerste, maar iedereen heeft zich uiteindelijk nog op zijn manier geamuseerd. Michiel heeft bv. nog een aardig stukje extra kunnen lopen, terwijl Lieselot, Ineke, Sylvie en Jeroen het Vossenpad hebben gevolgd, met leuke spelletjes als eendjes vissen en klokkengeluidjes maken.

Na het douchen vinden we allemaal dat we bier, wijn en versnaperingen hebben verdiend, worden sommigen hun kuiten nog onder handen genomen door Jeroen, likt Paul-Henri zijn oorlogswonden (met behulp van de ingenieuze en supervolledige EHBO-tas van Sylvie) en worden prijzen uitgereikt voor Meeste Schrammen (PH), Avontuurlijkste Moment (PH) en bijna voor de Snelste Afdaling (PH). We gaan de bekerkast van Tobias eens moeten openkraken ;-). De zon is nog even van de partij op het terras en het bier smaakt beter dan anders.

‘s Avonds wil ik nog een trailfilm bekijken met de groep, maar het is even wachten tot de vlinderfilm van de ook daar aanwezige wandelclub is vertoond (ik onthoud dat wespenlarven als parasieten het zenuwstelstel van een rups kunnen overnemen om hem hun willetje op te dringen), vooraleer ik “Summits of My Life”, een Kilian-film, kan afspelen. We kijken met open mond toe hoe je de bergen moet bespelen, hoe je kan huppelen over richels, rennen door de sneeuw en we beloven onszelf plechtig dat we ‘t morgen zo gaan aanpakken…

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

+ 88 = 94

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>