Trévire Night Trail 2014 – de (voorlopig) vettigste trail van het jaar

Het nieuwe jaar is ingezet met een zekere mate van kreupelheid in de leden, maar toch ook met een sluimerend aanwezige honger naar modder. Het was die mud hunger, aangelengd met een scheut adventure sweat, die het toetsenbord aandreef dat het inschrijvingsformulier voor de Trévire Night Trail op 10 januari 2014 moest voeden. De trail komt in twee porties: 15 km en 30 km. Ik reikhalsde naar het grootste bord, maar Gezond Verstand nam me bij de hand en bolde de 15 km aan op het formulier. “Kerel,” zo sprak het Gezond Verstand, “Uw achterpoten worden nog volop gekneed door de kinesist, u bent al bij al maar net opnieuw aan het opbouwen en u zou alleen moeten rijden, want uw vriendin, die ook meeloopt, kan nooit op tijd mee vertrekken, zo na haar werk. U gaat op die manier een vleug gezelligheid missen en uw biologische voetafdruk zal alleen maar nog groter worden. Terwijl uw bolide nu al niet van de properste is voor de longen van de aarde.” Tegen zoveel gezond verstand kon ik niet op, zeker niet als het dat van mezelf is en als het me zo beleefd aanspreekt in de u-vorm.

En aldus geschiedde, dat ik ons de laatste dag van de voorinschrijvingen via de daartoe voorziene digitale methodes toevoegde aan de lijst van de deelnemende deelnemers, de bol van de 15 aantikte voor beiden, bevestigde en de nodige financiële middelen overmaakte om onze aanwezigheid te bestendigen.

Vrijdagavond, achterwerks (afterwork). Lieselot is vooruitdenkender ingesteld dan ik, dus haar valies is ‘s morgens al geprepareerd. Op dat moment had mijn boekhouder ook eindekwartaalnoden, waardoor mijn reisdoos pas ‘s avonds kan worden opgevuld. Wat een geluk dat ik een prachtige checklist voor het lopen heb opgesteld! Des te jammerder dat ik helemaal de tijd niet heb om die te overlopen en af te vinken; het wordt de techniek van de smijt-de-valies-maar-vol-en-we-zien-wel. Straks heb ik toch meer dan tijd genoeg om onderweg te bedenken wat ik allemaal ben vergeten!

Inderdaad, Virton ligt niet naast de deur, we spreken hier van een dikke 270 km. Ze zijn een beetje zot, het soort mensen dat zo’n afstand aflegt, waarbij de wagen over het ganse traject CO2 uitwasemt als een dolle stier, om daar ter plaatse te kunnen genieten van de heerlijke bosgeur en een beetje één te worden met de natuur. Voor dezelfde diesel kan je naar Parijs rijden! Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat we er een volledig weekend hadden gebookingdotcomd daar ter plaatse, met een veelbelovende B&B die onze vermoeide lijven achteraf boxspringgewijs zou ondersteunen. Meer dan wat getrail dus.

We vertrekken keurig op tijd, met zelfs wat marge, want je weet maar nooit wat de Lord Of The Brussels Ring voor ons in petto heeft, maar Hij houdt ons maar een tikkeltje op, en ook de andere afremmertjes op ons route pingelen maar een paar minuten van onze reistijd af. Er is voorwaar nog wat tijd om de tank weer vol te gooien op de heenweg, zodat we ons daar niet meer moeten mee bezighouden, eens de beentjes zijn leeggetrappeld. Zo bekeken is er maar één werkelijke stoorzender op onze reisweg: Studio Brussel. Of beter getypt, we kunnen onze favoriete zender niet ontvangen tot in de Belgische tenen. De toenemende ruis wordt uiteindelijk onderdrukt door kristalheldere, nimmer krakende mp3’s.

Iets voor 20u, ruim een half uur voor de start, zoeken we een parkeerplaatsje in een ondertussen een al met stalen rossen volgestouwde buurt. Een over het hoofd gezien steegje neem ik dankbaar in, net dicht genoeg in de berm, zodat andere wagens nog kunnen passeren, en net ver genoeg van de betonput die ik pas na het uitstappen opmerk. Een kleine rol voor het voorwiel, maar een grote stap voor de gezelligheid van de avond.

Alle prulletjes, lampjes, metertjes worden op en aan de lichamen vastgemonteerd, en in een drafje haasten we ons naar de registraties om ons nummers af te halen (o ja, wat staan we ver geparkeerd): Lieselot nummert zich op 1131, ik schenk mezelf aan 981. Dit doet denken aan 9,81: de valsnelheid in m/s2, en ik vraag me af of er profetische proporties in het spel zijn. Nu nog snel-snel alle sanitaire ballast eruit persen en op naar de start!

We zijn ondertussen luttele minuten van het startsignaal en de fellow lopers zien er allemaal zwaarbelampt en fluo uit. De sfeer is uitgelaten, Frans is de voertaal. Dit Vlaamse duo neemt een beetje een afwachtende houding aan, want gaan ons ietwat gewonde leden de uitdaging goed doorstaan die het ruwe landschap ons belooft?

Start! Enfin, start-achtig, want de massa komt in beweging, heel netjes als de grote wijzer van de klok de zes kietelt. Half negen dus. Een authentiek startschot herinner ik me niet, maar in die streek en met een jachtseizoen dat aan de gang is, is dat maar goed ook: een naburig everzwijn zou het aan zijn hart kunnen krijgen. We spraken op voorhand niet concreet af dat we samen gingen lopen, maar in stilte wist ik dat dit geen trail van de snelheid ging worden; dit kan niet in het donker, dus het stille plan was om op zijn minst een deel van de route in elkaars gezelschap te spenderen.

De race draagt ons in de eerste kilometer over gras. Dat de zoden naast groen ook nat en glibberig zijn, is een teken aan de wand. Wat zich echter het sterkst een weg in het geheugen grift, is de verlichte deelnemersrups die zich door het landschap kerft. We zijn met meer dan 500(!) en we lopen nu nog heerlijk op elkaar geperst: de rups moet zich nog uitrekken. Dat resulteert in een paar mini-ergernisjes op de plaatsen waar we tot wandelen en bijna-stilstand worden gedwongen. Tijdens de onderbrekingen is er ook ruimte om het deelnemersveld te beluisteren. Frans is dus de voertaal, maar ook Luxemburgs is rijkelijk aanwezig: daar begrijp ik geen jota van, in die mate zelfs dat ik me afvraag of ze elkaar wel verstaan en of het hier geen pseudo-taaltje betreft.

Het weer is fantastisch, enorm onwinterse temperaturen, maar de hemelsluizen hebben de voorbije week wel ferm opengestaan, en dat vertaalt zich in een ondergrond die het nodig vond al dat water op te slorpen. Er is modder, modder en modder, en dat zullen we geweten hebben! Het stond ook al aangekondigd op de website, dat de bodem gras ging zijn, en daarmee bedoelden de Trevierse webmeesters vettig, niet de groene koebrandstof.

Voor Lieselot is dit de proefdraai met haar eerste, gloednieuwe paar trailschoenen, de alom geprezen Salomon Speedcross 3. Ik hoor haar enthousiast haar lofzang betuigen over de uitmuntende stabiliteit, terwijl ik ondertussen de grootste moeite heb om mijn benen samen te houden onder mijn lijf. Haar schoenen zijn duidelijk geschikter voor dit terrein. Maar het kan erger: ik zie voor mij nog veel standaard loopschoeisel en die doen de grootste moeite om niet onderuit te gaan, uitvoerig begeleid door een koor van ik-val-bijna-kreetjes.

Veel aandacht kunnen we daar niet aan geven, want we hebben andere katten te geselen: de hoofdlampjes die nog behoorlijk lichtsterk leken toen ik ze daags voordoen vlak in mijn gezicht liet schijnen, werpen een flauw lichtstraaltje in de donkere nacht. Zelfs mijn ogen geven meer licht dan dit. Dit zal ons voor de rest van de rit parten spelen. Loop ik nu in of naast de modder? (In, zo te voelen) Ik ga nu bijzonder snel bergaf, maar op welke ondergrond eigenlijk? (Gevaarlijke) De truc bestaat erin van als satellietjes rond de felverlichte hoofdlampzonnen van anderen te cirkelen en als vampiers op hun energie te parasiteren. De gedachte dat er ondertussen in de auto fonkelnieuwe batterijen, goed om een leger Duracellkonijnen voort te jagen, liggen te blinken die nu wel goed van pas zouden gekomen zijn, biedt geen echte troost.

Uit principe wil ik elke helling oplopen. In de praktijk zijn dat in deze trail de momenten waarop ik het warm krijg en waarop er al eens gepuft wordt. De hellingen zijn niet bijzonder steil, maar wel vaak eindeloos lang. Velen die aanvankelijk de klim al lopend starten, gaan over op, eh, gaan. Ik besluit om mijn paard op de hellingen de sporen te geven en boven te wachten op Lieselot en aldus samen te blijven in een soort loop-LAT-relatie. Het mooie is dat ik de lichtstoet dan even naar me toe zie komen, een mooi schouwspel! Iets moeilijker is het om je partner op die manier te spotten, met zoveel sfeerlicht in de oogballen, maar als ze een paardenstaart heeft en me met Westvlaams accent aanspreekt, volstaat dat als herkenningspunten en loop ik weer mee ;-). Het moet daarbij gezegd dat ze behoorlijk haar mannetje staat: waar sommige lopers al beginnen wandelen als het in de verste verten nog maar ruikt naar helling, probeert zij als default de hellingen te lopen en geeft ze er maar de brui aan als ‘t echt niet meer anders kan. That’s the spirit!

Op zo’n helling: eerste val van Martin in de modder. Een single track deel, maar misschien kan ik wel langs die gladde zijkant passeren, en.. zwiep patat. Niets pijnlijks aan, alleen een wat bedefelde broek. De tweede val, later op het parcours, op een helling waar iedereen stapt. Mogelijks wandelen ze uit vermoeidheid, maar even goed omdat het in dat deel extra glibberig was. Wie daar probeert te lopen, is een tekenfilmfiguurtje dat ter plaatse begint te trappelen, om vervolgens, met bijpassend grappig geluidje, onderuit te gaan.

De post halfweg is een oase van licht en gezelligheid: lampjes, muziek, kwetterende mensen. Welwillend ontfermen we ons over cola, zoutkoekjes, zelfs chocolade! Nog nakauwend vangen we deel 2 aan. Overigens: het parcours is overduidelijk gemarkeerd met weerkaatsende pijlen en plakkers die de Kinderen Van De Nacht vlekkeloos begeleiden. Niet dat dat echt nodig is, als je in de massa loopt, want je kan de meute blindelings volgen.

De trailpaparazzi wisten op voorhand de goede locaties uit te kiezen: een plaats met extra veel modder? Flits! Een ultiem gladde helling? Flits! Een riviertje waar je met veel moeite probeert de voeten droog te houden door die ene, gladde kei te bespringen om tot de overkant te raken, om dan een halve meter verder weg te zakken in een heus moddermoeras, en met als enige manier om daaruit te ontsnappen: je eruit wentelen als een varkentje? Flits! Dat worden verrassende plaatjes!

We cirkelen rond de twaalfde kilometer. Er dient zich alweer een schier oneindige helling aan en ik besluit dat ik nu in één stuk alleen ga doorlopen, omdat het gezelliger wachten lijkt aan de finish dan op de heuveltop. Ik geniet van het tempo en de hellingen. Iemand zegt me dat het “interdit is om de derniers hellingen te lopen”, en even later krijgt Lieselot een gelijkaardige opmerking naar haar hoofd geslingerd: dat het “interdit is om anderen te doubleren op de hellingen”. Zou het hier een ons nog onbekende etiquetteregel betreffen uit de trailwereld? Of is het simpelweg niet leuk om gedubbeld te worden als je ‘t lastig krijgt?

 I watch my watch. Meer dan 15 km ondertussen. Iemand verzucht in zijn taal: “Dat is nu al 3 km dat ze zeggen dat het nog een paar 100 m is!” Overuren, overkilometers dus. Het zal nu echt niet ver meer zijn eens we aan een zone komen waar de ene na de andere trap in de natuur is gebeiteld. Meerdere mannetjes staan over dit deel verspreid om ons repetitief te waarschuwen voor de gladde trappen.

Nog een deeltje door het vette gras (“Alles goed, gesneuvelde medeloper?” “Ja, het is enkel kramp!”) en daar in de verte gloort de start, die voor de gelegenheid ook finish is! Eerst voorbij een stukje parking, dan over een sympathieke houten steiger, met links en rechts fonteintjes, en onder de finishboog, heel leuk! De afstandsklok toont 16,5 km.

Wil je de interne voorraadschuren weer vullen, dan moet je binnen zijn, een paar verdiepingen hogerop. Er is cola en water voor de vers gearriveerden, en voor iedereen is er een soort aftertrailparty, waar onze Waalse vrienden een patent op hebben: worsten, soep, Orvals,… en alles aan federaal-democratische prijzen! Ik graai een cola mee voor Lieselot, voor als ze straks aankomt, en keer terug naar de triomfboog. En nog terwijl ik denk en hoop dat ze niet te lang zal wegblijven, omdat stilstaan ook koud krijgen is, zie ik mijn loophinde in de verte al naderen. Goed gedaan!

Het napraten, onder begeleiding van worst en soep, doet goed! Tijd om de koude van de nacht in te duiken, de auto omzichtig weg te lokken van de betonput en de tocht naar de welverdiende slaapplaats in te zetten!

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

− 5 = 4

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>