Trailweek Zwitserland – dag 2

Na een nachtrust die meer een aaneenschakeling is van microslaapjes (het is te warm ‘s nachts, maar je kent ‘t wel: op het moment dat je dit opmerkt, lig je in bed, en neem je ook geen initiatief om dit probleem aan te pakken. Dus blijf je maar liggen draaien en zweten) starten we de dag actief met een yogasessie onder de leiding van yogini Ineke! Het is wat improviseren om voor iedereen een plekje te vinden: sommigen brachten hun eigen matje mee, de rest ligt op de vloerbedekking van het hotel, Johan heeft geen zicht op Ineke, dus moet het met een verwaterde, tweedehandse versie van de oefeningen doen (gedemonstreerd door de planken rondom hem), de staande lamp krijgt al eens een duw en het plafond komt te laag (in tegenstelling tot het t-shirtje van Johan, dat te hoog komt), maar al bij al is het een leuke en ontspannende bedoening. De pijn van sommige oefeningen vergeet ik snel, als ik tijdens de oefeningen al eens om me heen kijk en de rare kronkels van de medelopers bekijk.

Genoeg gezonnegroet, tijd voor ontbijt, en dat smaakt nog beter nu we klaarwakker en actief zijn! Vandaag staat op het programma: een autorit naar Langwies, van waaruit we een wandeling zullen maken van een twintig kilometers, met start en aankomst op dezelfde plek. Ik recycleer de route van vorig jaar in Endomondo en brief het aan de gentilopen. Ik zoek met Anna naar geschikte papieren kaartjes, maar die vinden we niet, dus we zullen op onze gsm’s moeten vertrouwen.

De start wordt nog even uitgesteld, omdat Lieselot haar regenvestje is verloren: die moet uit haar rugzak zijn gevallen, gisterennamiddag tijdens de loop (en loopmateriaal is niet goedkoop). Alle forensisch materiaal dat ter beschikking is op Jeroens fototoestel wordt onder de loupe genomen: op deze foto heeft ze haar vestje nog (tijdens het klokkenluiden), op dit filmpje (tijdens het eendjesvissen) komt het niet meer voor. DUS moet ze het daartussen verloren zijn. Je moet weten dat ze de (kinder-)spelletjes gisteren op het Vossenpad dolenthousiast hebben uitgevoerd.

Met wat vertraging, maar nog een zee van tijd voor de boeg, zigzaggen we ons met drie wagens naar Langwies. Menig ontbijt wordt daarbij voor een tweede keer geproefd, want je hebt een sterke maag nodig om met de Zwitserse meanders om te kunnen. Ineke mag op die manier het langst nagenieten van haar ontbijt.

Tijdens het eerste deel van de wandeling worden we vergast op prachtige bloemenhellingen, aangenaam kabbelende beekjes, koeien met racenummers in de oren en een grote X geschoren op hun flank, kortom: de natuur helemaal zoals het hoort, en zoals we het graag hebben. Dat hebben ook fotografen Sylvie en Jeroen opgemerkt, die ik begripvol aanpor en vriendelijk vraag om niet elke vierkante centimeter op de gevoelige plaat vast te leggen of we wandelen hier morgen nog.

Stilletjesaan wordt de klim pittiger: op korte tijd moeten veel hoogtemeters gescoord worden en daardoor ontstaat weer een lange mensenrups. We verlangen al naar de bergtaverne, maar de fantasieën over warme chocomelk knallen uiteen bij het zien van de gesloten hut.

Steeds vaker vormt sneeuw ook  een hindernis op het pad en gooit ook hier wit roet in het eten. Meermaals verliezen we het pad helemaal en moeten we ons baseren op het dunne lijntje in onze app om terug on track te geraken. Maar er wordt ook gespeeld en plezier gemaakt! De Kilianfilm van gisterenavond inspireerde de groepsleden, want die trekken nu sprintjes in de sneeuw, wat volop fun is en af en toe een wegzakking of een landing op het achterste oplevert. En vanzelfsprekend weer een harddisk multimediamateriaal.

Wat wel een écht probleem wordt: de regen en koude, want sommigen van ons (waaronder ondergetekende) heeft zich niet voorzien op rotweer en mijn korte shortje en dunne trui geven niet zoveel warmte, zelfs niet met een regenjasje.

We passeren ook stukken sneeuw met daaronder een riviertje, waar ik voorzichtig pols met een wandelstok of die begaanbaar is. Mijn woorden “Je kan er een huis op bouwen!” zijn nog niet koud of mijn been zakt iets verderop een halve meter in de sneeuw, tot grote hilariteit van de toeschouwers. “Hier niet!”, voeg ik nog toe.

Door de koude en regen en dus een gemis aan basiscomfort, plus enige ongerustheid rond het steeds opnieuw moeten zoeken naar de route, begin ik mijn goede humeur wat te verliezen. Sorry dus voor het af en toe snauwen of we niet te lang ter plaatse kunnen blijven hangen ;-). Nog een observatie: de multimediamomenten worden steeds schaarser: niemand heeft nog zin in kiekjes en filmpjes maken.

We zijn al lang onderweg, en ik wil eigenlijk zo snel mogelijk uit de bergen vandaan, want de groep verliest meer en meer de moed. De meesten hebben ook nog niet gegeten, omdat het toch een beetje gezellig moet zijn bij een boterham. We komen aan de trappen die vorig jaar heerlijk harmonieerden met de rotsige omgeving. Dit jaar zijn ze nat en glad, en houden we ons stevig vast om niet onderuit te glijden (want een stukje steen in de weg, en je kan al wegglippen, zo merk ik snel). Naar beneden, naar beneden, we zien het dal al lonken, dra zijn we uit de sneeuwzee, tot… we uitkijken op een ondergesneeuwd stuk trap. Een pak sneeuw van meer dan een meter dik maakt de doortocht onmogelijk. Hoe graag we ook zouden willen, hoe hard we ook oplossingen proberen te vinden, hier is er geen: de wetten van de bergen zijn onverbiddelijk: we mogen niet door.

Bummer. Wat nu? We halen onze app erbij die de paden in de buurt tonen en beslissen een gans stuk terug te keren (met alle moeilijke deeltjes vandien) tot aan het laatste kruispunt dat we passeerden. Van daaruit beslissen we richting dal af te dalen naar rijkeluistad Davos. Het is ook een achttal kilometer, maar het duurt niet zolang vooraleer we uit de sneeuw klimmen en enkel nog de regen ons opperbeste humeur wat tempert. De chocolademelkfantasieën steken weer de kop op en we dromen van de toekomstige warmte.

We leren ook dat er wel een verschil is tussen een stad zien in de diepte en er ook effectief in arriveren. Toch geeft dit comfortabele doel ons vleugels en dartelen zo snel als ons voeten ons kunnen dragen naar het dal.

Eens we in Davos aankomen, wil ik de eerste de beste bistro binnenvallen om mijn hoofd in de hete chocomelkketel te dompelen, maar dat is buiten Paul-Henri gerekend: die belooft dat er een soort van chocomelk-nirvana bestaat; het is enkel een kwestie van dit te vinden, maar hij verzekert ons dat het binnen een straal van 300m moet zijn. Na een poos meestappen en hem uiteindelijk te verliezen en nog later terug te vinden met een teleurgesteld gezicht en het alweer kapotspatten van een chocomelkdroom, gaan we maar meteen door naar het station om ons te reorganiseren, zodat we van Davos terug naar Langwies kunnen reizen.

Het is ondertussen na 17u en het avondeten van 18u kunnen we ook vergeten (tenminste, dat vrezen we). De wandeling is gestart om 10u; dat is eh… héél lang voor een wandelingetje op een rustdag, dat een uurtje of vijf ging duren…

Aan het loket goed en slecht nieuws: er is een trein naar Langwies, maar het zal nog een kleine drie uur duren vooraleer we in Langwies arriveren. Tobias dan maar bellen voor goede raad: die adviseert de trein tot in Chur te nemen en dan de postbus tot in Tschiertschen. De auto’s halen we dan morgenvroeg wel op, en de toffe peren van het hotel zullen ervoor zorgen dat we de voetjes meteen onder tafel kunnen schuiven. Ik koop een groepsticket dat hier en daar nog wat blijft rondslingeren, maar uiteindelijk toch mee zijn weg naar de trein zal vinden.

In het station worden dan toch warme chocomelken gevonden en de overblijvende boterhammen, aangevuld met een assortiment snoep, nootjes, chips en chocolade worden voor het treinvertrek nog naar binnen gewerkt. We halen net op tijd de bus van 19u10 naar Tschiertschen, maar niet vooraleer iedereen de laatste Zwitserse schijven en euro’s uit zijn zakken schraapt om tot het ronde bedrag van 55 CHF te komen, tot groot jolijt van de chauffeur.

Ook al zijn onze magen allang niet meer leeg, toch worden ze nog in een mum van tijd tot aan de rand gevuld, want voor eten is er altijd plaats. Eindelijk kunnen we genieten van een warme douche, en terwijl ik de ontspanning voel terugkomen en helemaal opgelucht ben dat alles nu achter de rug is, glijd ik achterover uit in bad, bonk met mijn hoofd tegen de muur en mijn rug in de badkuip, en schop met mijn voeten de draaiknop van het bad in stukken (sorry, Tobias). Ik kom er gelukkig met de schrik vanaf.

De rest van de avond wordt doorgebracht in een ontspannen sfeer. Mental note 1: als ik dit nog eens organiseer, misschien beter een weekje in juli, als alle sneeuw uit de bergen is weggekabbeld. Mental note 2: ik ga dit omdopen naar Avonturenweek Zwitserland :-).

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

12 − 10 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>