Souffrance sous-france

Eerst wat basiswoordschat uit het bekende loopwoordenboek De Dikke Loper. Trailrunnen: het lopen op onverharde paden in de natuur, bij voorkeur met wat reliëf. Trail: de korte naam voor een trailrunwedstrijd. Positieve hoogtemeters: het totaal aan meter klimmen in een trail. Als de start en finish op dezelfde plaats zijn, zijn deze natuurlijk gelijk aan het aantal negatieve hoogtemeters (aantal meter afdalen).

Al rondfietsend op het web naar uitdagende trails, stoot ik op de Trail des Citadelles, nabij Lavelanet, Zuid-Frankrijk, met keuze tussen 20, 40 of 70 km. Bij de 70 hoort een positief hoogteprijskaartje van 3600 m, de 40 heeft nog een smakelijke 2000 m. Ikzelf ben meteen geprikkeld om me in te schrijven voor 70, en Lieselot zot genoeg krijgen om de 40-uitdaging aan te gaan, is niet zo moeilijk :-). Inschrijven daarentegen… ‘t spel was al maanden volzet, en een smeekbede naar de organisatie om ons, arme Belgjes, vooralsnog het genoegen te gunnen om de Franse aarde te beroeren, blijft onbeantwoord. Tot daar het trailplan.

Dan maar andere hoogteleute opzoeken: Zwitserland? We plannen een Zwitsers weekend via kennissen die in een hotelletje werken, maar een week voor ons vertrek lijkt het me niet onverstandig om op te zoeken wat voor weer het daar is. Hm… sneeuw in ons weekend? We polsen bij onze correspondente ter plaatse en het verdict luid: “Pap in het dal, en sneeuw hogerop!” Dat is wel te verwachten in april natuurlijk, er zijn genoeg skiërs die in die periode nog op de latten staan. Dat heeft deze ski-analfabeet mooi over het hoofd gezien… Besneeuwde bergpaden belopen: de afdalingen zouden best wat te snel kunnen gaan… dus ook deze plannen worden opgeborgen en de uitstap wordt geannuleerd.

De jeuk in de kuiten gaat echter niet over en met het paasweekend in het vooruitzicht is het in principe wel mogelijk om een korte trip te maken. Toch zijn er geen interessante trails te bespeuren… Alleen die Trail Des Citadelles blijft maar in al zijn uitverkochtheid opduiken in de wedstrijdkalenders. Toch nog eens door hun site spitten? Inschrijven lukt dus niet, daar was ik allang achter. De routes zijn wél te vinden op de site, onder de vorm van gpx-bestanden. Dat betekent dat ik de te volgen weg kan visualiseren op mijn slimmefoon. Met de gsm in de hand, moet het dus in principe mogelijk zijn om de trail op eigen houtje te lopen. Het zaadje is gepland… Als we nu eens de wedstrijd lopen nog voor hij van start gaat?

Hoe meer ik erover nadenk, hoe spannender ik het begin te vinden! Even polsen bij mijn reisgenote wat zij vindt van de gedachte, en na enige aarzeling slaat de vonk ook bij haar over. We komen tot volgende reisformule:

  1. Vertrek op donderdagavond, met de bedoeling meer dan 500 km achter de wielen te hebben.
  2. Na middernacht halt houden bij een motelletje voor een hazenslaapje.
  3. ‘s Morgens vertrekken voor deel 2 van de autorit (alvast in looptenue).
  4. ‘s Middags aankomen in Lavelanet, rugzak aan en starten maar!

Twee zotten samen komen soms tot een verbazingwekkend simplistische voorstelling van de werkelijkheid.

Er zijn nog een aantal complicaties waar we nu nog niet te zwaar over nadenken. Vooreerst is er het probleem van de route: de dag van het vertrek zoom ik wat in en dan blijkt dat onze routes overlappen (t.t.z. ik doe een extra lus en loop daarna in Lieselots voetsporen). Dat is goed nieuws zou je denken, ware het niet dat het deel dat moet overlappen niet helemààl overlapt, enkel van ver genoeg uitgezoomd lijkt dat zo (vanuit de ruimte). Dat betekent dat de nauwkeurigheid van de gps-route nogal te wensen overlaat en het zou best kunnen dat het vinden van de juiste weg, eens uit de ruimte afgedaald, geen sinecure is. We richten ons tot de Heilige Maagd Van De Platgetrapte Paden met de wens dat de organisatie van de trail twee dagen voor de wedstrijd toch al signalisatie zal hebben aangebracht, zodat we de gps enkel nodig hebben in geval van afdwalen van het rechte pad.

De volgende uitdaging is de autonomie: het zou leuk zijn als de bevoorrading ook al twee dagen vooraf staat te wachten op passanten, maar dat zou wat te hoog gegrepen zijn voor de Heilige Maagd. Tenzij we op hert jagen en onze dorst laven aan voorbijstromende riviertjes, zullen we toch alles zelf moeten meezeulen. Lieselot neemt 2l water mee, ik vervoer 2l + 1l energiedrank. Daarnaast een hoeveelheid gels voor de energietoevoer, en wat koeken om de maag het gevoel te geven dat er toch nog wat concreets te kneden valt. De gsm (voor gps en contact) moet ook genoeg juice krijgen, dus die wordt tot aan de nok opgeladen en er wordt een dikke reservebatterij toegevoegd. Identiteitskaart (als we niet meer kunnen zeggen wie we zijn), geld (extra drinken kopen in de dorpjes), zakmes (been kunnen afsnijden indien vastgeraakt in een klem),  warme kleren (als de tocht te lang duurt en de nacht valt), lampje (ook voor ‘s nachts), overlevingsdeken (extra warmte), wc-papier (autonomie op alle niveau’s),… ik denk dat we op veel zijn voorzien.

Omdat het wat lastig lopen is met al die spulletjes in de handen, is er ook een rugzak nodig. Voor de kenners: ik liep al een tijdje met een Nathan Vaporwrap, maar dit was geen geslaagd huwelijk. De schouderbandjes schaafden mijn huid steeds meer, zodat mijn sleutelbeenderen bijna zichtbaar kwamen te liggen (lichte overdrijving) en er was ook een ongemak met de bladder (dat is de drinkzak die je in zo’n rugzak kan opbergen, die met een rubberdarmpje het water naar je mond brengt d.m.v. een bite and suck systeem: je bijt op een ventiel en tegelijk zuig je om het water op te zuigen). Die deed alle moeite van de wereld om te laten merken uit welke materie hij is gemaakt: de rubbersmaak is niet te harden! Na opzoeking en rondvraag hoop ik dat de Salomon Advanced Skin S-lab 12 (ook bij iets triviaals als een rugzak kijken ze niet op een tussenvoegsel meer of minder om het indrukwekkend te laten klinken) een geschiktere bochel op mijn rug is. Een bladder is er niet bij, maar ik koop er eentje van Hydrapak. Lieselot wil de Nathan overnemen, misschien past die haar beter? Maar de bladder wordt sowieso ook vervangen door een Hydrapak.

Zijn we er nu? Nee, dat zijn we nog niet, want ik heb recentelijk ook poles gekocht, zo’n stokken die lijken op wat we kennen uit de Nordic Walking milieus. Hang on… zijn dat niet die stokken die opaatjes en omaatjes gebruiken om hun voortschuifelende wandelingen een dynamischer uitzicht te geven? Waar ook ondergetekende hoonlachend naar keek, als hij zo’n kudde Nordics passeerde? Waar ondergetekende bovendien smalend over zei tegen zijn medelopers: “Vrees niet, ze bijten niet en ze zijn niet giftig!”? En nu heb ik die zelf gekocht? Jamaar, zo werp ik op, dit is anders! De stokken zijn lichter, plooibaar en zijn vooral bedoeld voor extra ondersteuning bij het stijgen en dalen! Later in mijn leven ga ik daar nog een artikeltje aan spenderen, bedoeld voor de trailende medemens en om een aantal vooroordelen omtrent poles uit de wereld te helpen. Op dit moment, voor de loop, kijk ik nog wat beduusd naar de stokken, vraag ik me af waar ik die ga opbergen en hoe ik ze moet gebruiken. Deze trail met muchos muchos hoogtemeters is ideaal om het (liefst zo snel mogelijk) te leren.

Samengevat: op ruim 1000 km van de voordeur willen we een onbekend parcours , waarvan we niet weten of het zal aangeduid staan, belopen, met op de rug een nieuwe rugzak van 5-7 kg (Lieselot voor het eerst met rugzak), met poles in de pollen en hopelijk voldoende spullen bij om de tocht alleen aan te kunnen… I like!

De autorit verloopt redelijk vlot, de hotelnacht die de rit behapbaar moet maken, is kort en rusteloos. In de hotelkamer trekken we ook alvast de loopplunje aan, zodat we in Lavelanet snel kunnen starten. We voederen ons al rijdend, zoals vliegtuigen in de lucht tanken. De spanning begint toe te nemen naarmate we dichter bij de start komen en binnenkort de beschermende cocon van de auto moeten verlaten. In de verte doemen de besneeuwde Pyreneeën op, iets wat we precies niet direct hadden verwacht. Niet dat het IN de Pyreneeën om doen is, maar het aangrenzende landschap heeft er toch al ferm last van.

Het is ‘s middags na half één als we Lavelanet bereiken. Inclusief nog wat nerveus gepuzzel aan het materiaal wordt het al gauw bijna één uur. Dat maakt dat (vooral voor mij) meer dan waarschijnlijk de grote leeslamp die we zon noemen, al zal uitgeknipt zijn. Eerlijk gezegd maak ik me meer zorgen om Lieselot die als vrouw alleen op pad gaat in the middle of nowhere, dan in mezelf. We spreken af dat we minstens eens per uur een berichtje sturen om zeker te zijn dat alles ok is (of redelijk ok, gezien de omstandigheden :-)).

Met de telefoon in de hand navigeren we onszelf naar de start, en… daar weerklinkt een aarzelend hoeraatje, want we merken een rood-wit plastic lintje op. Verderop: ook een rood-wit plastic lintje. Nog verderop: ook. Je hoeft geen IQ van drie cijfers te hebben om daarin een patroon op te merken! Juij, de route staat aangeduid!

De weericoontjes op de telefoon tonen voor vandaag een schaapje met appelsien; voor zondag staat er een wenend schaapje afgebeeld. Het voordeel van zelf je loopdag te kiezen, is dat je het weer wat naar je hand kan zetten. De stakkers die zondag deelnemen zullen een regenvestje nodig hebben ;-). Voor nu is het dus stralend weer, misschien zelfs een beetje té stralend (want warm weer + inspanning = meer lekken uit poriën)…

Quasi direct worden we de natuur ingekatapulteerd. De benen voelen als lood, en de rugzak is gevuld met stenen, mijn infrastructuur moet nog op gang komen na de lange rit. We lopen nog even samen vooraleer ik Lieselot succes toezoen en mijn pas een beetje versnel. Kort daarop sturen roze pijlen ons verschillende richtingen uit, afhankelijk van de gekozen afstand. Vanaf nu is het ieder voor zich.

hoogteprofiel

Hoogteprofiel

Na de eerste kilometers overvalt me een gelukzalig gevoel: hoe heerlijk is dit! Links en voor mij: groen. Rechts: de Pyreneeën met hun witbepoederde tjoepen! Ik voel me bevoorrecht dat ik in zo’n majestueus landschap mag rondtrippelen, zoveel natuur: allemaal voor mij! Het gevoel van extase wordt enkel gedwarsboomd door een druk in de buik, en sanitair gezien is er hier geen enkele toilet. Of, vanuit een ander perspectief, àlles is toilet. Ik zoek een stukje ongerepte natuur om wat minder ongerept te maken. Zonder te lyrisch te worden over dit heikel thema: veel dichter met de aarde kan je je niet verbonden voelen ;-).

Het verloop van wat een calvarietocht blijkt te zijn, is nog het best te volgen in dit sms-verslag. Via de toegevoegde nummertjes is het verval mooi te volgen. Lieselot typt in het grijs, de groenlachende tekst is de mijne.
conversation

  1. Ik ben in mijn uppie, maar ik merk toch wel op dat het warm is en dat er behoorlijk wat klimmen aan te pas komt. Ik wil mijn partner geruststellen dat het niet aan haar benen ligt, maar dat het parcours en het klimaat toch wel enige uitdaging in zich dragen.
  2. Partner voelt zich precies wel goed, maar haar tempo ligt ook niet hoog. Ik daarentegen heb het gevoel op een stuk parcours te zitten dat niet echt een pad is, maar alleen als dusdanig herkenbaar is, doordat er lintjes langslopen. Het spoor passeert netels, doornen, stenen, bladeren,… Wie de route moest uitzetten, heeft de dag daarvoor behoorlijk aan de drank gezeten precies. Bergop kan er niet gelopen worden wegens te steil. Bergaf kan er moeilijk gelopen worden wegens te beenbrekerig, en als het vlak is, is het de helft van de tijd ook zo oneffen dat lopen niet lukt. Miljaar… tijdens een zware trail, kom ik al eens graag een stukje gewone weg tegen, om mijn benen wat te ontlasten. Hier ben ik al blij als ik een stukje tegenkom dat de naam “pad” waardig is.
  3. Partner voelt zich nog steeds goed, ik knipoog haar toe dat ik nog niet dood ben. Eigenlijk bedoel ik dat het allemaal (nu al) heel moeizaam vordert en dat mijn dood niet zo lang meer op zich zal laten wachten.
  4. Ah, toch ook enige sporen van aftakeling aan de overkant! Haar kinderlijk enthousiasme over de Melikoek pept me even op (17 seconden). Toch even ventileren van mijn kant, ik kan het niet laten.
  5. Een poging tot opkikkertje van de overkant. Helaas loop ik even later een stukje verloren. In plaats van de weg terug te volgen, denk ik dat ik een shortcut kan nemen, wat dus resulteert in “boskruipen”. Al sukkelend vind ik dat een van mijn minder goede ideeën.
  6. “Haar telefoon zat geblokkeerd! Ze was de weg kwijt! Ah het is ok!” De berichtjes komen in één grote teug op mijn scherm. Veel zorgen heb ik me dus niet kunnen maken, want aan mijn kant van de werkelijkheid is alles in dezelfde seconde al opgelost. Egoïstisch als ik ben, vrees ik al dat me dat ook te wachten staat op dat stuk route.
  7. Effe kilometerstanden uitwisselen. Het gast langzaam bij mij, een typo die me kan gestolen worden.  Normaal moet daar nog Ok? op volgen, maar da’s uit de screenshot verdwenen.
  8. De machine aan de overkant is ook aan het sputteren. We wisselen wat miserie uit. En dan ineens, bij de zoveelste klim, besluit ik dat ik nu ga neerzitten, ik heb het even helemaal gehad. Tijd om te drinken, en droge Maria-koekjes te eten. Eentje valt op de grond. Ik vraag me af wat de lopers zondag gaan denken als ze een koekje zien liggen aan de rand van de beschaving. En nog een koekje, en nog eentje, en nog eentje,… Nog wat nippen van snel afnemend waterreserve om de koekdroogte te compenseren. Dan weer opstaan. Ik voel me toch wat opgekikkerd.
  9. Lieselot weet wat me nog te wachten staat en oppert de stopgedachte, voor mijn eigen goed. Het eerste moment denk ik: “Oh ja… een alibi om er gewoon mee op te houden, en mooi rationeel onderbouwd zelfs. Op die manier is het niet écht opgeven…”, om dan verderop plaats te maken voor de gedachte: “Jamaar… ik moet ook leren lopen in het donker, waarom zou ik moeten stoppen?” De rebel in mij wordt er door geactiveerd. Ik houd het voorlopig bij een diplomatische belofte tot overwegen.
  10. Het klimmen blijft maar aanhouden en ik heb het weer even helemaal gehad met die klotetrail. En dan is de drank op.
  11. De overkant wil me opbeuren met de belofte op heerlijke landerijen om langs te huppelen. Ondertussen heeft ze een drinkprobleem en stijgt het haar naar de benen. Dat betekent ook dat me dat ook nog te wachten staat.
  12. Ik moet precies aan stervensbegeleiding doen. Van mijn kant heb ik het bezoekje aan een kasteel op een bergtop maar zo gelaten; het is gewoon een extra lus en het gaat nu al geen meter vooruit. Krachten sparen. Tegelijk besef ik dat Lieselot al heel ver gevorderd is in haar wedstrijd en ik heb oprechte bewondering voor zoveel doorzettingsvermogen.
  13. Dan valt het contact een hele poos weg.
  14. Tegen dat ik haar uiteindelijk weer hoor binnenvallen op mijn foon, ruikt ze de finish. En ze is de eerste vrouw :-). Ik bel haar op om haar te feliciteren, wat een huzarenstukje! Water heb ik ondertussen gevonden in dat leuk stukje rivier (beetje gevaarlijk, maar ik kon het niet laten om er toch een slok van te drinken) en later aan een kraantje op een dorpsplein.
  15. Ze herhaalt hoe technisch en verraderlijk het parcours is, en welke risico’s dit inhoudt. Ik ben nog niet helemaal overtuigd dat stoppen de beste optie is. Ondertussen is het pikkedonker en heb ik mijn hoofdlampje al op mijn kop genesteld. Even later lig ik ver met mijn muil op de grond doordat ik een tak niet heb gezien. Ik zie dat als een waarschuwing… Stel dat ik nu ergens val: wie kan me bij donker helpen? Welke miserie haal ik me dan op de hals? Opgeven staat niet in mijn woordenboek, maar vandaag wel… Eerst zou ik stoppen aan km 55, maar dan belt Lieselot dat ik de weg moet oversteken aan km 52 en dat ze me daar kan oppikken. Op dit moment doet het er niet meer toe voor mij, 52 of 55, de race zit erop…

De uren erna denk ik na over dit avontuur. Het wàs een dol avontuur en ik ben blij dat we zo zot hebben gedaan; het was het helemaal waard om tot hier te rijden! Tegelijkertijd heb ik in België nog nooit zo’n zwaar parcours tegengekomen…

Wat hebben we vandaag geleerd?

  1. Een hele lange rit met de wagen met een korte nachtrust en dan hopsaliedee de stijve beentjes strekken voor een 73km lange (en hoge) trail, dat combineert niet zo vlotjes.
  2. Weken aan een stuk zware uitdagingen zoeken zonder mezelf eens een weekje rust te gunnen, dat wordt op den duur teveel.
  3. Vroeger starten, zodat ik mezelf niet blok zet, omdat ik alone in the dark moet lopen.
  4. Alleen lopen voegt vermoedelijk een extra moeilijkheidsgraad toe: de autonomie, het feit dat je je niet kan laten “meetrekken” door medelopers.

Soit, ik ga er wellicht in mijn hoofd wat mee bezig zijn, maar dan toch terwijl we daar in de omgeving van het ene naar het andere hotelletje rijden, genieten van uitgebreide ontbijten en diners, terrassen, luieren,… Eerst “werken”, dan genieten!

Deze week beperk ik in elk geval het aantal loopkilometers, om dan hopelijk met vernieuwde energie de volgende uitdaging aan te gaan!

Nog enkele random gedachten tijdens de trail wil ik jullie niet onthouden…

– De rugzak heeft vooraan twee softflasks: een soort drinkflesjes uit zacht materiaal, met een zuigventieltje vooraan. De softflask kan ik drinken door ‘m vooraan in de zak te laten zitten en erop te duwen, terwijl ik aan het ventieltje zuig. Het voelt alsof ik me aan mijn eigen borst laaf, ik ben moeder en kind tegelijk.

– Een zwarte eekhoorn! Nog nooit gezien! Zou dat ongeluk brengen?

– Kijk, alweer een zwarte naaktslak! Dat komt hier veel voor. Ze lijken op uitwerpselen, maar dan bewegende.

– Al bij al veel zwarte dieren hier.

– Waarom doe ik dit ook alweer?

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

19 + = 23

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>