Trailweek Zwitserland – dag 3

Dag 3 alweer, we zijn nog met tien en de zon gooit licht in de kamer, dus we staan op met hernieuwde energie! Maar eerst moeten de auto’s opgehaald worden, en zodoende bikken de drie chauffeurs iets vroeger (merci, Lieselot, om chauffeur van dienst voor onze wagen te zijn). Het is iets na achten als chauffeur Frank ze met het busje naar Langwies slingert.

Ik informeer bij Tobias hoe de Weisshorn er bijligt, want ik heb zo het idee dat het vandaag best eens wat minder avontuurlijk mag zijn. Mijn oorspronkelijk plan was via de Carmennapas de Weisshorn te bestijgen en langs de langere weg via het noorden terug te keren. Tobias vermoedt echter dat de top onbereikbaar is en de weg via de Carmannapas nog flink ondergesneeuwd, en adviseert via de noordkant te gaan. Bon, we volgen dus die route straks, en we zien wel hoever we door kunnen kruipen. Als we ook maar een streepje sneeuw tegenkomen, zullen we gewoon via dezelfde weg op ons stappen terugkeren. Strak plan.

Doordat de chauffeurs sowieso een uurtje weg zijn, is iedereen wat meer à l’aise en het is al tegen tienen als we de sporthorloges afdrukken. Lieselot beslist om een toertje op zichzelf te doen: gisteren kreeg ze in de afdaling af te rekenen met scheenpijn en waarschijnlijk ligt die sluimerend te wachten op de volgende bergaf. Mijn knie voelt beter dan gisterenavond, dus ik ben vol hoop dat die mij geen parten zal spelen vandaag. Ik wil mijn stokken meenemen om mijn knie wat te sparen, maar bedenk me op het laatste moment: dat wordt een onhandig gedoe, én stokken én regelmatig de gsm checken voor de juiste route.

Al vrij snel lopen Xavier, Michiel, Paul-Henri en ik wat voorop; het is een aangename klim door prachtige decors, met als enige stoorzender de knie die aan het zeuren gaat. Vermits Michiel zijn stokken niet gebruikt, mag ik die lenen, waardoor mijn domme zet van daarnet (stokken achterlaten) wordt tenietgedaan.

De tocht tot de Weisshornische top is 14 km, en tot kilometer 12 worden we nog niet met sneeuw geconfronteerd. We kiezen voor middagmaal op een van de grastopjes daar met zicht op het wijdse landschap en een gezapig zonnetje in de nek. In de kantine van Arcelor Mittal is het net iets minder gezellig vertoeven, stel ik me voor. Vooraleer de laatste stuutjes in de keel verdwijnen, arriveren ook Ineke, Sylvie, Jeroen en Peter: zij hebben ook een mooi tempo aangehouden. Johan probeert het iets rustiger te doen en houdt ons via sms op de hoogte. Zijn plan is vandaag de kilometers te beperken en vanaf kilometer 10 terug te keren.

Tijd voor de laatste loodjes naar de top! We zien nog veel melkschuim op de flanken slapen en zijn er ons van bewust dat we sowieso nog op sneeuw zullen botsen. Maar zo dicht bij de top verandert de initiële opzet: “terugkeren bij de minste sneeuw” in: “terugkeren als het ontoegankelijk of gevaarlijk wordt”. Vandaag kijken we er ook helemaal anders tegenaan: het is als een leuke puzzel oplossen en spelenderwijs laveren we van de ene sneeuwvlek naar de andere, de ene keer erlangs, de andere keer erdoor. Paul-Henri daarentegen heeft het wat gehad met de sneeuw en beslist om op zijn stappen terug te keren.

Net voor we de piek bereiken, checkt Johan telefonisch de toestand: is het doenbaar om door te gaan? Wat Xavier antwoordt, schrikt hem blijkbaar voldoende af om hem rechtsomkeer te doen maken. Johan had ook al zijn portie gehad voor vandaag, want hij deed ongewild een extra ommetje van 3 km. In die buurt vinden we ook achtereenvolgens: een leeg flesje Jägermeister, een papfles en een aansteker. Allemaal signalen dat de toerist met de kabellift hier gemakkelijk naar boven kan snorren. We nemen die mee als trofeeën (zoals Xavier een dag eerder ook al een golfballetje op grote hoogte vond, wat op zijn zachtst gezegd merkwaardig was).

De top is top, het laatste stuk bergwand plezant! We worden helemaal euforisch en wanen ons hardcore bergbeklimmers. Enkele minuten en kiekjes later arriveert ook de rest van de groep (minus PH en Johan die voor de langere route terug kozen).

De ijle lucht zorgt alleszins voor originele selfies: eentje met alle aanwezige groepsleden voor besneeuwde Alpentoppen (alleen vullen de kopjes al de volledige foto), en selfies in de reflectie van de ramen van het skiliftgebouw, waarbij iedereen zijn fototoestel gebruikt. Alleen Sylvie heeft er geen, dus die houdt haar Melikoek dan maar omhoog.

Time to descent! Er is wel degelijk nog wat sneeuw, maar op geen enkel moment vormt die een hindernis. Maar zoals ik vreesde, laat mijn knie me nu écht in de steek. Sylvie polst naar de toestand van mijn knie, en verstaat mijn “slecht” als “ça va” en antwoordt: “Ah, goed!” De ijle lucht zorgt dus ook voor misverstanden. Seconden later schuif ik uit over een steen en land op mijn elleboog, gelukkig niets ergs. Om mijn huidige bizarre loopstijl toch een positieve draai te geven, hinnik ik al huppelend en stel mezelf voor als een eenhoornpony die over een regenboog dartelt.

Voor personen met gezonde knieën is de afdaling een feest, dit in schril contrast met de kreupele van dienst. De rest wacht me wat hoogtelijnen lager op, maar ik stel hen gerust en zeg dat ze mogen doorgaan aan hun tempo. Het zal me wel lukken, als ik op mijn eigen ritme door kan gaan. Ik zie het groepje naar beneden dartelen en focus me op mijn eigen inspanning. Nu alles stil wordt om me heen, heb ik ook tijd om de omgeving te observeren en te genieten van dit onbedoelde me-time momentje.

“What would Kilian do?”, bedenk ik. Waarschijnlijk zou hij een marmot achtervolgen, het beest uit zijn hol proberen sleuren (ondanks het verwoede tandgevecht om zijn territorium te verdedigen), zijn strot dichtduwen, hem uitpersen en de pels afstropen om als zwachtel om de knie te winden. Of een overbetaald kinesist laten overvliegen, dat kan ook.

Toch zijn de steile stukken afdaling het pijnlijkst. Ik beweeg me voort in een soort strompelhuppelwandelhinkdrafje. Of een beetje zoals de staafvormige robots in de sf-film Interstellar: stramme bakken die er op een of andere manier toch in slagen zich te verplaatsen.

Een neveneffect van de pijnscheutjes, is dat ik me draaierig begin te voelen en mijn handen tintelen: ik bedenk dat ik door de pijn met ingehouden adem loop en oppervlakkiger ademhaal.

Eens voorbij het steilere stuk, lukt het afdalen weer beter; we kunnen al spreken van hink-lopen. Ik hoor ook een diertje dat ik vorig jaar tijdens dezelfde tocht en quasi op dezelfde plaats ook al ontmoette: het maakt geluidjes als van een klikkend fototoestel. Ik doop het om tot Japanse bergbever, omdat het klikken doet denken aan Japanse toeristen, en ik stel me voor dat dit wordt veroorzaakt door het klappen van de staart op de grond.

Ik vorder moeizaam en ik verlang naar de finish; het voelt als de laatste kilometers van een ultrarun. De kerktoren van Tschiertschen komt in zicht op het moment dat Lieselot telefonisch mijn toestand controleert. Ik geef aan dat ik nog leef en vlakbij ben. En vraag of ze alvast een pint wil uitschenken. Ik word vergast op een applausje van de groep, die zich ondertussen op het terras heeft genesteld. Grappig hoe de laatste soms het meest applaus krijgt, dat is in wedstrijden ook al zo :-). Terwijl ik me van mijn schoenen ontdoe, krijg ik uit het niets een emotioneel tikje; het is allemaal wat veel geweest. Maar niet in die mate dat het niet met een schuimkraag kan worden verwerkt! Plus wijn, Voltaren en ijs.

In elk geval: na een korte rondvraag blijkt iedereen tevreden en durf ik oordelen dat dit voor de groep een geslaagde dag was zonder onaangename verrassingen. Johan-ik-ga-een-kort-loopje-doen heeft dankzij zijn omwegen de langste afstand gelopen (26 km). Hij verdient daarmee de trofee Overachiever of the day. Nog voor ik die kan uitreiken, verdwijnt hij naar Chur voor zijn me-time. Peter vertaalt dit als: “Hij zal een tinderdate opgescharreld hebben, zeker?”

Advies van de dag: de tocht over de Weisshorn is doenbaar voor Belgen, maar af te raden voor Nederlanders ;-). Het gezelschap geniet nog na op het cosy heuveltje vlakbij het hotel, waar de laatste zonnestralen voor heerlijk strijklicht zorgen, terwijl de rest van het dorp de schaduw opzoekt.

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

1 + 7 =

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>