Wat is geweest en wat gaat komen

Het is een poosje geleden dat ik diverse zieleroereieren in de blogpan klutste, niet omdat er niets te vertellen viel, maar omdat ik te bezig aan het bijen was. In en rond het huis was er de nodige drukte, en als er al geen kindjes om aandacht vroegen, dan was het een trail die moest belopen worden. En als er wat van tijd overbleef, heb ik mezelf dankbaar in de zetel neergelaten en doorgebracht op de lege krent. Dat het ook eens deugd doet.

Wat de trails of het belopen van de natuur betreft, sinds de Queeste Of Lakes And Castles zijn de loopschoenen nu niet bepaald in de kast blijven kleven. Door mijn selectief geheugen (hetzelfde geheugen dat de pijn en inspanningen vergeet daags na een lange loop, zodat ik bij de volgende wedstrijd weer kwispelend aan de start sta, zoals een goudvis bij elke aquariumrondje steeds opnieuw enthousiast baloogt naar het plastic scheepswrakje) zijn de meeste details ondertussen vervaagd, maar ‘k ga toch een poging doen om kort samen te vatten. Want wat niet is geschreven, is niet gebeurd.

Transjutrail

Op 1 juli 2014 was er de Transjutrail: een trail die startte in Les Rousses, in de franse Jura. Voor mij hadden we de 72 km besteld, met 3200 positieve hoogtemeters, terwijl Lieselot 36 km en 2000 hm ging bedwingen. Het scenario werd ondertussen al op routine afgehaspeld: daags ervoor valiesjes pakken, loopchecklist overlopen (oja, ik gebruik hem zelf en telkens als ik die lijst eens niét overloop, heb ik het me al beklaagd), de auto in, kilometers afbollen, péages, tankstations,…

Aan zo’n gezellig tankstation wil ik wat extra aandacht geven: ik had getankt, was naar toilet geweest, wilde een overheerlijke kunststofcappuccino grijpen toen plots iets in mijn onderrug *knack* zei (stilletjes, maar heel voelbaar aanwezig) en ik maar met veel moeite de cappuccino van de automaat kon ontfutselen. Wat overbleef van de dag, heb ik met een pijnlijke grimas betegeld, en ik vroeg me af hoe een hark vanzeleven 72 km ging kunnen uitrakelen. De oorzaak? De dagen voordien hadden we druk in de weer geweest met het assembleren van een boekenwand, met het nodige gesjouw vandien.

De avond heb ik met een minimum aan bewegingen doorgebracht, de nacht was hels, en onder het motto “je-weet-maar-nooit-dat-er-een-mirakel-mijn-rug-de-herstelling-inmasseert”, had ik mijn wekker toch om 3u gezet. Dit was dan ook het ontiegelijk vroege uur waarop ik moest opstaan om tijdig de bus richting start te halen. De moeizame verrijzenis uit mijn bedstee, maakte al snel duidelijk dat lopen geen goed idee was, en dus spoelde ik mezelf terug het bed in.

Volgende wake-up call was normaal gesproken voor Lieselot, die op haar beurt de bus richting start moest halen, al op een iets tiegelijker uur, maar omdat ik toch een zee van koekeloertijd voor me had, ging ik haar direct met de auto aan de start planten. Dat scheelde toch direct een klein uurtje slaap. Zij stond op, prepareerde zich voor haar gevecht, en ik… krijg het op mijn heupen. Een greep uit mijn gedachten: “Straks zit ik hier met mijn vingers te draaien, terwijl zij loopt… Wat ga ik hier doen? Wat liggen en mijn kast opvreten?… Ik ga aan de finish komen, tussen al die voldane, glunderende lopers?…Heb ik daarvoor 800 km met de auto afgelegd?”. En dus wandelde ik even naar buiten, en probeerde een loopje op de parking. Aiaiaiai, ging dat. Niet zo goed dus. Ik had 2 opties: niét lopen, en sowieso teleurgesteld zijn, of het proberen en misschien moeten opgeven, maar toch geprobeerd hebben dan. Ik kwam terug binnen en zei: “Ik ga de 36 km proberen.”. We zijn met de auto naar de start gereden (wat na de loop nog voor een extra uitdaginkje zou zorgen, want die kar moest ook nog naar de finish geraken, een klusje voor wie eerst aankwam).

We zijn samen gestart, maar al gauw begon ik in mijn eigen tempo te draaien. De rug was duidelijk aanwezig, maar het hinderde me niet echt in het lopen. Ik heb hem een paar keer duidelijk gevoeld, maar het merendeel van de tijd was hij stilletjes in de achtergrond aan het zeuren. Waarvoor dank, Rug! Werd het dan een walk in the park? Bijneen, gij! 2000 m de lucht in op 36 km, dat is een pittige klimoefening, om het eufemistisch uit te drukken. “Up up up, hobbitsez!”. Ergens op een bergtop eindigde een skilift, maar het was de bedoeling dat we ons onderstel gebruikten om er te geraken. Er was ook een soort reuzegolfbal die in het begin nog visueel tussen de vingers paste, maar aan de top een meter of 10-15 hoog bleek. Eens aan de top werd ik getrakteerd op een panorama waar mijn kuiten van blokkeren: een prachtig vergezicht over het dal waaruit ik net was verrezen! Dan had ik de andere kant nog niet gezien: er zijn geen superlatieven om te beschrijven wat de natuur me daar voorschotelde: een heus wateroogmoment over het meer van Genève! Kiekjestijd voor ik naar beneden hol.

Het klimmen en dalen ging nog een paar uur door, maar wat ik me vooral herinner is de voldoening die ik ervoer bij de finish, samen met de andere strandenden, en niet toekijkend. Ik had dan misschien niet de beoogde afstand gelopen, maar ik had ook een ferme uitdaging gekregen en geroeid met de rug die ik had!

Na wat koeken, chocolade en cola achter de kiezen gegooid te hebben, begon ik richting start terug te keren in de hoop een lift te versieren. De tweede auto was al direct prijs, en wat voor één: een oud VW-busje, geschilderd in psychedelische kleuren, met 4 inzittenden die al flowerpowerend verspreid lagen in het busje. Als traillopen materie is, dan waren zij de antimaterie: geen groter contrast met het competitieve wereldje waar ik net was uitgewandeld. Er volgde een wat moeizaam gesprek (vooral dan omdat ik moeite had om het nonchalante Frans te begrijpen) en ik werd bekeken alsof ik uit de ruimte kwam. “Combien de kilomètres?” “36”. “Fjew”, weerklonk het, gevolgd door een paar seconden stilte, waarin ze zich vanuit lighouding een beeld probeerden vormen van de inspanning.

Luttele minuten later werd ik gelost aan de afrit naar het startpuntdorpje Morez. Mits nog een aanvullend loopje haastte ik me naar de auto, om tijdig aan de finish terug te staan, in de hoop het vrouwtje te zien eindigen. Ook voor haar was het een geslaagde wedstrijd, met als kers op de taart de verrassing dat ik voor de verandering ook eens haar opwachtte aan een finish.

La Barjo

2 weken later ging ik revanche nemen voor de gemiste lange afstand in Transjutrail. Op 15 juli maakte Normandië zich klaar voor La Barjo: een sportfestijn met afstanden voor elk wat wils. Mijn wils was die dag 87 km en 2200 hm, Lieselot tekende voor een halve Barjo van 42 km. Zaterdag was er nog het lentefeest op Kamiels school, wat maakte dat we ons nog die avond moesten spoeden naar Normandië. Om 23u in bed, om 4u er uit (het meest hatelijke moment aan die lange afstanden) om de bus van 5u te halen naar de start. Aan de bus werd gezegd dat daar geen startnummers te krijgen waren, de dossards  moesten we aan de start zoeken. Eens op de bus sloeg de twijfel toe en checkte ik nog eens mijn email: daarin stond dat het nummer moest worden afgehaald op zaterdag! Hartslag stante pede in zone 5 zonder iets te doen! Na een half uurtje mijn kas opvreten vond ik aan het startpunt een tent met een dametje met bruine enveloppen: oef!

De duiven werden om 6u gelost. Wat volgde was een 10 uur durende tocht langs zonsopgaande stranden, bosjes, weiden, golvende kustlijnen… en een zonet vloekende blogger die ergens in de tussenliggende tijdspanne zijn geheugenkaartje met juweeltjes van foto’s heeft gewist zonder ze eerst toe te vertrouwen aan zijn ordinator.

Tussendoor heb ik gepolst naar de loopmaatjes die nagenoeg synchroon een looptocht van Gent naar Oostende waren gestart; honderden kilometers verderop deden die hun ding, maar toch met het gevoel dat we gezamenlijk een uitdaging aangingen.

Op zo’n flinke 20 km van de finish kwam ik terecht in een stroom frisse sporters die deelnamen aan de 24 km. Zij waren nog maar net gestart, dus het tempo zat er goed in, terwijl mijn kuiten bleek begonnen weg te trekken. Toch gaf het me nieuwe moed, en ik probeerde hun tempo te volgen. Ik finishte uiteindelijk 11de op 130, na 10u hijgen. Lieselot stond al tweetal uur met de vingers te draaien ondertussen, en vergezelde me in de laatste honderd meters tot de aankomst. Heerlijk om te eindigen!

Marathon du Mont Blanc

En waarom deden we al die wedstrijden? Wat Lieselot betreft, als voorbereiding op de MDMB (zoals ik het even voor het gemak afkort). Vorig jaar heeft loopmaatje Timothy ons impulsief ingeschreven, gepusht door de gegenereerde tijdsdruk van het snel afnemend aantal overblijvende plaatsen. Wat volgde was een partner die weken aan een stuk herhaalde wat voor een dom idee dat was geweest. Toen ze de realiteit begon te aanvaarden, besloot ze ook haar kilometers, ook letterlijk, de hoogte in te drijven. Angst is soms een goede drijfveer.

Wat mij betreft: ik had haar al weken geleden MBMB-certified verklaard en ze was er zo klaar voor als, eh, helder bergwater, maar bon: het is maar bewezen als het achter de rug is. Daar kwam toen in de laatste dagen voor de wedstrijd een ongenode en onwelkome gast bij: een van Lieselots voeten liet zich voelen tijdens en na de looptrainingen.

Zaterdagmorgen de GPS gericht naar Chamonix, de zon was toen nog volop van de partij, maar de voorspellingen zagen er niet gunstig uit. Bij het afhalen van de startnummer in de vooravond, kregen we te horen dat het parcours was gewijzigd omwille van de verslechterde weersomstandigheden: regen, wind, kou, bergen, dat kan een gevaarlijke cocktail zijn, vandaar dat er niet tot dezelfde hoogte zou worden gestegen en dat de aankomst ook in Chamonix zou liggen. De afstand bleef gelijk, een 200-300 hoogtemeters werden opgeofferd. Wat we toen nog niet wisten, is dat regen, wind, kou en modder ervoor zouden zorgen dat de wat verminderde hoogtemeters ruimschoots zouden worden gecompenseerd.

Ongeveer 2200 deelnemers werden losgelaten om 7u., waaronder een tiental gentloopgerelateerden. Rondom mij zag ik meelopers in t-shirt, terwijl ik zelf langmouwig en regenvestig van start ging. Ik was de massa niet meer gewoon in een wedstrijd. Vooral dan de flessenhalsmomenten bij de single tracks frustreerden me. Timothy en Paul-Henri en Koen liepen in mijn buurt, maar het was al moeilijk genoeg om te zigzaggen door de massa terwijl de regen op ons neerpletste, laat staan dat ik de effort wilde doen om te streven naar samenblijven. Ik moest mijn eigen tempo lopen.

Ik dreef bewust mijn tempo op om bij de snellere groep van de meute te raken, zodat ik minder last zou krijgen van de files. Naarmate de wedstrijd vorderde, was het inderdaad meer mijn eigen tempo dat de bottleneck werd, en niet de pas van de voorgangers :-). Wat mij betreft was de regen een grote spelbreker: mijn impermeabel regenvestje bleek toch permeabeler dan geafficheerd, waardoor het, vooral verder weg van de zeespiegel extra bijtend koud werd. Mijn handschoendjes had ik gelukkig in de rugzak geladen, maar zelfs die kreeg ik door de verkleumde, natte handen pas na minutenlang worstelen aan de pootjes. De regen had de route ook herschapen tot een modderpoel, wat de afdalingen een stuk bemoeilijkte. Ik kreeg er desondanks schik in: beetje gevaarlijk, maar eens je je pas durft te versnellen, is het alsof je voeten automatisch weten waar ze zich kunnen neerplanten. Ook mijn poles boden extra steun in het afdalen.

De klimmen waren schier oneindig, maar eens je je erbij neerlegt dat ze oneindig zijn, vallen ook die mee. Ik joeg mezelf voortdurend een beetje op in gedachten. Dat maakte dat ik liep waar het enigszins mogelijk was, en doorstapte waar stappen noodzakelijk was. Bijgevolg was ik keiblij met 5u30, en zelfs de gedachte dat wereldkampioen Kilian er een dikke 2u sneller had over gedaan, kon de pret niet drukken. Maar er is nog (veel) marge dus ;-). Het zet de dingen in perspectief.

Gedenkwaardig waren de talrijk opgekomen supporters! Ikzelf zou in zo’n kl***-weer vooral met een warme chocomelk in een berghut gaan zitten; de Fransen kwamen ons vooral aanmoedigen. De Rode Duivelsgekte maakte bovendien dat de aanwezige Belgische supporters de vlaggen, Fellainipruiken en nationale attributen recupereerden om hun landgenoten aan te moedigen. “België”, riep ik. “La Belgique!”, antwoorden ze.

Eindigen in Chamonix was puur genieten: de dranghekkens loodsten ons doorheen het hele dorp, waardoor een ellenlange erehaag werd gevormd richting finish. Even voelde je je een van de 2000 helden die de meet hadden gehaald. Onmogelijk om niet breed te gaan lachen.

Daarna was het wachten op Koen, Timothy, Paul-Henri, Peter, Ineke, Rik, Johan en Lieselot. Allen met de grote glimlach. Leutig ook om toe te kijken hoe elk op zijn manier zijn aankomst beleeft: met een of meerdere kindjes aan de hand, met een grote lach, met een eindsprint, met een pijnlijke grimas, met het schoppen van de hielen tegen elkaar, en zelfs eentje die achterwaarts lopend arriveerde, en pardoes struikelde over de meet. Tot groot jolijt van de menigte.

Foto’s? Mijn wateropen fototoestel durfde ik niet meenemen, en mijn iPhone telkens bovensukkelen in de regen was nogal een gedoe, dus ik heb het kiekjes maken gelaten voor wat het was.

Trail Verbier Saint-Bernard X-Alpine

Bovenstaande tochten kunnen we dus tevreden afvinken op de planning, maar wat me vrijdagnacht te wachten staat, hult mijn bilnaad in zweet bij de gedachte: de TVSB (alweer een eigen afkorting) zal mijn langste en hoogste loop zijn ooit. 111 km, dat is meer dan er Dalmatiërs in een film passen, en 8800 positieve hoogtemeters (en evenveel dalen), dat is alsof je op zeeniveau start, en dan de Mount Everest moet beklimmen. En dit allemaal in een tijdspanne van… ja… moeilijk in te schatten. Ik vermoed ergens tussen 20 en 30 u, quasi non-stop. Ik start vrijdagnacht om 1u, voor de zekerheid bij de “trage lopers”. Alternatief is om 4u, maar sowieso zou ik geen oog dichtdoen daarvoor. Het is dus sowieso zeker een tiental uur langer dan mijn langste trail. Ik start dus in het donker, en ga nog voor het einde in zicht is alweer de nacht in.

verbier

Mental note: poles meenemen…

Waar dat goed voor is? Het is de ultieme test voor de UTMB eind augustus, maar daar vertel ik in een ander stukje nog wel eens over, in de hoop dat ik de trip komend weekend goed heb doorstaan. We gaan van wedstrijd naar wedstrijd en dan zien we wel weer. Ik las laatst een interview met een muzikant in Humo; die vatte het als volgt samen: “Ofwel doe je het in je broek en geef je het op, ofwel doe je het in je broek en ga je door.” Wat mij betreft, is dat netjes geformuleerd ;-). Ik draag voor de zekerheid een zwarte short.

Author: Martin Vereecken

Share This Post On

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

+ 58 = 62

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>